Nieuwe effectentaks boven het doopvont

Terug naar het overzicht

11 december 2020

Nieuwe effecten­taks boven het doopvont

Op 4 novem­ber jl. ver­raste de regering vriend en vijand met een bericht in het Staats­blad. Dat bericht betrof de invo­er­ing van de jaar­lijkse taks op effecten­rekenin­gen. Het kwam er om belast­ing­plichti­gen in snel­heid te pakken.

Pro­gram­mawet

Op 2 novem­ber 2020 keurde de Min­is­ter­raad een vooron­twerp van wet goed dat een jaar­lijkse taks op de effecten­rekenin­gen invo­ert. Dat vooron­twerp moest nog een ganse legistieke pro­ce­dure door­lopen maar door het bericht in het Staats­blad kon de regering de inwerk­ingtred­ing van de maa­tregel al vast­leggen op 30 okto­ber 2020.
Dit zoge­naamde “announce­ment­principe” werd in het verleden al gebruikt voor belast­ingver­hogin­gen. De regering ver­mi­jdt op die manier dat belast­ing­plichti­gen hun zaak­jes nog rege­len van zodra ze ongeveer op de hoogte zijn van de con­touren van de nieuwe wet.

Modaliteit­en

De jaar­lijkse taks wordt geheven op alle effecten­rekenin­gen die wor­den aange­houden door natu­urlijke per­so­n­en (inwon­ers en niet-inwon­ers), eve­nals effecten­rekenin­gen aange­houden door rechtsper­so­n­en onder­wor­pen aan de ven­nootschaps­be­last­ing, de rechtsper­so­n­en­be­last­ing of aan de belast­ing der niet-inwon­ers.
De belast­ing is dus mogelijk ook ver­schuldigd door bijvoor­beeld uni­ver­siteit­en en vakbonden.

De belast­bare grond­slag van de belast­ing is de gemid­delde waarde van de belast­bare finan­ciële instru­menten die wor­den aange­houden op die effecten­reken­ing. De taks is maar ver­schuldigd als de gemid­delde waarde meer bedraagt dan 1.000.000 euro.
Als die 1.000.000 euro bereikt wordt, is er meteen een taks van 0,15% ver­schuldigd op 1.000.000 euro. Daar­boven is het tarief 10%.

Antimis­bruik­bepalin­gen

De pro­gram­mawet zal ook bepalin­gen bevat­ten die moeten belet­ten dat de belast­ing­plichtige via bepaalde truc­jes aan de belast­ing ontsnapt.

Zo zal de fis­cus de splits­ing van een effecten­reken­ing mogen negeren. Het gaat dan om het ver­plaat­sen van effecten naar één of meerdere rekenin­gen bij dezelfde finan­ciële tussen­per­soon of naar rekenin­gen bij een andere finan­ciële tussen­per­soon met de bedoel­ing te ver­mi­j­den dat de totale waarde van de effecten op één reken­ing meer bedraagt dan 1 miljoen euro.
Ook het ope­nen van effecten­rekenin­gen waar­bij u de effecten sprei­dt tussen rekenin­gen bij dezelfde finan­ciële tussen­per­soon of bij een andere finan­ciële tussen­per­soon valt daar onder.

Als u, telkens met de bedoel­ing om aan de taks te ontsnap­pen, aan­de­len, oblig­aties en andere belast­bare finan­ciële instru­menten omzet op naam (waar­door ze niet langer op een effecten­reken­ing wor­den aange­houden) mag de fis­cus dat ook negeren.

Ten slotte zal de fis­cus er op toe zien dat u de effecten­reken­ing niet over­brengt naar een buiten­landse rechtsper­soon die de effecten over­plaatst naar een buiten­landse effecten­reken­ing of dat u de effecten­reken­ing onder­brengt in een fonds waar­van de deel­be­wi­jzen op naam wor­den geplaatst.

De wet­gev­er ver­moedt in die gevallen dat u de trans­ac­tie stelde om belastin­gen te ontwijken maar het is u wel toeges­taan te bewi­jzen dat u een andere reden had om de han­del­ing (omzetting, splits­ing, over­dracht naar het buiten­land, …) te stellen.

Inwerk­ingtred­ing

Door nu al aan te kondi­gen dat de nieuwe taks met terug­w­erk­ende kracht van toepass­ing zal zijn vanaf 30 okto­ber 2020, wil de regering ver­mi­j­den dat de belast­ing­plichtige nog anticiperende han­delin­gen stelt waar­door hij de belast­ing nog zou ontwijken.
De datum van 30 okto­ber 2020 werd gekozen omdat dat de datum is “waarop in de media uitvo­erig over die taks werd bericht”.

Oude wijn in nieuwe zakken?

Bij­na exact een jaar vóór de aankondig­ing van deze taks verni­etigde het Grondwet­telijk Hof de effecten­taks die in 2018 werd ingevoerd.

Die oude effecten­taks werd geheven op effecten­rekenin­gen (in bin­nen- of buiten­land) en bedroeg 0,15% van de gemid­delde waarde van de belast­bare finan­ciële instru­menten op die effectenrekening(-en) in de mate dat die waarde 500.000 euro of meer bedraagt.
Er waren een ganse reeks “effecten” vri­jgesteld van de taks zoals vast­goed­cer­tifi­cat­en, the­sauriebe­wi­jzen, aan­de­len op naam, …

Het Grondwet­telijk Hof verni­etigde die effecten­taks toen om twee rede­nen. In eerste instantie omdat bepaalde beleg­gin­gen (zoals afgelei­de finan­ciële instru­menten) niet meegeteld wer­den (daar bestond geen objec­tieve en gegronde reden voor) en omdat buiten­landse banken in Bel­gië een ​‘aansprake­lijke verte­gen­wo­ordi­ger’ moesten aan­duiden voor de inning van de taks (wat een belem­mer­ing vormt voor de toe­gang van die banken tot de Bel­gis­che finan­ciële markt).

De min­is­ter van Finan­ciën verzek­erde dat deze prob­le­men in de nieuwe pro­gram­mawet zullen aangepakt wor­den. De nieuwe effecten­taks is dus wel een beet­je oude wijn in nieuwe zakken. De vraag is vooral of de nieuwe zakken beter sluiten dan de oude…