Minnelijke schikking met fiscus is geen aftrekbare beroepskost

Terug naar het overzicht

10 februari 2021

Min­nelijke schikking met fis­cus is geen aftrek­bare beroepskost

In 2014 sluit de fis­cus een akko­ord met een ven­nootschap en de bestu­ur­ders van die ven­nootschap over de betal­ing van ont­do­ken belastin­gen. Naast de belastin­gen betaalt de ven­nootschap ook een trans­ac­tionele geld­som. Het wet­boek van de inkom­sten­be­lastin­gen ver­biedt de aftrek van geld­boetes. Maar is een trans­ac­tionele geld­boete zo’n niet-aftrek­bare geldboete?

Een zaak uit 2012

Het hof van beroep van Gent moest in okto­ber 2020 oorde­len over een betwist­ing uit 2015 die zelf haar oorza­ak vond in een belastin­gont­duik­ing van 2010 tot 2012.
Een con­t­role op die belastin­gont­duik­ing lei­d­de in 2014 tot een akko­ord. De ven­nootschap betaalde de ont­do­ken belast­ing. Het open­baar min­is­ter liet de strafrechtelijke ver­vol­ging vallen mits betal­ing van een trans­ac­tionele som van 65% van de te betal­en belasting.

De ven­nootschap wil deze geld­som als beroep­skost in aftrek bren­gen maar de fis­cus weigert. Artikel 53, 6° van het WIB92 bepaalt immers dat geld­boeten niet afgetrokken kun­nen wor­den. De dis­cussie die zich dus stelt is of de trans­ac­tionele som als een geld­boete kwalificeert.

De recht­bank zus, het hof zo

Vol­gens de recht­bank van Brugge heeft de geld­som een strafrechtelijk karak­ter en valt het daarom onder het aftrekver­bod.
Het hof van beroep van Gent is het daar niet mee eens. Het voor­naam­ste argu­ment is dat de min­nelijke schikking niet werd opgelegd door een rechter op basis van een strafwet. Daarom is het geen “straf”. Inte­gen­deel: door de betal­ing van de geld­som is er ver­val van de strafvordering.

De wet­gev­er

Maar het lijkt er op dat de wet­gev­er al gean­ticipeerd heeft op deze dis­cussie.
Bij de her­vorm­ing van de ven­nootschaps­be­last­ing in 2017 werd ook het hier­boven ver­melde artikel 53,6° van het WIB92 aangepast. Sinds 1 jan­u­ari 2020 vallen ook admin­is­tratieve geld­boeten onder het aftrekver­bod.
Deze wetswi­jzig­ing was in eerste instantie bedoeld om de aftrek van kartel­boetes, opgelegd door de mededing­ingsautoriteit­en te belet­ten. Maar in feite heeft de wetswi­jzig­ing de filosofie achter het aftrekver­bod her­schreven. In tegen­stelling tot vroeger is het strafrechtelijke karak­ter van de boete niet meer doorslaggevend.
Ook een admin­is­tratieve geld­boete is niet meer aftrek­baar zelfs als zij betrekking heeft op aftrek­bare belastin­gen en ongeacht de kwal­i­fi­catie van de boeten of ver­hogin­gen als strafsanctie.

Het arrest van het hof van beroep van Gent is nog rel­e­vant voor oude zak­en maar voor min­nelijke schikkin­gen afges­loten vanaf 1 jan­u­ari 2020 is er geen dis­cussie meer mogelijk: de afge­spro­ken boete is een niet aftrek­bare geldboete.