Overdracht van de familiezaak in coronatijden

Terug naar het overzicht

05 januari 2022

Over­dracht van de fam­i­lieza­ak in coronatijden

Bij over­dracht van een fam­i­lieza­ak kan u, mits u een rist voor­waar­den naleeft, schenkbe­last­ing of erf­be­last­ing ver­mi­j­den. Eén van de voor­waar­den is dat u de onderne­m­ing ‘onon­der­bro­ken verderzet’, maar dat was tij­dens de coro­nacri­sis niet zo evi­dent. Komt de min­is­ter te hulp?

Vri­jgestelde over­dracht van een famil­iale onderneming

Een schenk­ing van een onderne­m­ing is in principe onder­wor­pen aan de schenkbe­last­ing. En ook als een onderne­m­ing in de nalaten­schap zit, moet er in principe erf­be­last­ing betaald wor­den. Die schenk- of erf­be­last­ing kan best wel oplopen, en dat zou kun­nen beteke­nen dat de begiftigde of erf­ge­naam de onderne­m­ing van de hand moet doen om de belast­ing te kun­nen betalen.

Om dat te ver­mi­j­den, voer­den de drie gewest­en een bij­zon­der régime in voor de onderne­min­gen, zow­el op het vlak van schenkbe­last­ing als op het vlak van erf­be­last­ing. Voor het schenken van famil­iale onderne­min­gen en ven­nootschap­pen bestaat er in het Vlaamse Gewest een vri­jstelling van schenkbe­last­ing; wordt er niet geschonken, maar over­li­jdt de bedri­jf­slei­der, dan geldt er een ver­laagd tarief in de erfbelasting.

Vri­jstelling van schenkbelasting

Om de vri­jstelling van schenkbe­last­ing te geni­eten, moet een reeks voor­waar­den vervuld zijn op het ogen­blik van de schenk­ing. Zo geldt de vri­jstelling alleen voor famil­iale onderne­min­gen of famil­iale ven­nootschap­pen. We spreken van een famil­iale onderne­m­ing als de onderne­m­ing per­soon­lijk door de schenker of zijn echtgenoot of samen­wo­nende part­ner, al dan niet samen met anderen, wordt geëx­ploiteerd en uit­geoe­fend. Een famil­iale ven­nootschap is een ven­nootschap waar­van de schenker, samen met zijn fam­i­lie, eige­naar is.

De vri­jstelling geldt alleen voor de goed­eren die beroeps­matig zijn. Een won­ing is alti­jd uit­ges­loten van de vrijstelling.

Gaat het om een ven­nootschap, dan moet de schenker aan­de­len in volle eigen­dom hebben die het­z­ij min­stens 50% van de stem­recht­en in de ven­nootschap verte­gen­wo­ordi­gen, het­z­ij min­stens 30% van de stem­recht­en in de ven­nootschap verte­gen­wo­ordi­gen – dat laat­ste op voor­waarde dat de schenker samen met één andere aan­deel­houd­er aan­de­len in volle eigen­dom heeft die 70% van de stem­recht­en in de ven­nootschap verte­gen­wo­ordi­gen of hij, met twee andere aan­deel­houd­ers samen, aan­de­len in volle eigen­dom heeft die 90% van de stem­recht­en in de ven­nootschap vertegenwoordigen.

Pat­ri­mo­ni­umven­nootschap­pen en onderne­min­gen zon­der werke­lijke activiteit zijn uit­ges­loten. Een ven­nootschap wordt beschouwd als zon­der enige reële economis­che activiteit als de bezoldigin­gen, sociale las­ten en pen­sioe­nen (code 62 van de resul­taten­reken­ing) een per­cent­age van max­i­mum 1,5% van de totale acti­va (code 20⁄58 van de bal­ans) uit­mak­en, én de ter­reinen en gebouwen (code 22 van de bal­ans) meer dan 50% van de totale acti­va (code 20⁄58 van de bal­ans) uitmaken.

Er zijn echter ook enkele voor­waar­den die vervuld moeten wor­den gedurende een peri­ode van 3 jaar na de schenk­ing, namelijk:

De activiteit moet onon­der­bro­ken verdergezet worden.

De onroerende goed­eren van de onderne­m­ing die met het ver­min­derd tarief wer­den overge­dra­gen, mogen niet hoofdza­ke­lijk tot bewon­ing wor­den aangewend of bestemd.

