Uitsluiting en uittreding van aandeelhouders in de BV

Terug naar het overzicht

17 augustus 2020

Uit­sluit­ing en uit­tred­ing van aan­deel­houd­ers in de BV

Hoewel de besloten ven­nootschap als de opvol­ger van de BVBA wordt beschouwd, biedt de BV heel wat meer mogelijkhe­den om de statuten aan te passen aan de noden van de aan­deel­houd­ers. De uit­tred­ing en uit­sluit­ing van ven­noten is in de BV veel soe­pel­er dan in de BVBA. Maar er zijn ook grenzen.

Uit­tred­ing las­tens het vennootschapsvermogen

Van uit­tred­ing spreken we als een ven­noot op eigen ini­ti­atief de ven­nootschap wil ver­lat­en. De aan­de­len wor­den dan verni­etigd maar de uit­tre­dende ven­noot kri­jgt daar wel een ver­goed­ing voor.
Die ver­goed­ing is het zoge­naamde “schei­d­ingsaan­deel”.

U moet er reken­ing mee houden dat de ver­goed­ing een “uitk­er­ing” is die onder­wor­pen is aan de liq­uiditeit­stest en de net­to-actieftest. De ven­nootschap moet dus over de nodi­ge finan­ciële mid­de­len beschikken. De uit­be­tal­ing van het schei­d­ingsaan­deel heeft voor­rang op andere uitk­erin­gen (bijvoor­beeld dividenden).

De ven­noot kan de uit­tred­ing enkel vra­gen gedurende de eerste 6 maan­den van het boek­jaar (ten­z­ij de statuten anders bepalen). De uit­tred­ing heeft uitwerk­ing op de laat­ste dag van die 6 maan­den. Op die datum wor­den de aan­de­len dan verni­etigd. U mag er van afwijken via de statuten maar als deze niets voorzien dat moet de ven­noot uit­tre­den met al zijn aandelen.

Bent u oprichter, dan kan u niet uit­tre­den tij­dens de 3 eerste boek­jaren na de opricht­ing. Dit is een regel van dwin­gend recht en heeft alles te mak­en met oprichtersaansprakelijkheid.

Als de statuten geen andere regeling voorzien, dan wordt het schei­d­ingsaan­deel een maand lat­er uit­be­taald. In principe kri­jgt de ven­noot zijn oor­spronke­lijke inbreng terug maar de ver­goed­ing mag niet meer bedra­gen dan de net­toac­tiefwaarde van de aan­de­len zoals bepaald in de laat­ste goedgekeurde jaar­reken­ing. Die wet­telijke regeling houdt dus in dat de uit­tre­dende ven­noot geen meer­waarde zou kun­nen realis­eren maar via de statuten kan u hier een andere regeling voorzien.

Een ver­zoek tot uit­tred­ing wordt afge­han­deld door het bestu­ur­sor­gaan: de algemene ver­gader­ing komt op zich niet tussen­bei­de. Het bestu­ur­sor­gaan moet wel ver­slag uit­bren­gen over de ver­zoeken tot uit­tred­ing tij­dens het afgelopen boekjaar.

Uit­sluit­ing ten laste van het vennootschapsvermogen

Anderz­i­jds is er de uit­sluit­ing van een ven­noot.
Bij een uit­sluit­ing zal de ven­nootschap een aan­deel­houd­er uit­sluiten het­z­ij om wet­tige rede­nen, het­z­ij om een reden opgenomen in de statuten. De aan­deel­houd­er moet door de algemene ver­gader­ing op de hoogte gebracht wor­den van de inten­tie om hem of haar uit te sluiten. Dat moet gebeuren met een gemo­tiveerd voors­tel tot uit­sluit­ing. Dit zijn regels van dwin­gend recht waar u dus via de statuten niet kan van afwijken.

De betrokken aan­deel­houd­er heeft uit­er­aard het recht om te antwo­or­den en om geho­ord te wor­den door de algemene ver­gader­ing.
De algemene ver­gader­ing neemt ver­vol­gens een gemo­tiveerde besliss­ing en de raad van bestu­ur deelt de besliss­ing bin­nen de 15 dagen mee aan de aandeelhouder.

Deze pro­ce­dure is volledig van dwin­gend recht.

De uit­ges­loten ven­noot heeft recht op een ver­goed­ing (het schei­d­ingsaan­deel). De regels over de ver­goed­ing zijn wel van aan­vul­lend recht. U mag er via statuten dus van afwijken.
Als de statuten niets voorzien, dan gelden dezelfde regels als bij een (vri­jwillige) uit­tred­ing met uit­zon­der­ing van de regel dat de uit­sluit­ing mogelijk is het ganse jaar door (en niet enkel in de eerste 6 maan­den van het boek­jaar). Dit betekent dus ook dat de uit­ges­loten aan­deel­houd­er in principe geen recht heeft op een meer­waarde: hij/​zij kri­jgt enkel de inleg terug als de net­towaarde van de aan­de­len niet lager ligt.

Alge­meen wordt aanger­aden om in de statuten andere regelin­gen te voorzien, in het bij­zon­der om een onder­scheid te mak­en tussen een “vriend­schap­pelijke” uit­sluit­ing of een uit­tred­ing (bijvoor­beeld een aan­deel­houd­er die door omstandighe­den niet langer aan­deel­houd­er kan bli­jven) en een vijandi­ge uit­sluit­ing (bad leaver) waar­bij de betrokken aan­deel­houd­er schade heeft veroorzaakt.

De sou­p­lesse van de CV

De BV wordt in de markt geplaatst als de opvol­ger van de BVBA maar is even­zeer een waardi­ge opvol­ger van de CV. De coöper­atieve ven­nootschap keert onder het WVV terug naar de essen­tie van de coöper­atieve samen­werk­ing. Tot vóór het WVV bood de coöper­atieve ven­nootschap met beperk­te aansprake­lijkheid de mogelijkheid om een ven­nootschapsvorm op te richt­en waar in- en uit­tre­den van ven­noten op zeer een­voudi­ge wijze kon geregeld wor­den.
Via de statuten kan u in een BV een zelfde sou­p­lesse bereiken. Alleen al daarom lijkt het ons aangewezen om uw huidi­ge ven­nootschapsvorm en uw huidi­ge statuten goed door te licht­en en ze af te stem­men op uw behoeften.