Moratoriuminteresten: als u belastingen terugkrijgt

Terug naar het overzicht

17 februari 2020

Mora­to­ri­u­minter­esten: als u belastin­gen terugkrijgt

In 2017 en 2019 wijzigde de wet­gev­er de regels voor de bereken­ing van mora­to­ri­u­minter­esten. Dat zijn inter­esten waarop u recht heeft als u ten onrechte som­men betaalde aan de fis­cus. Maar u moet wel op uw tellen letten.

Inge­brekestelling of aan­man­ing vereist

Sinds 1 jan­u­ari 2018 moet u, om mora­to­ri­u­minter­esten te kri­j­gen bij laat­ti­jdi­ge terug­be­tal­ing van belastin­gen en terug­be­tal­ing van ten onrechte geïnde belastin­gen, de fis­cus in gebreke stellen. Dat is niet anders dan wat u met een klant zou doen die niet betaalt.

Maar de inge­brekestelling of aan­man­ing om terug te betal­en kan aller­lei vor­men aan­nemen in fis­caliteit. Eigen­lijk komt het er ongeveer op neer dat van zodra u vraagt om ten onrechte geïnde belastin­gen terug te betal­en, u zo’n aan­man­ing heeft ver­zon­den. De meest voorkomende vorm van inge­brekestelling zal daarom wellicht zijn, het indi­enen van een bezwaar. Als u niet akko­ord bent met de aanslag moet u dus, naast het bezwaar, niet nog eens een extra brief schri­jven om mora­to­ri­u­minter­esten te lat­en lopen.

Vanaf wan­neer?

U bent als belast­ing­plichtige niet akko­ord met de aanslag en u dient een bezwaar in. U kan trouwens ook een bezwaar indi­enen tegen een foutieve aanslag als de fout bij u lag en niet bij de fis­cus.
De mora­to­ri­u­minter­esten begin­nen dan te lopen vanaf de eerste van de maand vol­gend ofwel op het bezwaar, ofwel op de betal­ing van de belast­ing. Want uit­er­aard kan u maar mora­to­ri­u­minter­esten kri­j­gen op belastin­gen die u moet terugkri­j­gen … niet op wat u nog niet betaald heeft.

Bijvoor­beeld: u kri­jgt een aanslag van 1.000 euro toeges­tu­urd op 15 maart 2019. In principe heeft u dus 2 maan­den om te betalen.

Stel dat u een bezwaarschrift indi­ent op 15 april en de belast­ing betaalt op 15 mei. De mora­to­ri­u­minter­esten lopen dan vanaf 1 juni (de eerste van de maand na de betaling).

Stel dat u betaalt op 15 mei en uw bezwaar indi­ent op 15 juli 2019 (u heeft 6 maan­den), dan lopen de mora­to­ri­u­minter­esten vanaf 1 augus­tus 2019 (de eerste van de maand na het indi­enen van het bezwaar).

U kan een bezwaar indi­enen in aller­lei vor­men: een aangetek­ende brief, gewone brief, fax, mail of via MyMin­fin van de FOD Finan­ciën. Maar om geldig te zijn moet een bezwaarschrift schriftelijk gebeuren. Is uw bezwaarschrift ongeldig, dan kan het ook de mora­to­ri­u­minter­esten niet lat­en starten. Stel dat de fis­cus zelf tot de vast­stelling komt dat zij een fout hebben gemaakt, dan zullen er om die reden dan ook geen mora­to­ri­u­minter­esten betaald worden.

Gaat het om het laat­ti­jdig terug­be­tal­en van belastin­gen (bijvoor­beeld als u geld terugkri­jgt van de fis­cus, dan moeten zij dat bin­nen de 2 maan­den doen), dan zal u wel een uit­drukke­lijke inge­brekestelling moeten opstellen om uw recht op mora­to­ri­u­minter­esten te lat­en starten.

Tot wan­neer?

De mora­to­ri­u­minter­esten begin­nen te lopen vanaf de eerste van de maand na de aan­man­ing, maar de maand waarin de terug­be­tal­ing gebeurt wordt niet meegerek­end. Als de fis­cus u niet kan terug­be­tal­en omdat zij uw gegevens niet meer hebben (wat wel eens voorkomt als de belast­ing­plichtige over­leed en de erf­ge­na­men de zaak verder zetten), dan wor­den de mora­to­ri­u­minter­esten geschorst en begin­nen ze pas terug te lopen vanaf de 2de maand nadat de fis­cus wel de noodza­ke­lijke gegevens heeft.

Wan­neer niet?

Er zijn een reeks sit­u­aties waar­bij de fis­cus geen mora­to­ri­u­minter­esten zal terug­be­tal­en. Namelijk:

De mora­to­ri­u­minter­esten bedra­gen min­der dan 5 euro per maand.

De terug­be­tal­ing heeft betrekking op een boete of een belastingverhoging.

De terug­be­tal­ing heeft betrekking op het over­schot van bedri­jfsvoorheff­ing, roerende voorheff­ing of vooraf­be­talin­gen aan de verkri­jger van de inkomsten.

De terug­be­tal­ing betre­ft te veel gestorte voorafbetalingen.

Hoeveel?

De rentevoet was jaren­lang 7%. Sinds 1 jan­u­ari 2018 is de rentevoet afhanke­lijk van het tarief van de lin­eaire oblig­aties (over­hei­d­soblig­aties) op 10 jaar zon­der dat ze lager mogen zijn dan 2% en zon­der dat ze hoger mogen zijn dan 8%. De rentevoet van nalatighei­dsin­ter­esten (inter­esten die u moet betal­en omdat u te laat uw belastin­gen betaalt) ligt 2% hoger dan die van de mora­to­ri­u­minter­esten.
Gelet op de lage rentevoeten van deze over­hei­d­soblig­aties bedraagt de rentevoet voor mora­to­ri­u­mintresten momenteel 2%.

Is uw zaak al van vóór 2018 ter dis­cussie, dan heeft u eventueel recht op mora­to­ri­u­minter­esten aan 7% tot 31 decem­ber 2017 en daar­na aan 2%.