Wat is de vaccinatiegraad in uw onderneming?

Terug naar het overzicht

30 november 2021

Wat is de vac­ci­natiegraad in uw onderneming?

Op 17 sep­tem­ber 2021 besliste het Over­leg­comité (waarin de fed­erale en de gewestregerin­gen over­leggen over hun coro­n­a­plan­nen) om werkgev­ers toe te lat­en ken­nis te nemen van de vac­ci­natiegraad van hun per­son­eel. Het juridis­che kad­er werd fed­er­aal uit­gew­erkt en in Vlaan­deren kreeg het meteen ook uitvoering.

Waarom wil u de vac­ci­natiegraad kennen ?

Voor een werkgev­er is de vac­ci­natiegraad van het per­son­eel een belan­grijk gegeven. Als die hoog ligt, weet u dat de kans klein is dat er nog veel ern­stig zieken zullen vallen. U kan de vei­lighei­ds­maa­trege­len dan ook voorzichtig (!) ver­soe­pe­len (bijvoor­beeld met betrekking tot het bedri­jf­s­restau­rant, de mond­masker­plicht, het telew­erk, ). Ligt de vac­ci­natiegraad laag, dan heeft u er belang bij om daar iets aan te doen en kan u bijvoor­beeld over­we­gen om een cam­pagne te starten om de niet-gevac­ci­neer­den bin­nen uw onderne­m­ing alsnog te over­tu­igen om zich te lat­en vaccineren.

Op 24 sep­tem­ber 2021 kwa­men de sociale part­ners van de Hoge Raad voor Pre­ven­tie en Bescherming op het Werk naar buiten met een akko­ord over de voor­waar­den om de vac­ci­natiegraad op te vragen.

Geen namen, enkel cijfers

In eerste instantie kan u enkel geag­gregeerde geanon­imiseerde gegevens opvra­gen over de vac­ci­natiegraad in uw bedri­jf. Die gegevens wor­den enkel ter beschikking gesteld van de arbei­d­sarts of van de interne of externe pre­ven­tie­di­enst van de onderneming.

Ligt het aan­tal gevac­ci­neer­den bin­nen de onderne­m­ing tussen de 20% en de 90%, dan kri­jgt de arbei­d­sarts de pre­cieze per­cent­ages.
Liggen ze lager dan 20%, of hoger dan 90%, dan wordt enkel dat gegeven meegedeeld en wor­den er geen pre­cieze per­cent­ages gegeven.

Omvang van de onderneming

Vol­gens de fed­erale regels kun­nen enkel onderne­min­gen met min­stens 50 werkne­mers de vac­ci­natiegraad opvra­gen. De redener­ing waarachter is dat het anders te gemakke­lijk zou zijn om af te lei­den wie wel of niet gevac­ci­neerd is.

De arbei­d­sarts moet de cijfers doorgeven aan het comité PBW of bij afwezigheid daar­van, aan de vak­bond­saf­vaardig­ing, zodat alle rel­e­vante actoren betrokken wor­den.
De arbei­d­sarts kan ook indi­vidueel sen­si­bilis­eren, door bijvoor­beeld de vac­ci­nati­es­ta­tus na te gaan van de werkne­mer die zich bij de arbei­d­sarts aan­biedt voor een peri­odieke gezond­hei­ds­beo­ordel­ing.
In alle omstandighe­den moet tij­dens sen­si­bilis­er­ings­ac­tie de pri­va­cy van de werkne­mers gewaar­borgd worden.

Vlaamse uitvo­er­ing

Op de dag dat het stand­punt van de hogerge­noemde Hoge Raad PBW werd bek­endge­maakt, deelde Vlaams min­is­ter van Welz­i­jn en Volks­ge­zond­heid Wouter Beke (in samen­werk­ing met de min­is­ter van Werk en Economie, Hilde Crevits) mee dat, voor wat Vlaan­deren betre­ft, er uitvo­er­ing kon gegeven wor­den aan een actieplan. Vol­gens dat plan kun­nen de arbei­ds­ge­neeskundi­ge dien­sten zélf vaccineren.

De voor­waar­den daar­voor zijn:

dat de onderne­m­ing een vac­ci­natiegraad heeft van min­der dan 70%,

er min­i­maal 100 werkne­mers zijn, en

de werkne­mers vri­jwillig kun­nen kiezen voor een vac­ci­natie op de werkvloer.

De onderne­m­ing moet de vraag eerst stellen aan de arbei­ds­ge­neeskundi­ge dienst. Enkel die dienst kan immers de vac­ci­natiegegevens opvra­gen en nagaan of aan de boven­staande voor­waar­den is voldaan.
Is dat het geval, dan kan de arbei­ds­ge­neeskundi­ge dienst con­tact opne­men met het lokaal vac­ci­natiecen­trum om de vac­ci­natie te organ­is­eren: men kan de werkne­mers naar het vac­ci­natiecen­trum sturen of een mobiele een­heid lat­en langskomen in de onderneming.

De moeite waard ?

Een hoge vac­ci­natiegraad heeft niet alleen een groot maatschap­pelijk belang, maar heeft voor onderne­mers ook een heel con­creet ‘com­mer­cieel’ belang. Als een onderne­m­ing veel niet-gevac­ci­neerde werkne­mers heeft, moet ze er reken­ing mee houden dat per­son­eel­sle­den voor lan­gere tijd werkon­bek­waam kun­nen wor­den door een coro­na-infec­tie en dat er zelfs coro­na­clus­ters kun­nen ontstaan, waar­door de schade nog grot­er wordt. Wellicht zullen veel onderne­mers dit zelf ook wel begrepen hebben en hebben zij al actie onder­nomen, lang voor dit juridisch kad­er ontstond.

Maar op dit ogen­blik bli­jft het vac­cin een vri­jwillige besliss­ing van elk indi­vidu en kan, of mag de onderne­mer geen ongeoor­loofde druk uitoe­fe­nen op zijn per­son­eel­sle­den om hen tot vac­ci­natie aan te zetten.