Vers van de pers: het centraal register van economische knipperlichten

Terug naar het overzicht

20 augustus 2021

Vers van de pers: het cen­traal reg­is­ter van economis­che knipperlichten

Om onderne­min­gen in moeil­ijkhe­den sneller te detecteren, heeft de min­is­ter van Justi­tie begin juli een nieuw reg­is­ter in het lev­en geroepen: het cen­traal reg­is­ter van economis­che knip­per­licht­en. Het reg­is­ter moet onderne­m­ingsrecht­banken in staat stellen sneller of zelfs proac­tief te rea­geren als het fout dreigt te lopen. Niet alleen om schade te beperken maar ook om het tij nog te keren indi­en mogelijk.

Waarom een cen­traal register?

De ‘opdracht’ om onderne­min­gen in finan­ciële moeil­ijkhe­den op te sporen, ligt ver­vat in boek XX van het Wet­boek van economisch recht (WER). Om die opdracht te realis­eren ver­leent dat wet­boek de regering de nodi­ge bevoegdhe­den inza­ke de med­edel­ing en het beheer van per­soon­s­gegevens, en infor­matie van finan­ciële of economis­che aard die betrekking hebben op onderne­min­gen, ongeacht of zij zijn opgericht als rechtsper­soon, dan wel als natu­urlijk persoon.

Het uitein­delijke doel is om de onderne­m­ingsrecht­bank (en meer bepaald de kamers voor onderne­min­gen in moeil­ijkhe­den) in staat te stellen onderne­min­gen te iden­ti­fi­ceren waar­van zij de toe­s­tand moeten onder­zoeken. Ze kun­nen met de verza­melde gegevens twee din­gen doen:

ofwel vast­stellen dat de toe­s­tand onher­stel­baar is aange­tast (het par­ket zal die onderne­min­gen dan dag­vaar­den tot een faillissement);

ofwel de betrokken onderne­min­gen ertoe aanzetten om de nodi­ge maa­trege­len te tre­f­fen om een fail­lisse­ment te voorkomen.

Om zo vroeg mogelijk te kun­nen rea­geren, wor­den insti­tu­tionele schuldeis­ers (fis­cus, RSZ) die open­staande schuld­vorderin­gen hebben ten laste van onderne­min­gen, ver­plicht om van meet af aan hun gegevens mee te delen aan een cen­traal punt. Via dat­a­min­ing kan de bevoegde instantie dan tijdig reageren.

Indi­ca­toren

De gegevens en infor­matie die aan­lei­d­ing geven tot een reg­is­tratie in het cen­traal reg­is­ter van economis­che knip­per­licht­en is al beschik­baar. Het gaat om ver­stekvon­nis­sen, RSZ-achter­stallen, audit-gegevens van de accoun­tant of de bedri­jf­s­re­vi­sor, col­lec­tieve schuldenregeling, 

Deze infor­matie wordt gelinkt aan het onderne­m­ingsnum­mer en op die manier inge­bracht in het nieuwe register.

het bedrag van de ver­schuldigde som­men die wet­telijk moeten wor­den meegedeeld aan de onderne­m­ingsrecht­banken zoals open­staande RSZ-schulden, btw of bedri­jfsvoorheff­ing en de bericht­en in ver­band met beslag;

de finan­ciële gezond­hei­dsindi­ca­tor berek­end door de Nationale Bank van België;

het aan­tal werkne­mers van de onderne­m­ing (om het relatieve belang van een schuld­vorder­ing tegen­over de omvang van de sociale gevol­gen ervan te beoordelen);

het regel­matig ver­plaat­sen van de zetel (wordt gezien als een indi­ca­tor voor mogelijke fraude).

Het reg­is­ter bevat ook gegevens met betrekking tot de iden­ti­fi­catie van de onderne­m­ing zoals het onderne­m­ingsnum­mer, de rechtsvorm en de recht­stoe­s­tand van de onderneming.

Deze indi­ca­toren wor­den bewaard gedurende vijf jaar vanaf hun reg­is­tratie in het cen­traal reg­is­ter van economis­che knipperlichten.

Eerste belan­grijke opmerk­ing hier­bij: vol­gens de min­is­ter wor­den alleen gegevens en infor­matie van onderne­min­gen met min­stens een ‘open­staande schuld’ ver­w­erkt. Het is niet de bedoel­ing een reg­is­ter op te richt­en om de betrouw­baarheid van alle onderne­min­gen te beoordelen.

Boven­di­en kan deze ’open­staande schuld’ enkel afkom­stig zijn van wet­telijk geï­den­ti­ficeerde gegevensver­strekkers die ver­plicht zijn deze infor­matie door te geven aan de recht­bank van de onderne­m­ing of van een betrouw­bare authen­tieke bron (finan­ciële gezond­hei­dsindi­ca­tor berek­end door de NBB).

Een tweede belan­grijk punt: de verza­melde gegevens/​informatie wor­den in het reg­is­ter gekop­peld aan het KBO-num­mer van de onderne­m­ing. Het KBO-num­mer wordt gebruikt als unieke authen­tieke bron voor de beschri­jvende infor­matie over de onderne­min­gen. Per­soon­s­gegevens zoals de naam en het adres van de onderne­m­ing en de bestu­ur­ders wor­den er niet in vermeld.

Toe­gang

Ten eerste hebben de griffies en de rechters van de kamers voor onderne­min­gen in moeil­ijkhe­den toe­gang tot de infor­matie maar enkel voor de onderne­min­gen van het rechts­ge­bied waar­voor zij bevoegd zijn.

Ten tweede heeft ook de pro­cureur des Kon­ings toegang.

Ten slotte hebben ook de rechter-ver­slaggev­ers toe­gang maar die is beperkt tot de dossiers waar­voor zij zijn aange­duid door de kamer voor onderne­min­gen in moeil­ijkhe­den om een grondi­ger onder­zoek uit te voeren.

Dis­cretie

Het cen­traal reg­is­ter heeft voor­namelijk als doel gegevens die ver­spreid liggen over ver­schil­lende over­hei­ds­di­en­sten samen te bren­gen om er onderne­min­gen mee op te volgen.

Het besluit dat de min­is­ter van Justi­tie heeft opgesteld, is vooral gericht op dis­cretie rond de infor­matie die zo wordt samenge­bracht. De infor­matie wordt gecen­traliseerd rond het onderne­m­ingsnum­mer zon­der verdere iden­ti­fi­catie van wie er achter die onderne­m­ing zit, en de toe­gang is zeer beperkt.

De vraag is natu­urlijk of de infor­matie die op die manier wordt verza­meld in de loop van de vol­gende jaren niet wordt uit­ge­breid om de slagkracht en de effi­ciën­tie van de kamers voor onderne­min­gen in moeil­ijkhe­den te verhogen.