Onderhoudsuitkeringen: teveel betalen is ook niet goed

Terug naar het overzicht

25 oktober 2022

Onder­houd­suit­k­erin­gen: teveel betal­en is ook niet goed

Onder­houd­suit­k­erin­gen aan de ex-echtgenoot of aan kinderen zijn aftrek­baar. Maar dan moeten er wel enkele voor­waar­den nageleefd wor­den. Maar zelfs als alle voor­waar­den nageleefd zijn, mag de onder­houd­splichtige toch niet zomaar alle som­men in aftrek brengen.

Onder­houds­geld

Onder­houd­suit­k­erin­gen zijn fis­caal voor 80 % aftrek­baar, mits 4 voor­waar­den wor­den nageleefd.
Die voor­waar­den zijn:

de betalin­gen kaderen in uitvo­er­ing van de ver­plichtin­gen die zijn voorgeschreven in het Burg­er­lijk of Gerechtelijk Wet­boek (of in een gelijkaardi­ge buiten­landse wet);

de betalin­gen gebeuren regelmatig;

de onder­houds­gerechtigde maakt geen deel uit van het gezin van de onder­houd­splichtige; en

de betalin­gen door wor­den aange­toond met bewijsstukken.

In principe is er geen von­nis van de rechter of geen geschreven doc­u­ment nodig, hoewel dat in de prak­tijk natu­urlijk wel aangewezen is aangezien de belast­ing­plichtige moet kun­nen aan­to­nen dat hij een onder­houd­splicht heeft en hij die nakomt door de afge­spro­ken onder­houd­suit­k­erin­gen te betalen.

Het lev­en wordt duurder

Het is ook niet onge­bruike­lijk dat, naar­mate de tijd vordert en de kinderen oud­er wor­den, de onder­houd­splichtige meer geld zal storten. Het lijkt logisch om de uitk­erin­gen mee te lat­en evolueren met de lev­ens­du­urte of om aan­passin­gen te doen op het ogen­blik dat het kind verder ontwikkelt (zoon- of dochter­lief gaat zich bv. inschri­jven aan de universiteit).

In een recente casus betaalde een belast­ing­plichtige onder­houds­gelden aan zijn ex-vrouw en aan zijn twee min­der­jarige kinderen. De con­crete afsprak­en waren vast­gelegd in het echtschei­d­ingsvon­nis. De man boert goed en na enkele jaren heeft hij de mogelijkheid om aan de kinderen, bovenop de afge­spro­ken som­men, nog bijkomende bedra­gen te storten voor kosten zoals schoolo­plei­d­ing en ontspan­ning (paar­den­sport). De belast­ing­plichtige brengt 80% van de totaal betaalde som in zijn aangifte in.

Omdat dit meer was dan wat voorzien was in het echtschei­d­ingsvon­nis ver­w­erpt de con­troleur de aftrek van het over­schri­j­dende gedeelte.

Wet­telijke verplichting

De zaak komt voor het Hof van Beroep van Antwer­pen, dat onder­zoekt of de wet­telijke aftrekvoor­waar­den vervuld zijn. En regel één daar­bij is dat de onder­houd­suit­k­erin­gen betaald zijn ter uitvo­er­ing van een wet­telijke ver­plicht­ing. Het is de belast­ing­plichtige die dat moet bewijzen.

Aan de ene kant hebben we artikel 203, §1 van het oud Burg­er­lijk Wet­boek, dat han­delt over de mater­iële onder­houd­splicht (voed­ing, huisvest­ing, ver­zorg­ing, medis­che ver­zorg­ing, ), maar ook over de morele onder­houd­splicht (het ver­schaf­fen van opvoed­ing en oplei­d­ing aan het kind, toezicht, ).

Aan de andere kant is er artikel 203bis, §3 van datzelfde wet­boek, dat een onder­scheid maakt tussen de gewone kosten en de buitenge­wone kosten. De gewone kosten zijn alle gebruike­lijke kosten met betrekking tot het dagelijkse onder­houd van het kind. De buitenge­wone kosten zijn de uit­zon­der­lijke, noodza­ke­lijke of onvoorzien­bare uit­gaven die voortvloeien uit toe­val­lige of onge­wone gebeurtenis­sen en die het gebruike­lijke bud­get voor het dagelijks onder­houd van het kind overschrijden.

De mater­iële onder­houd­splicht van artikel 203, §1 van het Burg­er­lijk Wet­boek gaat vol­gens het Hof verder dan het ver­schaf­fen van het lev­en­snoodza­ke­lijke. Het Hof meent dat de oud­ers het kind moeten onder­houden in ver­houd­ing tot hun eigen finan­ciële posi­tie. Een kind van rijkere oud­ers kan met andere woor­den wel wat meer verwacht­en van zijn oud­ers dan een kind uit een min­der begoed gezin.

Maar het hof meent ook dat daar gren­zen aan zijn. Het moet nog steeds gaan om kosten met betrekking tot ‘huisvest­ing, lev­en­son­der­houd, opvoed­ing en oplei­d­ing’. Andere kosten vallen niet onder de onder­houd­splicht van de oud­ers en moeten beschouwd wor­den als vrijgevigheden.

In de echtschei­d­ingsak­te waren de oud­ers overeengekomen wat beschouwd moest wor­den als gewone kosten en wat als buitenge­wone kosten, en hoe deze tussen de ex-echtgenoten zouden wor­den omgedeeld. Vol­gens die akte zouden de gewone kosten ten laste zijn van de oud­er bij wie de kinderen gedurende die peri­ode verbleven. De akte omschri­jft de gewone kosten als de uit­gaven inza­ke huisvest­ing, lev­en­son­der­houd, toezicht, opvoed­ing, ontspan­ning en vri­jeti­jds­beste­d­ing, sport­beoe­fen­ing en oplei­d­ing. Het aan­deel van de belast­ing­plichtige in die kosten kan als aftrek­baar ali­men­tatiegeld aan­vaard worden.

De uit­gaven met betrekking tot de uitoe­fen­ing van de hobby’s van bei­de kinderen, zijn vol­gens het Hof al ver­vat zijn in de ‘gewone’ kosten. Het hof ver­w­erpt de aftrek van de bijkomende ali­men­tatiegelden omdat het meent dat de ver­goed­ing van de ‘gewone kosten’ zich niet uit­strekt tot ​‘verzuchtin­gen van louter lux­ueuze aard’.

Hob­by is luxe ?

Dit is een erg streng arrest, want er is heel wat andere recht­spraak die dergelijke bijkomende betalin­gen voor de hobby’s van de kinderen wél toe­laat. Wellicht speelt het feit mee dat gehuwde of samen­wo­nende oud­ers die de dure hob­by van hun kinderen bekosti­gen, daar geen fis­cale tege­moetkom­ing voor kri­j­gen. Zou je de aftrek van dergelijke dure hobby’s toe­lat­en als aftrek­bare onder­houds­gelden, dan zouden geschei­den oud­ers op het einde van de reken­ing er beter aan toe zijn dan oud­ers die gehuwd blijven.