Misbruik van vennootschapsgoederen die frauduleus werden verworven

Terug naar het overzicht

08 februari 2020

Mis­bruik van ven­nootschaps­goed­eren die fraud­uleus wer­den verworven

Mis­bruik van ven­nootschaps­goed­eren is geen ven­nootschap­srechtelijk issue. Het is een mis­dri­jf dat strafrechtelijk wordt benaderd. Slachtof­fers van zo’n mis­bruik van ven­nootschaps­goed­eren kun­nen zich burg­er­lijke par­tij stellen om schade­v­er­goed­ing te kri­j­gen. Maar wat is de waarde van fraud­uleus ver­wor­ven vennootschapsgoederen?

Welke mis­bruiken?

De defin­i­tie van mis­bruik van ven­nootschaps­goed­eren vin­den we terug in artikel 492bis van het Strafwet­boek. Het wordt er omschreven als de sit­u­atie waar­bij “de bestu­ur­ders, in feite of in rechte, van burg­er­lijke en han­delsven­nootschap­pen, alsook van verenigin­gen zon­der win­stoog­merk, die met bedrieglijk opzet en voor per­soon­lijke recht­streekse of indi­recte doelein­den gebruik hebben gemaakt van de goed­eren of van het kredi­et van de rechtsper­soon, hoewel zij wis­ten dat zulks op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de ver­mo­gens­be­lan­gen van de rechtsper­soon en van die van zijn schuldeis­ers of vennoten”.

Deze omschri­jv­ing is erg ruim. De poet­svrouw tew­erkgesteld door de ven­nootschap die ook bij u thuis komt poet­sen, is in the­o­rie even­goed mis­bruik van ven­nootschaps­goed­eren als de bestu­ur­der die acti­va van zijn ven­nootschap te goed­koop verkoopt aan een derde om van die derde per­soon­lijke voorde­len te verkrijgen.

Alge­meen wordt aangenomen dat er sprake is van mis­bruik van ven­nootschap als er 5 voor­waar­den voldaan zijn.

In eerste instantie moet het gaan om mis­bruik door bestu­ur­ders, in rechte of in feite (bv. een per­son­eel­slid dat in werke­lijkheid bestu­urs­daden stelt).

Ten tweede: het mis­bruik moet betrekking hebben op goed­eren al dan niet in eigen­dom van de ven­nootschap (bijvoor­beeld als de ven­nootschap optreedt als borg voor een per­soon­lijke lening van de bestu­ur­der) of op de goede naam (het kredi­et) van de vennootschap.

De derde voor­waarde is dat de rechtsper­soon nadeel heeft onder­von­den van het mis­bruik, en dat nadeel moet door­w­erken tot op het niveau van de schuldeis­ers of de ven­noten. (bijvoor­beeld omdat de solv­abiliteit van de ven­nootschap daalt.

Ten vierde: de bestu­ur­der heeft het mis­bruik gesteld met het oog op een per­soon­lijk voordeel.

Ten slotte moet het bedrieglijk opzet bewezen zijn.

Mis­bruik is niet noodza­ke­lijk ​‘actief’

U zou uit de defin­i­tie kun­nen aflei­den dat er maar sprake is van mis­bruik als de bestu­ur­der ook effec­tief daden stelt waarmee de ven­nootschap benadeeld wordt.
Maar het Hof van Cas­satie oordeelde in 2015 dat ook een onthoud­ing of een verzuim om te han­de­len, mis­bruik kan uit­mak­en. Als de bestu­ur­der niet opeist waar de ven­nootschap recht op heeft om hier zelf een voordeel uit te halen (hij is bijvoor­beeld aan­deel­houd­er van de schulde­naar) is daar een voor­beeld van.

Fraud­uleus ver­wor­ven vennootschapsgoederen

Een andere vraag die onlangs aan het Hof van Cas­satie werd voorgelegd betrof een ven­nootschap die vol­gens haar maatschap­pelijk doel een medisch admin­is­tratiekan­toor moest zijn maar die in werke­lijkheid dien­sten ver­leende als belast­ing­con­sulent en accoun­tant.
Een aan­deel­houd­er die hier niet akko­ord mee ging ver­vol­gde de bestu­ur­ders omdat zij vol­gens hem de goed­eren en het kredi­et van de ven­nootschap mis­bruik­ten om er de activiteit van accountant/​belastingconsulent mee uit te oefenen.

Het hof van beroep was daar niet mee akko­ord: het cliën­teel dat gecreëerd werd kon geen waarde hebben (er waren dus geen goed­eren om te mis­bruiken) omdat de activiteit onwet­tig was en zelfs strafrechtelijk strafbaar.

Maar vol­gens het Hof van Cas­satie betekent het feit dat de activiteit­en stri­jdig zijn met de open­bare orde niet dat het cliën­teel en de winst die er uit voorkomt geen enkele economis­che waarde hebben. De betrokken aan­deel­houd­er kreeg dus gelijk van het Hof van Cas­satie en zal, nadat het hof van beroep de straf heeft uit­ge­spro­ken, recht hebben op een schadevergoeding.