Nieuwbouw of verbouwing: 21% of 6% btw

Terug naar het overzicht

07 april 2020

Nieuw­bouw of ver­bouwing: 21% of 6% btw

Een grondi­ge ver­bouwing kan voor btw-doelein­den beschouwd wor­den als een nieuw­bouw. Voor de par­ti­c­uliere bouwheer betekent dat een ver­schil in kost­pri­js van 15%! Daarom is het belan­grijk te weten hoev­er u mag gaan met de afbraak vóór de heropbouw.

De voor­waar­den

Voor ver­bouwin­gen en ren­o­vatiew­erken kan een btw-tarief van toepass­ing zijn van 6% in plaats van de gebruike­lijke 21%. Om dat tarief toe mogen passen moeten enkele voor­waar­den vervuld zijn, nl.

de won­ing moet min­stens 10 jaar oud zijn;

de werkza­amhe­den betr­e­f­fen de omvorm­ing, ren­o­vatie, reha­bil­i­tatie, ver­be­ter­ing, her­stelling of het onder­houd; en

de bouwheer is de eindverbruiker.

Voor welke werkza­amhe­den kan u zoal van het ver­laagd tarief genieten?

Zowat alles wat te mak­en heeft met water­lei­d­ing, rio­ler­ing, cv, kachels, … Ook elek­triciteit en elek­trische instal­laties maar hou er dan reken­ing mee dat die instal­latie vast­ge­maakt of ingew­erkt moeten zijn in het gebouw. Een armatu­ur kan aan 6% geïn­stalleerd wor­den als het ingew­erkt is. Zo niet is het 21%.

Verder ook de iso­latie van een won­ing, keukenkas­ten, bad­kamerkas­ten, … Inbouw­toestellen zoals een oven, koelka­st, vaat­was­ma­chine vallen alti­jd onder het btw-tarief van 21%.
Bij ver­bouwin­gen aan de buitenkant van de won­ing denken we bijvoor­beeld aan het vernieuwen van de voorgev­el, mos ver­wi­jderen, her­voe­gen, luiken of rol­luiken plaat­sen, een veran­da, ter­ras, garage bij de won­ing. Maar tuinaan­leg, afs­luitin­gen, de aan­leg van een zwem­bad, een ter­ras los van de won­ing, … zijn uitgesloten.

Gewone “huishoudelijke” reinig­ing van een won­ing valt er ook niet onder. Maar het veg­en van schoorste­nen, het ontstop­pen van riolen en lei­din­gen en onder­houdswerken aan liften en aan instal­laties voor cen­trale ver­warm­ing, kun­nen wel onder het ver­laagd tarief vallen.

Opgelet: u kan het ver­laagd tarief enkel kri­j­gen voor werkza­amhe­den aan uw hoofd­verbli­jf­plaats, dus niet aan uw tweede verblijf.

Wan­neer wordt de ver­bouwing een nieuwbouw?

Een heikel punt is natu­urlijk als u een bestaande won­ing grondig ren­oveert. Op welk moment spreken we nog van ren­o­vatie of ver­bouwing en wan­neer wordt het een nieuw­bouw?
De belastin­gad­min­is­tratie zal geen moeite hebben met de kwal­i­fi­catie ​‘ver­bouwing’ als u de ren­o­vatiew­erken uitvo­ert op oude dra­gende muren (meer in het bij­zon­der de buiten­muren) of, meer alge­meen, op de wezen­lijke ele­menten van de struc­tu­ur van het te ren­ov­eren gebouw. Ook als u de won­ing omvormt door nieuwe vertrekken toe te voe­gen of door uit te brei­den (zow­el aan de bin­nen- als aan de buitenkant) kan u van het 6% tarief genieten.

Maar de bouwheer die een bestaande gebouw afbrak tot boven de kelder om het ver­vol­gens weer op te bouwen had geen recht op het 6%-tarief omdat het vol­gens de fis­cus en de recht­bank om een nieuw­bouw ging. Het feit dat de gev­el opnieuw werd opgetrokken in dezelfde sti­jl en met dezelfde ste­nen kon de rechter niet ver­mur­wen.
De fis­cus verk­laarde zich wel akko­ord met de toepass­ing van het ver­laagd tarief voor een ven­nootschap die een bedri­jf­s­ge­bouw (oud­er dan 30 jaar) had aangekocht en de twee verdiepin­gen omvor­mde in twee apparte­menten. Maar de toevoeg­ing van een derde verdieping voor een derde apparte­ment werd wel als nieuw­bouw beschouwd.

Bijbouwen mag maar … Een geval waar de nieuwe opper­vlak­te van het gebouw meer bedroeg dan 50 % van de vóór de werken berek­ende opper­vlak­te werd door de recht­bank als een volledig nieuwe con­struc­tie gek­wal­i­ficeerd.
Bij verniel­ing van een gebouw gelden eigen­lijk dezelfde regels. Voor een gebouw dat hele­maal afbrandt en volledig heropge­bouwd moet wor­den, kan het tarief van 6% niet ingeroepen wor­den. Bij een gedeel­telijke verniel­ing kan dat wel (als alle andere voor­waar­den ook voldaan zijn uiteraard).

U zou kun­nen con­clud­eren dat afbraak­w­erken bij­na per defin­i­tie uit­ges­loten zijn van het ver­laagd tarief maar dat is niet zo. Als die afbraak­w­erken noodza­ke­lijk zijn voor werken die van het 6%-tarief kun­nen geni­eten, dan komen ook die afbraak­w­erken voor dat tarief in aanmerking.

De bouwver­gun­ning ver­raadde de bedoeling

Eind 2011 vroeg A een bouwver­gun­ning voor de ver­bouwing van een won­ing waarin een brand had gewoed. De afbraak­w­erken wer­den hem gemakke­lijk gemaakt: door een storm in jan­u­ari 2012 stortte een deel van een muur en van het dak in. In april 2012 verkreeg A de ver­gun­ning. Omwille van insta­biliteit werd de muur afge­bro­ken tot op de eerste laag bakstenen.

De fis­cus weigerde de toepass­ing van het ver­laagd tarief omdat het vol­gens hen ging om een herop­bouw en niet om een ver­bouwing. Daar­bij haalde ze de bouwver­gun­ning aan: de ver­gun­ning werd ver­leend voor “het opricht­en van een won­ing en car­port na slopen van restanten van een bestaande won­ing”. De instort­ing van de muur was niet rel­e­vant want A zou al van bij het begin de inten­tie gehad hebben om een nieuwe won­ing op te trekken.

Zow­el in eerste instantie als in beroep kri­jgt A ongelijk: de bouwver­gun­ning en externe adviezen ver­melden duidelijk ​“het opricht­en van een won­ing en car­port na slopen van restanten van een bestaande won­ing” en mak­en geen gewag van ver­bouwingswerken. A slaagt er niet in om aan te tonen dat hij de inten­tie had om enkel maar te verbouwen.

Maar het hof van beroep van Gent leert ons meteen nog een belan­grijke les: Voor de toepass­ing van het juiste btw-tarief doet het er niet toe waarom de vroegere muren en het dak moeten afge­bro­ken en/​of ver­van­gen wor­den. Wan­neer een gebouw prak­tisch volledig wordt ges­loopt kan niet meer gespro­ken wor­den van een ver­bouwing, maar gaat het om een nieuw­bouw met 21% btw.