Uw verhuurder houdt niet van thuiswerk

Terug naar het overzicht

12 oktober 2021

Uw ver­hu­ur­der houdt niet van thuiswerk

Als een huur­der het gehu­urde gebouw voor beroeps­doelein­den gebruikt, dan is de ver­hu­ur­der belast­baar op de huurinkom­sten en niet op het kadas­traal inkomen, dat vee­lal lager zal liggen. In dit coro­nati­jd­perk hebben we mas­saal thuis leren werken en velen zouden dat ook graag bli­jven doen. Maar wat denkt de ver­hu­ur­der daarvan?

De ver­hu­ur­der is een fysieke persoon

Als u, als natu­urlijk per­soon, een onroerende goed ver­hu­urt aan een andere natu­urlijke per­soon die het goed niet voor beroeps­doelein­den gebruikt, dan bent u belast­baar op het geïn­dex­eerde kadas­traal inkomen, ver­hoogd met 40%.

Ver­hu­urt u aan een ven­nootschap, een vzw of aan een natu­urlijke per­soon die het goed wél voor beroeps­doelein­den gebruikt, zelfs gedeel­telijk, dan is er belast­ing ver­schuldigd op de net­to-huur. De net­to-huur berekent u door de huur­pri­js en alle huur­vo­orde­len die u int, te ver­min­deren met 40%.
U moet daar nog een kleine bereken­ing aan toevoe­gen: de for­faitaire koste­naftrek van 40% mag niet hoger zijn dan 2⁄3 van het gereval­oriseerde kadas­traal inkomen.

Voor­beeld
Even con­cre­tis­eren.

U heeft een onroerend goed met een KI van 1.200 euro.

U vraagt een maan­delijkse huur van 700 euro. D.w.z.: 8.400 euro op jaarbasis.

De index­atiecoëf­fi­ciënt van het onroerende inkomen is 1,8630.

De reval­orisatiecoëf­fi­ciënt voor het KI bedraagt 4,63.

Ver­hu­urt u aan een par­ti­c­uli­er, dan bedraagt uw belast­baar inkomen:

1.200 euro x 1,8630 + 40% = 3.129,84 euro.

Ver­hu­urt u aan een ven­nootschap of aan iemand die het goed beroeps­matig gebruikt, dan bedraagt uw belast­baar inkomen:

8.400 euro – de for­faitaire kosten:

het­z­ij: 40% van 8.400 (= 3.360 euro), d.i. 5.040 euro;

het­z­ij: 4,63 x 1.200 x 2⁄3 (= 3.704 euro), d.i. 4.696 euro.

Het belast­baar inkomen bedraagt dus (8.400 euro – 3.360 euro): 5.040 euro.

Zou u bijvoor­beeld 800 euro huur per maand vra­gen, dan is 40% van 9.600 euro (= 3.840 euro) hoger dan 4,63 x 1.200 x 2⁄3 (= 3.704 euro) en wordt de for­faitaire aftrek tot dat laat­ste bedrag beperkt. Het belast­baar inkomen bedraagt dan: 5.896 euro.

De huur­der en beroepsgebruik

U merkt het: u wil écht wel weten of uw huur­der het onroerend goed voor beroeps­doelein­den zal gebruiken. En de fis­cus gaat daar erg ver in: als uw huur­der een Oos­t­en­de­naar is die in Has­selt een apparte­men­t­je huurt om dichter bij zijn werk te zijn, dan kan die huur­der argu­menteren dat hij de won­ing huurt omwille van beroeps­doelein­den. Zijn voordeel: de huur wordt dan een aftrek­bare beroep­skost.
Als de fis­cus dat aan­vaardt, kri­jgt u als ver­hu­ur­der de reken­ing voorgeschoteld!

Het kan ook zijn dat uw huur­der zijn huurlas­ten aan zijn werkgev­er mag “door­fac­tur­eren”, omdat die werkgev­er eist dat de huur­der bin­nen een bepaalde omtrek van het werk komt wonen. In dat geval trekt de huur­der de huurlast niet af, maar zijn werkgev­er wel. En opnieuw is het de ver­hu­ur­der die gecon­fron­teerd wordt met een veel zwaardere belastingfactuur.

Alleen voor de échte huurprijs

Toch even wat gerust­stel­lend nieuws: de regel dat een beroeps­matig gebruik van het gehu­urde goed lei­dt tot belast­ing op de net­to­hu­ur, slaat enkel op de sit­u­atie waarin de huur­pri­js zelf als beroep­skost geboekt werd. Als uw huur­der bijvoor­beeld zijn inter­netverbind­ing terug­be­taald kri­jgt of als hij een tussenkomst kri­jgt in bepaalde onder­houdswerken, dan heeft dat niet tot gevolg dat u als ver­hu­ur­der plots veel meer belast­ing zal moeten betalen.

Coro­nathuiswerk

Begin 2021 verbli­jdde de fis­cus heel wat belast­ing­plichti­gen met een algemene cir­cu­laire over de thuiswerkver­goed­ing: sinds feb­ru­ari mag de werkgev­er aan het per­son­eel een belast­ingvri­je for­faitaire kan­toorver­goed­ing uit­be­tal­en van 129,48 euro per maand (tot sep­tem­ber 2021 mocht dat zelfs 144,31 euro zijn).

Wie de cir­cu­laire aan­dachtig leest, ziet dat die ver­goed­ing aller­lei kosten moet dekken, ook de kosten voor het ​“gebruik van een kan­toor­ruimte bij de werkne­mer thuis (inclusief huur en eventuele afschri­jvin­gen van de ruimte)”.

Met andere woor­den: de werkgev­er keert aan zijn per­son­eel een som geld uit, onder andere om de huur te betal­en, en trekt die ver­vol­gens af. Lei­dt dit dan niet tot een “beroeps­matig gebruik van het onroerend goed”? De min­is­ter van Finan­ciën kreeg die vraag voorgeschoteld in het Parlement.

In eerste instantie beves­tigt hij dat de net­to­hu­ur prin­cip­ieel belast­baar wordt als de werkgev­er de huur van de werkne­mer betaalt en die ver­vol­gens in aftrek brengt.

Maar voor de belast­ingvri­je kan­toorver­goedin­gen wil hij wel een uit­zon­der­ing mak­en. Het staat buiten kijf dat de huur­der het onroerend goed voor beroeps­doelein­den gebruikt, maar zolang hij zijn werke­lijke kosten niet inbrengt, waar­bij hij de huur­pri­js in aftrek brengt van zijn belast­baar inkomen, zal de ver­hu­ur­der niet op de net­to­hu­ur belast worden.