Loss carry-back en verdeling van het eigen vermogen

Terug naar het overzicht

23 december 2020

Loss car­ry-back en verdel­ing van het eigen vermogen

Met de achter­waartse ver­liesver­reken­ing of loss car­ry-back wilde de regering de liq­uiditeit­sposi­tie van onderne­mers in coro­nati­j­den vri­jwaren. Maar de gun­st­maa­tregel is enkel mogelijk als de ven­nootschap haar eigen liq­uiditeit­sposi­tie niet hypothe­keerde door de uitk­er­ing van div­i­den­den of meer alge­meen door een ‘verdel­ing van het eigen ver­mo­gen’. Hoe zit het dan met tantièmes?

De loss car­ry-back in het kort

De Coro­na III-wet laat onderne­mers (zow­el natu­urlijke per­so­n­en als ven­nootschap­pen) toe om het ver­lies dat zij mogelijk zullen lij­den door de coro­nacri­sis, af te trekken, niet van toekom­stige win­sten, maar van win­sten uit het voor­gaande jaar.

Con­creet betekent dit dat als een ven­nootschap in 2020 bijvoor­beeld 100 ver­lies maakt, het niet moet wacht­en tot 2021 om dat ver­lies af te trekken van de win­sten van 2021 (aangifte 2022), maar die 100 al kan aftrekken van de winst van 2019 (aangifte 2020).
Je kan dat ver­lies uit­er­aard slechts 1 keer aftrekken: in de aangifte over de inkom­sten van 2020 (die u moet doen in 2021), zal u dat ver­lies dus niet meer in aftrek kun­nen bren­gen.
Wat is dan het voordeel? Door de loss car­ry-back ver­mi­jdt u dat u de belast­ing over inkom­sten van 2019 moet betal­en ter­wi­jl u tegelijk een ver­lies moet boeken in 2020.

Geen verdel­ing van het eigen vermogen

Om te belet­ten dat deze maa­tregel ten goede komt van onderne­min­gen die het eigen­lijk niet nodig hebben zijn er aller­lei voor­waar­den voorzien. Eén van die voor­waar­den is dat de ven­nootschap geen div­i­den­den mag uit­ge­keerd hebben in de coro­n­ape­ri­ode (lees: van 12 maart 2020 tot en met de dag van de indi­en­ing van de aangifte ver­bon­den met het aanslag­jaar 2021). Ook de inkoop van eigen aan­de­len en een kap­i­taalver­lag­ing zijn in die peri­ode uit den boze. Dat is niet onl­o­gisch omdat dit alle­maal ver­richtin­gen zijn die uw liq­uiditeit­sposi­tie negatief beïn­vloe­den. Dan is het vol­gens de regering ook niet nodig om u tege­moet te komen met een maa­tregel die uw liq­uiditeit­sposi­tie moet ver­beteren.
De regering heeft deze ver­richtin­gen echter nogal ruim omschreven. Naast div­i­den­den, inkoop van eigen aan­de­len en kap­i­taalver­min­derin­gen lezen we in de wet ook ​“elke andere ver­min­der­ing of verdel­ing van het eigen vermogen” .

Tan­tièmes

In een cir­cu­laire schri­jft de belastin­gad­min­is­tratie dat tan­tièmes een prob­leem kun­nen vor­men.
Als de tan­tièmes geherk­wal­i­ficeerd kun­nen wor­den in div­i­den­den, zal de ven­nootschap geen beroep kun­nen doen op de loss car­ry-back. Dat zal met name het geval zijn als de bedri­jf­slei­der tevens ook aan­deel­houd­er of ven­noot is van de ven­nootschap.
Omge­keerd zou een tan­tième aan een bedri­jf­slei­der die geen aan­deel­houd­er is, dus geen belet­sel mogen zijn.

Maar de min­is­ter van Finan­ciën ziet dat toch anders. In antwo­ord op een par­lemen­taire vraag geeft hij te ken­nen dat de wet­tekst terza­ke duidelijk is. De woor­den “elke andere ver­min­der­ing of verdel­ing van het eigen ver­mo­gen” sluiten elke uit­zon­der­ing uit. Ook een tan­tième blok­keert de achter­waartse verliesverrekening.

De min­is­ter is wel bij­zon­der streng en de vraag stelt zich wat de impact van zijn uit­spraak is, bijvoor­beeld voor bestu­ur­ders die in de loop van het boek­jaar, voorschot­ten uit­ge­keerd kri­j­gen op hun tantième.

Niet de enige maatregel

Noteer nog dat de voor­waarde dat er geen div­i­den­duitk­er­ing mag zijn, niet alleen voorkomt bij de achter­waartse ver­liesver­reken­ing. Ook de vri­jstelling van doorstort­ing bedri­jfsvoorheff­ing en de ver­hoogde boni­fi­cati­etarieven in de vooraf­be­talin­gen zijn onder­wor­pen aan deze voor­waarde. Ook daar geldt bijgevolg dat in de peri­ode waar de belast­ing­plichtige het voordeel geni­et er geen tan­tième mag uit­ge­keerd zijn.