Tarieven notionele interestaftrek voor aanslagjaar 2021 en 2022

Terug naar het overzicht

26 januari 2021

Tarieven notionele inter­estaftrek voor aanslag­jaar 2021 en 2022

Jaar­lijks wor­den de tarieven vast­gesteld van de notionele inter­estaftrek (NIA, aftrek voor risi­cokap­i­taal). In het Staats­blad van 8 decem­ber 2020 werd niet alleen het tarief bek­end gemaakt voor aanslag­jaar 2021, maar ook dat van aanslag­jaar 2022.

Dal­ing tegen­over aanslag­jaar 2020

Het basis­tarief van de aftrek voor risi­cokap­i­taal voor aanslag­jaar 2020 bedroeg 0,726%.
Dit basis­tarief gaat flink naar bene­den, zelfs in die mate dat het basis­tarief van de notionele inter­estaftrek zow­el voor aanslag­jaar 2021 als voor aanslag­jaar 2022, negatief is.

Voor aanslag­jaar 2021 bedraagt het basis­tarief “- 0,092%”.
Voor aanslag­jaar 2022 bedraagt het tarief “- 0,160%”.

Kmo’s geni­eten van een ver­hoogd tarief, nl. 0,5% boven het basis­tarief. Met andere woorden:

voor aanslag­jaar 2021: 0,408%

voor aanslag­jaar 2021: 0,340%.

Bereken­ing van het NIA-tarief

Het tarief van de notionele inter­estaftrek wordt sinds 2014 berek­end op basis van het gemid­delde van de referte-index­en J met betrekking tot de lin­eaire oblig­atie op tien jaar van juli, augus­tus en sep­tem­ber van het voor­laat­ste jaar vóór het aanslag­jaar. Voor aanslag­jaar 2022 waren dat het gemid­delde van de referte-index­en van juli 2020 (0,096), augus­tus 2020 (- 0,198) en sep­tem­ber 2020 (- 0,185) wat dus een negatief totaal geeft van — 0,160%.

Kleine ven­nootschap­pen (kmo’s) kri­j­gen daar­bij dus een extraat­je van 0,5% bij, zodat die voor het aanslag­jaar 2022 een aftrek van 0,340% kun­nen toepassen. Voor deze regel wordt een kleine ven­nootschap gedefinieerd als een ven­nootschap met rechtsper­soon­lijkheid die op bal­ans­da­tum van het laatst afges­loten boek­jaar, niet meer dan één van vol­gende cri­te­ria over­schri­j­den (artikel 1:24, §1 tot §6 WVV — wet­boek van ven­nootschap­pen en verenigingen):

jaargemid­delde van het per­son­eels­be­stand: 50

jaaromzet, exclusief btw: 9 miljoen euro

bal­ansto­taal: 4,5 miljoen euro.

Max­i­ma

Het nieuwe tarief mag nooit meer dan 1 pro­cent­punt afwijken van het tarief van het vorige aanslag­jaar. Het per­cent­age mag ook nooit hoger zijn dan 3% voor ​‘grote’ ven­nootschap­pen en 3,5% voor kmo’s.
Geen van bei­de drem­pels werd dit jaar overschreden.

Bereken­ing van het risicokapitaal

Om uw aftrek van notionele inter­estaftrek te bepalen, moet u kijken naar de gemid­delde toe­name van het eigen ver­mo­gen over een ter­mi­jn van vijf jaar. Dat wil zeggen: het risi­cokap­i­taal bedraagt één vijfde van het posi­tief ver­schil tussen het gecor­rigeerde eigen ver­mo­gen aan het einde van het boek­jaar zelf en het gecor­rigeerde eigen ver­mo­gen van het vijfde vooraf­gaande boekjaar.

Negatieve bedra­gen

Voor bei­de aanslag­jaren is de notionele inter­estaftrek voor gewone ven­nootschap­pen dus negatief. Bij de bek­end­mak­ing van de nieuwe tarieven op 8 decem­ber 2020 deelde de admin­is­tratie mee dat de min­is­ter van Finan­ciën een wet­saan­pass­ing zal voorstellen waar­door de aftrek voor risi­cokap­i­taal niet van toepass­ing is (of het tarief op nul gezet wordt) als het tarief negatief is.