Verhuur van gemeubeld logies

Terug naar het overzicht

08 november 2022

Ver­hu­ur van gemeubeld logies

De langeter­mi­jn­ver­hu­ur van gemeubeld logies is sinds 1 juli 2022 vri­jgesteld van btw. Langeter­mi­jn­ver­hu­ur is hier een ver­hu­ur van 3 maan­den of meer. Stu­den­tenkamers, vakantiewonin­gen, kun­nen dus niet meer aan de btw onder­wor­pen wor­den, maar de ver­hu­ur­der kan de btw ook niet meer aftrekken.

Oorza­ak? De studenten

De reden voor deze nieuwe wet­gev­ing moeten we zoeken in de stu­den­ten­wereld. Niet zozeer bij de stu­den­ten zelf, maar wel bij de ver­hu­ur­ders van stu­den­tenkamers. Ver­hur­ing van onroerende goed­eren is in principe vri­jgesteld van btw. Daarop zijn enkele uit­zon­derin­gen. Bepaalde investeerders bedacht­en dat, als zij de stu­den­tenkamers zouden ver­huren met bijkomende dien­sten, het niet meer om een pure ver­hu­ur van onroerende goed­eren zou gaan. De ver­hur­ing zou dan een hotel­dienst wor­den en zodoende aan btw onder­wor­pen worden.

U vraagt zich miss­chien af waarom die ver­hu­ur­ders een vri­jgestelde dienst belast­baar wilden mak­en? Een­voudig: omwille van de aftrek van de vooruit­be­taalde btw. We zien tegen­wo­ordig grote, lux­ueuze blokken in de typ­is­che stu­den­ten­st­e­den. De btw ver­schuldigd op de bouw van die res­i­den­ties wordt aftrek­baar als er bijkomende dien­sten wor­den aange­bo­den. En vaak zijn vad­er, moed­er of de stu­dent zelf best bereid om een extraat­je te betal­en voor bijvoor­beeld de schoon­maak van de kamers.

Neven­ef­fecten

Maar vol­gens de nieuwe regels is de btw-vri­jstelling sowieso van toepass­ing zodra een res­i­den­tie voor meer dan 3 maan­den wordt verhuurd. 

Opeen­vol­gende ver­hurin­gen wor­den samengeteld: het helpt dus niet dat de ver­hu­ur­der met de stu­dent meerdere con­tracten van 3 maan­den min één dag afsluit.

Sterk­er nog: stel dat een ver­hu­ur­der meerdere kamers ver­hu­urt en één van die kamers ver­hu­urd wordt aan een stu­dent die maar 2 maan­den in het ​‘kot’ bli­jft (bijvoor­beeld een Eras­mus-stu­dent), dan nog zal de ver­hur­ing niet belast­baar wor­den, omwille van het statu­ut van de ver­hu­ur­der. Hij is namelijk geen btw-plichtige.

Maar er zijn nog tal van andere ver­hu­ur­ders van gemeubeld logies.
De erk­ende (!) hotels en motels behouden hun 6 % btw, op voor­waarde dat de duur van het verbli­jf er kor­ter is dan drie maan­den. Dat régime geldt ook voor B&B’s, vakantieparken, ver­hu­ur­ders van vakantiewonin­gen, enz.

Bij ​‘gemengde sit­u­aties’ is vol­gens de Btw-Admin­is­tratie, toepass­ing van de btw maar mogelijk als de ver­hu­ur­der gewoon­lijk onder­dak ver­leent voor een peri­ode van min­der dan drie maan­den aan betal­ende gas­ten én het omzetci­jfer van de betaalde verbli­jven met een duur van min­der dan drie maan­den op jaar­ba­sis grot­er is dan 50 % van de totale jaar­lijkse omzet behaald uit betaalde verblijven.

Aan­vul­lende diensten

Ver­lies echter niet uit het oog dat een ver­hu­ur van logies mét btw maar mogelijk is als er bijkomende en nauw samen­hangende dien­sten wor­den aange­bo­den. Voor motels en hotels is dat geen prob­leem. Voor B&B’s even­min. Maar voor vakantiewonin­gen is dat niet alti­jd evident.

Wat bedoelt de Btw-Admin­is­tratie met die samen­hangende dien­sten?
De fis­cus verwacht dat min­stens één van de vol­gende ‘samen­hangende dien­sten’ wordt ver­strekt aan de gasten: 

instaan voor het fysiek onthaal: de sleu­tels over­handi­gen is niet vol­doende. Er moet gedurende min­stens een groot gedeelte van de dag effec­tieve bij­s­tand zijn op ver­zoek van de klanten. Tele­fonisch of dig­i­taal con­tact is onvol­doende. Maar een spec­i­fieke onthaal­ruimte is niet vereist;

huishoudlin­nen ter beschikking stellen van de gas­ten (met weke­lijkse ververs­ing). Het is dus niet vereist om zelf de bed­den op te mak­en. De over­handig­ing van huishoudlin­nen (min­stens weke­lijks) volstaat;

dagelijks ont­bi­jt ver­schaf­fen: de ver­hu­ur­der hoeft dat niet zelf te doen, die taak mag ook uitbesteed wor­den. Ook ont­bi­jtvouch­ers om in de nabi­jheid van het verbli­jf te gaan eten, volstaan.

De eind­schoon­maak, de aparte aan­reken­ing van water en elek­triciteit, bijkomende ver­hu­ur­di­en­sten (bv. fiet­sen of scoot­ers) zijn niet van belang (hoewel de ver­hu­ur van mate­ri­aal, zoals fiet­sen of scoot­ers, wel apart als een btw-dienst beschouwd kan worden).

Het maakt even­min uit of de samen­hangende dien­sten apart wor­den aan­gerek­end of dat ze deel uit­mak­en van een glob­ale pri­js. Het is zelfs zo dat als de dien­sten deel uit­mak­en van de glob­ale pri­js, maar ze toch niet wor­den aange­bo­den, de ver­hu­ur vri­jgesteld móet wor­den van btw.

Acci­den­tal btw-plichtige

Zoals hier­boven ver­meld was de eigen­lijke aan­lei­d­ing voor het her­schri­jven van de betrokken regel­gev­ing een gaat­je in de wet, waar­door onder meer investeerders in stu­den­ten­res­i­den­ties de kans zagen om de btw op hun invester­ing te recu­per­eren. We kun­nen ons trouwens afvra­gen waarom de beroeps­matige ver­hu­ur van stu­den­tenkamers niet effec­tief als een btw-activiteit beschouwd kan worden.

Maar de nieuwe regels hebben ook een omge­keerd effect: voor de eige­naars die hun tweede verbli­jf in de buurt van een toeris­tis­che omgev­ing ver­huren voor kor­tere peri­odes en daar­bij enkele bijkomende dien­sten lev­eren, geldt de waarschuwing dat zij net wél onder de btw zullen vallen, ter­wi­jl zij daar eigen­lijk weinig voorde­len kun­nen uit halen.