Te goedkoop verkocht: belastbaar bij koper?

Terug naar het overzicht

08 februari 2021

Te goed­koop verkocht: belast­baar bij koper?

De heer X koopt een won­ing van ven­nootschap A. Zijn vad­er was aan­deel­houd­er van A. Vol­gens de fis­cus is de won­ing verkocht voor een pri­js onder de werke­lijke waarde. Daarom wil de fis­cus het voordeel in hoofde van X belas­ten als een divers inkomen. De recht­bank van Brus­sel fluit de fis­cus terug.

Onder de waarde

Een bouw­fir­ma verkoopt in de loop van 2010 enkele wooneen­heden in een nieuw apparte­ments­ge­bouw aan fam­i­liele­den van een ex-aan­deel­houd­er.
De BBI komt langs bij de bouw­fir­ma en stelt vast dat de wooneen­heden die aan die fam­i­liele­den wer­den verkocht, van de hand gin­gen voor een pri­js onder de gemid­delde pri­js per vierkante meter nut­tige opper­vlak­te betaald door niet-ver­bon­den kop­ers.
De fis­cus wil het voordeel dat op die manier behaald werd, belas­ten bij de kop­ers als een divers inkomen.

Eén van die fam­i­liele­den die in het vizier ligt van de BBI, de zoon van de ex-aan­deel­houd­er, werpt tegen dat hij de won­ing cas­co heeft gekocht en dat de pri­js daarom veel lager is. Maar hij kan geen bewi­jzen aan­dra­gen van de kosten van afw­erk­ing. Zijn bezwaar wordt verworpen.

De zaak gaat ver­vol­gens naar de recht­bank van eerste aanleg.

Wat zijn diverse inkomsten?

De recht­bank kijkt in eerste instantie naar de defin­i­tie van het begrip “diverse inkom­sten”. Diverse inkom­sten zijn win­sten of bat­en, die zelfs occa­sioneel of toe­val­lig, buiten het uitoe­fe­nen van een beroep­swerkza­amheid, voortkomen uit enige presta­tie, ver­richt­ing of spec­u­latie of uit dien­sten bewezen aan der­den, daaron­der niet begrepen nor­male ver­richtin­gen van beheer van een privéver­mo­gen bestaande uit onroerende goed­eren, porte­feuille­waar­den en roerende voorwerpen.

De recht­bank meent dat deze bepal­ing de fis­cus niet toe­laat de belast­ing­plichtige te belas­ten op hypo­thetis­che of toekom­stige winst of bat­en. Het is niet vol­doende dat er sprake is van een abnor­male ver­richt­ing waar­bij een voordeel werd genoten. Het voordeel moet zich ook vol­gens de recht­bank veruitwendigd hebben in winst of baten.

En in dit con­crete geval is het voordeel dat de belast­ing­plichtige vol­gens de fis­cus genoten heeft, toekom­stig en louter hypo­thetisch. Er was veruitwendig­ing van de win­sten of bat­en op het ogen­blik van de aankoop. Of het zich in de toekomst zal veruitwendi­gen (bv. door de doorverkoop) is onzeker.

Toch nog 2 bedenkingen

Hoewel de rechter de belast­ing­plichtige gelijk geeft qua principe, stelt de rechter ook nog vast dat de belast­ing­plichtige in realiteit min­der had betaald dan wat er in de notar­iële akte stond. Dit pri­jsver­schil vormt vol­gens de rechter een werke­lijk voordeel en dat kan wel als een divers inkomen belast worden.

Boven­di­en is het merk­waardig dat de fis­cus haar pijlen richt op de kop­er. In een sit­u­atie als deze laat het wet­boek van de inkom­sten­be­lastin­gen ook toe om naar de verkop­er te stap­pen en de verkop­er te belas­ten op het bedrag van het toegek­ende “abnor­maal en goed­gun­stig voordeel”.