Studentenarbeid naar 600 uur per jaar

Terug naar het overzicht

09 december 2022

Stu­den­te­nar­beid naar 600 uur per jaar

Stu­den­ten kun­nen gewoon deel­ne­men aan de arbei­ds­markt. Als werkgev­er en stu­dent bepaalde voor­waar­den naleven, gelden er voor stu­den­ten zelfs gun­stiger regels op het vlak van sociale zek­er­heid en op het vlak van fis­caliteit dan voor andere werkne­mers. De regering besliste eind okto­ber om dat gun­stregime nog verder uit te breiden.

Stu­den­ten

Een overeenkomst voor tew­erk­stelling van stu­den­ten is in eerste instantie een gewone arbei­dsovereenkomst. De overeenkomst wordt pas een echte stu­den­ten­overeenkomst als een reeks voor­waar­den wordt nageleefd. 

De eerste voor­waarde is dat de overeenkomst ges­loten wordt tussen een werkgev­er en een stu­dent. Maar wie is er een stu­dent? Vol­gens de over­heid is een stu­dent: elke per­soon die het hoofd­statu­ut van stu­dent heeft en die in een onder­wi­jsin­stelling mid­del­baar, hoger of uni­ver­si­tair onder­wi­js vol­gt, of die een exa­m­en voor­berei­dt voor de cen­trale examencommissie.

Het gaat dus om per­so­n­en die in eerste instantie stud­eren en die daar­naast, en ondergeschikt aan het stud­eren, ook arbeid ver­richt­en. Een werk­loze die bijs­tudeert, is geen stu­dent. Dat geldt ook voor ​‘stu­den­ten’ die in een avond­school zijn ingeschreven of die onder­wi­js met een beperkt leer­plan volgen.

Er is geen max­i­mum leefti­jdsvoor­waarde, maar er geldt wel een min­i­mum­leefti­jd: een stu­den­ten­overeenkomst kan enkel ges­loten wor­den met jon­geren vanaf 15 jaar of meer, die niet meer onder­wor­pen zijn aan de volti­jdse leer­plicht. Arbeid onder de 15 jaar is immers kinderarbeid.

Som­mige com­bi­naties van werken en stud­eren zijn niet toegelaten:

de werkgev­er en de stu­dent mogen niet op onon­der­bro­ken wijze sinds meer dan 12 maan­den ver­bon­den zijn door een arbei­dsovereenkomst; en

de stu­dent mag niet tegelijk onbe­zoldigde arbeid ver­richt­en in het kad­er van een stage die deel uit­maakt van het studieprogramma. 

Buiten­landse stu­den­ten die afkom­stig zijn uit een land van de Europese Economis­che Ruimte of uit Zwit­ser­land kun­nen ook een stu­den­ten­overeenkomst sluiten, zelfs als ze geen onder­wi­js vol­gen in Bel­gië of als ze hier niet verbli­jven. Voor de andere buiten­landse stu­den­ten gelden er bij­zon­dere regels. 

Overeenkomst

De werkgev­er en de stu­dent sluiten een gewone arbei­dsovereenkomst af. Er bestaan 4 types van overeenkom­sten, namelijk die van arbei­der, bedi­ende, han­delsverte­gen­wo­ordi­ger of dien­st­bode. Dat geldt even­zeer voor studenten.

Bij­zon­der is wel dat de de stu­den­ten­overeenkomst voor een bepaalde duur en schriftelijk moet wor­den opgesteld in twee exem­plaren. De stu­dent mag zelf zijn overeenkomst sluiten en opzeggen en (zijn loon in ont­vangst nemen) als hij 18 jaar is of ouder. 

Van de overeenkomst moet een kopie ges­tu­urd wor­den naar de dienst Toezicht op de Sociale Wet­ten en er moet ook een aangifte van tew­erk­stelling (DIMONA-aangifte) gedaan worden.

Een stu­den­ten­overeenkomst kan wor­den ges­loten, zow­el gedurende de schoolvakanties, als tij­dens het schooljaar.

Max­i­mum­du­ur

De Arbei­dswet voorzi­et niet in een max­i­mum­du­ur voor het sluiten van een dergelijke overeenkomst (zij het dat een stu­dent niet langer dan 12 maan­den onon­der­bro­ken bij dezelfde werkgev­er mag tew­erkgesteld zijn, want dan wordt het een gewone arbeidsovereenkomst).

Fis­caliteit en sociale zekerheid

Zit­ten we in een sit­u­atie waar stu­den­te­nar­beid is toege­lat­en, dan komen we al gauw bij de vraag hoe dat fis­caal en qua RSZ in mekaar zit.

Voor een bepaald aan­tal uren – het zoge­naamde con­tin­gent – gelden er bij­zon­dere regels.
Als het totaal aan­tal uren dat de stu­dent werkt bin­nen dat con­tin­gent bli­jft, dan is er geen sociale zek­er­heid ver­schuldigd, noch door de stu­dent-werkne­mer, noch door de werkgev­er. Er is wel een sol­i­dariteits­bi­j­drage ver­schuldigd van 5,42% voor de werkgev­er (+0,01% voor het Asbest­fonds) en 2,71% voor de stu­dent (wat wordt inge­houden op het brutoloon).

Op het vlak van fis­caliteit zijn er 3 ele­menten waarmee we bijkomend reken­ing moeten houden:

In the­o­rie is er gewoon per­so­n­en­be­last­ing ver­schuldigd op het loon, maar als de stu­dent het con­tin­gent niet over­schri­jdt, zal hij waarschi­jn­lijk niet méér ver­di­enen dan het belast­ingvri­je min­i­mum en is er in de prak­tijk dus geen belast­ing verschuldigd.

Er is wel bedri­jfsvoorheff­ing ver­schuldigd op het loon. Maar als het om een stu­dent gaat die bin­nen het con­tin­gent bli­jft, kan de werkgev­er een vri­jstelling toepassen.

Ten slotte, en wat soms wel eens ver­geten wordt, de stu­dent bli­jft een per­soon ten laste. Het inkomen dat hij ver­di­ent met zijn stu­den­te­nar­beid – in zoverre de arbeid beperkt bli­jft tot het con­tin­gent – wordt niet meegeteld om te oorde­len of de per­soon ten laste al dan niet eigen bestaans­mid­de­len heeft.

Con­tin­gent

Om het boven­staande gun­stregime te kun­nen geni­eten, moet het dus gaan om een stu­den­ten­overeenkomst en er zijn nog 2 extra voor­waar­den:
a) De stu­dent mag niet werken op de momenten dat hij ver­plicht aan­wezig moet zijn in de onder­wi­jsin­stelling;
b) De stu­dent mag niet méér werken dan 475 uren op jaarbasis.

En het is nu pre­cies dat laat­ste waarover op 28 okto­ber 2022 door de min­is­ter­raad beslist werd dat het best nog wat ruimer kan. De regering besliste namelijk om het quo­tum van 475 uren op te trekken tot 600 uren voor 2023 en 2024. Zij besliste ook dat die ver­hoging geë­val­ueerd wordt in 2024 om te zien of dat ver­hoogde quo­tum ook na 2024 nog mag gelden.