Weigering te leveren is misbruik van economische machtspositie

Terug naar het overzicht

16 december 2021

Weiger­ing te lev­eren is mis­bruik van economis­che machtspositie

Weigeren te lev­eren aan een zake­lijke klant waarmee u in de clinch ligt voor de recht­bank, kan een vorm van mis­bruik van economis­che macht­sposi­tie zijn. Dat kan u erg veel geld kosten.

Opzeg­ging

Een jachtwinkel heeft een con­cessie op de verkoop van een bepaald soort jacht­ge­weer. Op aan­drin­gen van de Duitse pro­du­cent van het wapen splitst de onderne­m­ing haar activiteit­en op in een winkel voor de eind­ver­bruik­er, en een dis­trib­u­tiebedri­jf voor Bel­gië. Dat gebeurde in 1985. Na 35 jaar wordt de con­cessie echter redelijk abrupt stopgezet. De opzeg­ging werd eind feb­ru­ari 2020 gegeven en gaat in op 1 juli 2020. De pro­du­cent zal de klein­han­de­laars in Bel­gië voor­taan zelf recht­streeks bevoorraden.

De dis­trib­u­teur meent dat hij exclu­siviteit heeft op de verkoop van de pro­ducten en eist een schade­v­er­goed­ing. Op 30 april dag­vaardt hij de pro­du­cent. Maar ook de winkel komt in de prob­le­men: door de opzeg­ging van de con­cessie moet de winkel zich recht­streeks tot de pro­du­cent wen­den om zich de wapens en acces­soires te kun­nen aanschaffen.

Weiger­ing te leveren

Aan­vanke­lijk lijkt de pro­du­cent geen prob­leem te mak­en van het feit dat er een recht­sza­ak is tussen hemzelf en de zus­teron­derne­m­ing van de winke­li­er. Bestellin­gen wor­den geplaatst in juli en augus­tus, met gep­lande lev­er­ing in okto­ber, en de winke­li­er kri­jgt zelfs een lijst met nieuwe pro­ducten en pri­jzen toeges­tu­urd. Maar vooraleer de lev­er­ing gebeurt, laat de pro­du­cent weten dat er geen effec­tieve lev­er­ing zal plaatsvin­den zolang de zaak met de dis­trib­u­teur niet is opgelost.

Tegen die weiger­ing stelt de winke­li­er een stak­ingsvorder­ing in. De winkel vraagt aan de rechter om de pro­du­cent te vero­orde­len wegens de lev­er­ings- en verkoop­weiger­ing – dus om de pro­du­cent te dwin­gen alsnog te lev­eren en te verkopen.

Afhanke­lijkheid

De rechter onder­zoekt of er sprake is van economis­che afhanke­lijkheid. Daar­voor is het niet ver zoeken: de con­cessie met de zus­teron­derne­m­ing loopt al 35 jaar. De winke­li­er verkoopt vooral, of vri­jwel uit­slui­tend de merken van de pro­du­cent (die erg hoog aangeschreven staan in het wereld­je van de jacht. De rechter stelt vast dat de naam van de winkel (en van de dis­trib­u­teur) als het ware ver­groeid zijn met die merken.

Hoewel dit wordt tegenge­spro­ken door de pro­du­cent, blijkt het ook niet zomaar mogelijk om andere merken te verkopen. Zoals gezegd is er de kwaliteit van het betrokken prod­uct. Maar de winkel zit ook nog met een voor­raad van onderde­len, die onverkoop­baar wordt als er zou overgestapt wor­den naar de merken van een andere producent.

De rechter vol­gt in grote mate de stelling van de winkel.
De verkoop van onderde­len is een belan­grijk onderdeel van de omzet. Een winkel die zich spe­cialiseert in een bepaald merk, kan niet zomaar over­stap­pen naar een ander merk, omdat er voor die onderde­len geen alter­natieven zijn.
Voor de rechter is de economis­che afhanke­lijkheid aangetoond.

Mis­bruik machtspositie

De rechter meent boven­di­en dat er ook mis­bruik is van de macht­sposi­tie.
De rechter wijst erop dat, nadat de con­cessie voor de dis­trib­u­teur werd stopgezet, er eerst nog gewoon werd gehan­deld met de winkel. Pas eind okto­ber liet de pro­du­cent aan de winkel weten dat de verkopen stopgezet zouden wor­den en de bestellin­gen geweigerd zouden wor­den zolang de zaak met de dis­trib­u­teur niet geregeld was. De winkel is echter geen par­tij in die zaak (behalve dan omdat ze de rechtsvoor­ganger was van de dis­trib­i­teur). Vol­gens de rechter is er dan ook geen sprake van een agressieve houd­ing van de winkel in die zaak en is er even­min sprake van een vertrouwensbreuk.

Het komt de rechter eerder voor dat de pro­du­cent druk wil zetten op de dis­trib­u­teur om tot een voor hem gun­stige uitkomst of schikking te komen. Zodoende is de besliss­ing om niet te lev­eren geen economis­che besliss­ing van de pro­du­cent, maar gewoon een drukkingsmid­del in de afhan­del­ing van het dis­pu­ut met de distributeur.

Ver­plicht­ing terug te leveren

De rechter vero­ordeelt de Duitse pro­du­cent om de lev­er­ings- en verkoop­weiger­ing stop te zetten en kop­pelt daar een dwang­som aan van 10.000 euro per dag ver­trag­ing bij elke lev­er­ingsweiger­ing, met een max­i­mum van 100.000 euro. Of er intussen “schot in de zaak kwam” tussen de pro­du­cent en de dis­trib­i­teur weten we niet…