Tarieven notionele interestaftrek voor aanslagjaar 2023

Terug naar het overzicht

24 november 2022

Tarieven notionele inter­estaftrek voor aanslag­jaar 2023

Elk jaar wor­den de tarieven van de notionele intrestaftrek (NIA) – d.i. de aftrek voor risi­cokap­i­taal – vast­gelegd. In het Bel­gisch Staats­blad van 19 sep­tem­ber 2022 werd het basis­tarief voor aanslag­jaar 2023 bek­end gemaakt. Dat basis­tarief is weerom negatief, maar 

Sti­jging tegen­over aanslag­jaar 2022

De notionele inter­estaftrek is een fic­tieve inter­estaftrek voor ven­nootschap­pen met veel eigen ver­mo­gen. Het basis­tarief van de aftrek bedroeg ‑0,160% voor aanslag­jaar 2022.
Dat tarief sti­jgt voor aanslag­jaar 2023 naar ‑0,057%. Dat per­cent­age is nog steeds negatief en dus bedraagt het uitein­delijke tarief van de notionele inter­estaftrek nog steeds 0%.

Kmo’s geni­eten wel een ver­hoogd tarief, nl. 0,5% boven het basis­tarief. Dat is 0,443% voor aanslag­jaar 2023.

Bereken­ing van het NIA-tarief 

Het tarief van de notionele inter­estaftrek wordt berek­end op basis van het gemid­delde van de referte-index­en J met betrekking tot de lin­eaire oblig­aties (OLO’s) op 10 jaar van juli, augus­tus en sep­tem­ber van het voor­laat­ste jaar vóór het aanslag­jaar. Voor aanslag­jaar 2023 was dat dus het gemid­delde van de referte-index­en van juli 2021 (0,061), augus­tus 2021 (-0,121) en sep­tem­ber 2021 (-0,110), wat een gemid­delde geeft ‑0,057%.

Kleine ven­nootschap­pen (kmo’s) kri­j­gen een extraat­je van 0,5 %, zodat die voor aanslag­jaar 2023 een aftrek van 0,443% kun­nen toepassen. Voor deze regel wordt een kleine ven­nootschap gedefinieerd als een ven­nootschap met rechtsper­soon­lijkheid die op de bal­ans­da­tum van het laatst afges­loten boek­jaar niet meer dan één van vol­gende cri­te­ria over­schri­jdt (art. 1:24, §§1 – 6 van het WVV – Wet­boek van Ven­nootschap­pen en Verenigingen): 

jaargemid­delde van het per­son­eels­be­stand: 50 

jaaromzet, exclusief btw: 9 miljoen euro 

bal­ansto­taal: 4,5 miljoen euro.

Max­i­ma

Het nieuwe tarief mag nooit meer dan 1 pro­cent­punt afwijken van het tarief van het vorige aanslag­jaar.
Het per­cent­age mag ook nooit hoger zijn dan 3 % voor grote ven­nootschap­pen en 3,5 % voor kmo’s.
Geen van bei­de drem­pels werd dit jaar overschreden. 

Bereken­ing van het risicokapitaal

Om de basis van de notionele inter­estaftrek te bepalen, moet u kijken naar de gemid­delde toe­name van het eigen ver­mo­gen over een ter­mi­jn van vijf jaar. Dat wil zeggen: het risi­cokap­i­taal bedraagt 1/​5e van het posi­tieve ver­schil tussen het gecor­rigeerde eigen ver­mo­gen aan het einde van het boek­jaar zelf en het gecor­rigeerde eigen ver­mo­gen van het 5e vooraf­gaande boekjaar.

Begrot­ingscon­claaf

Eén van de maa­trege­len die de regering nam om het begrot­ing­steko­rt te financieren, is de notionele inter­estaftrek afschaf­fen voor de grote onderne­min­gen. Maar ver­mits de aftrek door de lage rente op oblig­aties de afgelopen jaren al ​‘0’ bedroeg, lijkt de impact van die maa­tregel beperkt te zijn.

Nu de rente op de over­hei­d­soblig­aties echter weer begint op te lopen, zit er wel degelijk een bespar­ing in voor de overheid.

Anderz­i­jds is het merk­waardig vast te stellen dat bij de invo­er­ing van de Bel­gis­che notionele inter­estaftrek, de maa­tregel met applaus werd onthaald. En net op het moment dat ook de Europese Unie de notionele inter­estaftrek als een economisch zin­volle maa­tregel gaat beschouwen, schaft Bel­gië die maa­tregel deels weer af.