Als het om een ven­nootschap gaat, mag die ven­nootschap geen ven­nootschap zon­der reële economis­che activiteit wor­den en het eigen ver­mo­gen mag niet dalen door uitk­erin­gen of terugbetalingen. 

Erf­be­last­ing

Inza­ke erf­be­last­ing geldt er een ver­min­der­ing; geen vri­jstelling. Het tarief bedraagt 3% als de erf­ge­naam een ver­wante in rechte lijn of part­ner van de erflater is. In alle andere gevallen wordt de net­towaarde van de verkri­jging belast aan 7%.
De voor­waar­den op het ogen­blik van het over­li­j­den zijn ongeveer gelijk aan die bij een vri­jstelling van schenkbe­last­ing. En net als bij de schenkbe­last­ing moeten er ook 3 jaar na het over­li­j­den nog een reeks voor­waar­den nageleefd wor­den. Dezelfde als bij de schenkbelasting.

Covid-19

Coro­na heeft impact gehad op de activiteit­en van zowat alle onderne­min­gen. Som­mige onderne­mers hebben effec­tief hun onderne­m­ing een tijd­je moeten stil­leggen. Anderen hebben per­son­eel moeten lat­en gaan (al dan niet op tijdelijke werk­loosheid gezet). 

Een stopzetting van de activiteit­en, zelfs tijdelijk, doorkruist het onon­der­bro­ken voortzetten van een­zelfde of gelijk­waardi­ge economis­che activiteit. Dat zou dus beteke­nen dat de gun­stregeling vervalt.

Ook door per­son­eel te lat­en gaan, dreigt de ven­nootschap, een ven­nootschap zon­der reële economis­che activiteit te wor­den. Immers, naast de voor­waarde van max­i­mum 50% gebouwen en ter­reinen, mogen de bezoldigin­gen, sociale las­ten en pen­sioe­nen niet lager zijn dan, of gelijk zijn aan 1,5 % van de totale acti­va. Aan deze loon­lastvoor­waarde is dus mogelijk­er­wi­jze niet meer voldaan. Vergeet niet dat de loon­lastvoor­waarde ook wordt gecheckt op het ogen­blik van schenk­ing of over­li­j­den, zodat er op dat moment al even­goed een prob­leem kan zijn.

Vlaams min­is­ter van Finan­ciën, Matthias Diepen­daele, werd daarover ondervraagd in het Vlaams Par­lement. De min­is­ter antwo­ordde alvast dat de con­tin­uïteitsvoor­waarde geen prob­leem kan vor­men. Ook bij een tijdelijke, ver­plichte of vri­jwillige sluit­ing bli­jft een onderne­m­ing wel degelijk onon­der­bro­ken voortbestaan, behoudt ze haar onderne­m­ingsnum­mer, bli­jft haar web­site actief, wordt de coro­nas­te­un opgenomen in de boekhoud­ing, enz. 

Wat de loon­lastvoor­waarde betre­ft, wijst de min­is­ter erop dat er een dubbele voor­waarde is om te kun­nen spreken van een ven­nootschap zon­der reële economis­che activiteit: de ter­reinen en gebouwen mogen niet meer dan 50% uit­mak­en van het totaal actief, én de loon­last mag niet lager zijn dan, of gelijk zijn aan 1,5% van de totale acti­va. Als de ter­reinen en gebouwen niet meer dan 50% uit­mak­en van het actief, is de lagere loon­last geen issue meer.

Enkel als aan bei­de voor­waar­den voldaan is, kan er een prob­leem zijn, maar dan nóg heeft u vol­gens de min­is­ter de mogelijkheid om aan te tonen dat de onroerende goed­eren in de ven­nootschap wor­den aangewend voor de economis­che activiteit en dat het dus niet gaat om een privé­pat­ri­mo­ni­um in een ven­nootschap. En dan zal er wel nog sprake zijn van een reële economis­che activiteit.

U kan zich trouwens ook beroepen op overmacht.

Voor bedri­jf­slei­ders die hun ven­nootschap in de toekomst willen schenken, maar die op het moment van de schenk­ing, door coro­na, niet vol­doen aan de loon­lastvoor­waarde, geldt dezelfde redener­ing. Als bei­de voor­waar­den voor uit­sluit­ing voldaan zijn, kan de bedri­jf­slei­der nog alti­jd aan­to­nen dat de onroerende goed­eren in de ven­nootschap geen pri­vate goed­eren zijn en zij dien­stig zijn voor de onderneming.