Uw gedacht zeggen over uw concurrent … oppassen!

Terug naar het overzicht

17 december 2021

Uw gedacht zeggen over uw con­cur­rent oppassen!

Voor het Hof van Beroep van Antwer­pen werd begin 2021 een zaak behan­deld van twee stofzuiger­pro­du­cen­ten. De ene pro­du­cent had de andere gelinkt aan het schan­daal rond de sjoemel­soft­ware van een bek­end automerk. Dat kan voor het Hof niet door de beugel.

Energiela­bel

Een pro­du­cent van stofzuigers zon­der zak (hier­na: X‑Zonder) stelde vast dat een con­cur­rent met stofzuigers mét zak (hier­na: Y‑Met) zijn pro­ducten verkocht met het energiela­bel A. Ten onrechte, aldus X‑zonder, want de testen voor het energiela­bel moesten uit­gevo­erd wor­den met een lege zak.

X‑Zonder stapte daarop naar de Europese Recht­bank van Eerste Aan­leg om de test­pro­ce­dure aan te vecht­en. Dat gebeurde in 2015. Naar aan­lei­d­ing van die pro­ce­dure ver­sprei­d­de de pro­du­cent ook nog een per­scom­mu­niqué waar­bij hij erop wees dat de con­sument mis­leid werd over het werke­lijke energie­ver­bruik van het prod­uct door de wijze waarop de testen moesten uit­gevo­erd worden.

Een jour­nal­ist met bijkomende vra­gen kreeg achter­af een e‑mail met meer details: Y‑Met verte­gen­wo­ordigde een groep van merken en wat bleek één van die merken was betrokken bij het sjoemel­soft­wareschan­daal in de autoin­dus­trie. In de e‑mail link­te X‑Zonder die twee aan elka­ar en gebruik­te hij daar­bij niet toe­val­lig de ter­men “sjoemel-schan­daal” en “(naam van het automerk)-schandaal”.

De jour­nal­ist ver­w­erk­te de infor­matie die hij van X‑Zonder gekre­gen had in zijn artikel, waarop Y‑Met zich de vol­gende mor­gen in zijn koffie ver­s­lik­te. Y‑Met startte een recht­sza­ak, maar kreeg daarin slechts gedeel­telijk gelijk: X‑Zonder werd in 2016 vero­ordeeld voor den­i­gr­erende vergelijk­ende réclame. Daarop ging X‑Zonder in beroep.

In 2018 werd de Europese richtli­jn die bepaalt hoe de testen voor het energiela­bel moeten ver­lopen, verni­etigd, na een klacht van X‑Zonder. Het gevolg was dat ook Y‑Met geen A‑label meer kon voeren..

Is dat réclame?

In de pro­ce­dure voor het hof van beroep argu­menteerde X‑Zonder intussen dat zijn per­scom­mu­niqué geen réclame was. Het ging om infor­matie aan het ‘pub­liek’.

Maar het Hof is toch een andere mening toegedaan. Het Wet­boek van Economisch Recht definieert réclame als: iedere med­edel­ing die recht­streeks of onrecht­streeks ten doel heeft de verkoop van pro­ducten te bevorderen, ongeacht de plaats of de aangewende com­mu­ni­catiemid­de­len. Het pers­bericht en de e‑mail aan de redac­tie ressorteren vol­gens het Hof onder die defin­i­tie omdat ze, min­stens onrecht­streeks, tot doel had­den de verkoop van pro­ducten te bevorderen.

Het was boven­di­en vergelijk­ende réclame. Dat is: elke vorm van réclame waar­bij een con­cur­rent dan wel door een con­cur­rent aange­bo­den goed­eren of dien­sten uit­drukke­lijk of impli­ci­et wor­den genoemd. Het feit dat de ver­wi­jz­ing naar de sjoemel­soft­ware enkel in de e‑mail stond en niet in de persmed­edel­ing, is geen excu­us: de pro­du­cent had bij het verzen­den van zijn com­mu­ni­catie er min­stens reken­ing moeten mee houden dat die infor­matie kon wor­den overgenomen door de betrokken journalist.

Slecht­mak­ing

De rechter in eerste aan­leg had ook besloten dat de persmed­edel­ing in com­bi­natie met de e‑mail beschouwd moest wor­den als slecht­mak­ing. Vol­gens de recht­spraak is er slecht­mak­ing wan­neer een daad stri­jdig is met de eerlijke markprak­ijken. Er is sprake van slecht­mak­ing of zwart­mak­ing bij een bij­zon­der schadelijke aan­val op een han­de­laar, waar­door afbreuk wordt gedaan aan zijn rep­u­tatie of aan de rep­u­tatie van zijn pro­ducten, dien­sten of activiteit­en, door een laster­lijke of eerrovende daad, of zelfs door een een­voudi­ge kri­tiek die toe­laat hem te identificeren.

De insin­u­atie dat de pro­du­cent van stofzuigers met zak zou ​‘sjoeme­len’ met het prod­uct om beter te scoren bij de tests, is slecht­mak­ing, zow­el voor de rechter in eerste aan­leg als voor het Hof van Beroep. X‑Zonder mocht niet insin­ueren dat een con­cur­rent zich bezondigd had aan wet­telijke inbreuken, zon­der dat die inbreuken in rechte waren vastgesteld.

Het Hof voegt er nog aan toe dat het van geen belang is dat X‑Zonder een klacht had inge­di­end tegen de test­pro­ce­dure op het moment van de slecht­mak­ing. Ook het argu­ment dat – achter­af bekeken – de bew­er­ing van X‑Zonder cor­rect bleek te zijn, betekent niet dat de com­mu­ni­catie daarom geen slecht­mak­ing zou kun­nen zijn. Een onderne­m­ing mag kri­tiek for­muleren op con­cur­renten, maar dan nog, moet ze de rep­u­tatie van die andere onderne­m­ing respecteren.

Zelfs als de con­cur­rent sjoemelt

In dit bij­zon­dere geval was op het ogen­blik van de aan­ti­jgin­gen de con­cur­rent niet vero­ordeeld voor gesjoemel. Achter­af bekeken had X‑Zonder wel een punt, maar zelfs dan nog mocht hij niet spreken van gesjoemel of de link leggen met het automerken-schan­daal. De pro­du­cent van zak­loze stofzuigers werd ook in beroep vero­ordeeld voor den­i­gr­erende vergelijk­ende réclame.