Vriendenaandeel of winwinlening: Vlaamse ondernemingen kunnen kiezen

Terug naar het overzicht

30 maart 2021

Vrien­de­naan­deel of win­win­len­ing: Vlaamse onderne­min­gen kun­nen kiezen

De Vlaamse regering wil Vlaamse onderne­min­gen na de coro­nacri­sis een duw in de rug geven door par­ti­c­ulieren een fis­cale incen­tive te geven om te investeren. Aan de ene kant is er de mogelijkheid om te investeren via een win­win­len­ing (een achtergestelde lening). Aan de andere kant is er sinds 11 feb­ru­ari 2021 het vrien­de­naan­deel (een kapitaalstorting).

Het kad­er

U kan als par­ti­c­uli­er tot 75.000 euro in een ven­nootschap investeren. U kan dat doen door een lening te ver­strekken. De zoge­naamde win­win­len­ing is een achtergestelde lening met een loop­ti­jd van 5 tot 10 jaar.
U kan ook kiezen voor een vrien­de­naan­deel. U belegt dan in het kap­i­taal van die vennootschap.

Voor bei­de soorten investerin­gen kri­jgt u een belast­ingkredi­et van 2,5%, en dat gedurende 5 jaar.
De ven­nootschap van haar kant kan via deze investerin­gen (lenin­gen of kap­i­taal) tot max­i­maal 300.000 euro ophalen.

De begun­stig­den

De onderne­m­ing waarin u belegt moet een kmo zijn vol­gens de Europese nor­men. Dit betekent dat de ven­nootschap min­der dan 250 werkne­mers heeft, een jaaromzet niet hoger dan 50 miljoen euro en/​of een bal­ansto­taal niet hoger dan 43 miljoen euro en de ven­nootschap moet vol­doen aan het zelf­s­tandighei­d­scri­teri­um (d.w.z. dat ze maar in beperk­te mate ver­bon­den mag zijn met andere vennootschappen).

Win­win­lenin­gen kan u ver­strekken aan zelf­s­tandi­ge onderne­mers, vri­je beroepers en rechtsper­so­n­en. Vrien­de­naan­de­len kan u uit­er­aard enkel maar ver­w­er­ven als de kmo een ven­nootschap is.

Voor vrien­de­naan­de­len zijn er wel nog enkele bijkomende uit­sluitin­gen. De ven­nootschap mag geen immo­bil­iën­ven­nootschap zijn, noch een man­age­mentven­nootschap, er mogen geen ban­den zijn met belast­ing­paradi­jzen. En er zijn ook antimis­bruik­bepalin­gen waarmee ver­me­den wordt dat u eerst een kap­i­taalver­lag­ing zou doen in de ven­nootschap om ver­vol­gens het kap­i­taal met deze vrien­den­len­ing weer te verhogen.

We onder­strepen nog eens dat voor bei­de invester­ingsvor­men samen de ven­nootschap niet meer dan 300.000 euro mag ophalen.

De investeerders

U kan enkel als natu­urlijke per­soon beleggen en u moet een Vlaamse belast­ing­plichtige zijn. Werkne­mers zijn uit­ges­loten (zow­el voor de win­win­len­ing als voor het vrien­de­naan­deel). En dat geldt ook voor de bestu­ur­ders en hun partner.

Een vrien­de­naan­deel is niet mogelijk als u of uw part­ner meer dan 10% van de aan­de­len (of con­ver­teer­bare effecten) en van de stem­recht­en bez­it.
Een win­win­len­ing is dan weer niet mogelijk als u of uw part­ner recht­streeks of onrecht­streeks meer dan 5% van de aan­de­len of de stem­recht­en van de krediet­ne­mende ven­nootschap bezit.

De overeenkomst

De win­win­len­ing is uit­er­aard een lening met inter­esten. De lening is een achtergestelde lening met een vaste loop­ti­jd van 5 tot 10 jaar. De inter­estvoet moet voor lenin­gen afges­loten in 2021 tussen 0,875% en 1,75% liggen.
De lening moet terug­be­taald wor­den. Dat kan via een terug­be­tal­ing in één keer op de eind­ver­valdag of met maan­delijkse, driemaan­delijkse, zes­maan­delijkse of jaar­lijkse aflossin­gen. U kan ook voorzien dat op een bepaald ogen­blik het volledi­ge open­staande sal­do kan opgeëist wor­den.
Op de inter­esten is uit­er­aard roerende voorheff­ing verschuldigd.

Het vrien­de­naan­deel is een kap­i­taal­stort­ing. Het moet gaan om een inbreng van vers geld (een omzetting van con­ver­teer­bare oblig­aties komt niet in aan­merk­ing). Het mag ook gaan om de opricht­ing van een ven­nootschap.
De inbreng mag niet gebruikt wor­den om div­i­den­den of liq­ui­datiere­serves uit te keren. Een cumul met de fed­erale tax shel­ters voor investerin­gen in aan­de­len (starter­son­derne­min­gen, groeibedri­jven en coro­na-aan­de­len) is niet toeges­taan.
De uit­gif­teovereenkomst moet ook een reeks bepalin­gen bevat­ten zoals de pri­js van de aan­de­len (vast­gesteld door een bedri­jf­s­re­vi­sor of een externe accoun­tant), de stem­recht­en, het aan­tal aan­de­len voor en na de uit­gifte van de vriendenaandelen, …

Het fis­caal voordeel

In bei­de gevallen is er dus een belast­ingkredi­et van 2,5%, elk jaar, van het geïn­vesteerde kap­i­taal.
Het max­i­mum van wat u mag investeren (in één of meerdere ven­nootschap­pen) is 75.000 euro.

Als het mis­gaat met de ven­nootschap, dan heeft u voor een win­win­len­ing toch nog een belast­ingvo­ordeel. U kri­jgt dan een belast­ingkredi­et van 30% van het bedrag dat u ver­li­est door bijvoor­beeld het fail­lisse­ment van de onderne­m­ing. Tijdelijk (tot 31 decem­ber 2021) is dat belast­ingkredi­et zelfs 40%.
Dat een­ma­lige belast­ingkredi­et heeft u niet bij een vrien­de­naan­deel. Bij vrien­de­naan­de­len ver­valt het fis­cale voordeel op de dag van het fail­lisse­ment of ont­bind­ing van de ven­nootschap of als de aan­deel­houd­er overlijdt.