Rekening-courant: maximum rentevoet bekend

Terug naar het overzicht

19 maart 2021

Reken­ing-courant: max­i­mum rentevoet bekend

Als u als bedri­jf­slei­der een lening toekent aan uw ven­nootschap, dan moet uitk­ijken dat die lening niet grot­er is dan het eigen ver­mo­gen van de ven­nootschap noch dat de inter­est die u ont­vangt hoger is dan de “mark­trente”. Over­schri­jdt u één van die gren­zen, dan wordt dat over­schri­j­dend deel van de inter­est omgezet in dividend.

Van­waar deze antimisbruikbepaling?

De kwal­i­fi­catie “inter­esten” heeft enkele voorde­len op “div­i­den­den”. Toen deze bepal­ing tot stand kwam was het tarief van de roerende voorheff­ing op inter­esten (10%) lager dan dat van div­i­den­den (25%). Maar een belan­grijk­er voordeel is dat inter­esten voor de uitk­erende ven­nootschap een aftrek­bare kost vor­men, ter­wi­jl div­i­den­den niet aftrek­baar zijn. Door dus wat meer geld te lenen aan de ven­nootschap in plaats van het als kap­i­taal te storten, kon en kan u nog steeds belastin­gen vermijden.

De antimis­bruik­bepal­ing voorzi­et 2 gren­zen. Als u één of bei­de gren­zen over­schri­jdt, wor­den de inter­esten geherk­wal­i­ficeerd in div­i­den­den.
De eerste grens is het fis­caal eigen ver­mo­gen van de ven­nootschap. De wet omschri­jft dit als de som van de belaste reserves bij het begin van het belast­bare tijd­perk, ver­hoogd met het gestorte kap­i­taal op het einde van dat tijd­perk.
De tweede grens is de mark­trente. De rentev­er­goed­ing voor de reken­ing-courant of enige andere lening is “over­dreven” als ze hoger ligt dan de marktrente.

Wat is een over­dreven interest?

Met de her­vorm­ing van de ven­nootschaps­be­last­ing in 2017 werd de defin­i­tie van “mark­t­con­for­miteit” in de wet ingeschreven.

Inter­esten van niet-hypothe­caire lenin­gen zon­der wel­bepaalde loop­ti­jd (lees: de reken­ing-courant), zijn mark­t­con­form als ze niet hoger zijn dan de rentevoet die de Bel­gis­che mon­e­taire instellin­gen aan­reke­nen (de MFI-rentevoet) voor lenin­gen tot 1.000.000 euro met een vari­abel tarief en een ini­tiële rentev­aste peri­ode tot een jaar, ver­strekt aan niet-finan­ciële ven­nootschap­pen in novem­ber van het kalen­der­jaar vóór het kalen­der­jaar waarop de inter­esten betrekking hebben.
De wet voorzi­et bovenop die MFI-rentevoet een marge van 2,5%.

En voor 2021 is die grens …

De MFI-rentevoet voor novem­ber 2020 is vol­gens de Nationale Bank (NBB) gelijk aan 1,57%. Reken daar de marge van 2,5% bij, en dan komt u op een max­i­male rentevoet van 4,07%. Over 2020 bedroeg de max­i­male cred­itrente op een reken­ing-courant 4,06%. In de jaren daar­voor waren tarieven van 6% tot 8% niet ongebruikelijk.

Als u via uw reken­ing-courant een vorder­ing heeft op uw eigen ven­nootschap, dan zal de rente voor die ven­nootschap slechts aftrek­baar zijn als de rentevoet onder 4,07% blijft.