Liquidatiereserve: wat is 5 jaar?

Terug naar het overzicht

21 oktober 2021

Liq­ui­datiere­serve: wat is 5 jaar?

Als een ven­nootschap div­i­den­den uit­keert, dan is daar 30% roerende voorheff­ing (RV) op ver­schuldigd. Kmo’s kun­nen die voorheff­ing ver­mi­j­den door de win­sten te reserveren (liq­ui­datiere­serve). Er is dan onmid­del­lijk een heff­ing van 10% ver­schuldigd, maar bij de ver­ef­fen­ing van de ven­nootschap geldt er een belast­ingvri­jstelling. Keert u vroeger uit, dan wordt er nog wel RV ingehouden.

Te vroege uitkering

De liq­ui­datiere­serve kwam er in 2015, toen de voorheff­ing op de liq­ui­datieboni van 10% naar 25% werd opgetrokken. In die peri­ode was het gebruike­lijk voor onderne­mers om hun ven­nootschap te zien als een soort spaar­pot, die zij bij hun pen­sioner­ing te gelde kon­den mak­en. Win­sten wer­den niet alle­maal uit­ge­keerd, maar wer­den opge­pot via de reserves. De belast­ingver­hoging van 15% kwam bij velen hard aan.

De regering voerde daarom de zoge­naamde liq­ui­datiere­serve in, die in de prak­tijk tot ongeveer het­zelfde resul­taat lei­dt: in plaats van een div­i­dend uit te keren (RV: 30%), boekt u (een deel van) de winst op een afzon­der­lijke reservereken­ing. Die over­boek­ing kost u meteen 10%, een soort van antic­i­patieve heffing.

Raakt u die reken­ing niet meer aan tot de ven­nootschap ver­ef­fend wordt, dan is de uitk­er­ing op dat moment volledig belast­ingvrij.
Keert u vroeger uit, dan is er nog wel een voorheff­ing ver­schuldigd. Die bedraagt 20% als u bin­nen de 5 jaar uit­keert, en 5% als u na 5 jaar uitkeert.

Het start­punt van de ter­mi­jn van 5 jaar is de laat­ste dag van het belast­baar tijd­perk waar­voor de liq­ui­datiere­serve werd aangelegd.

Voor­beeld
Stel dat u een boek­jaar heeft dat stopt op 31 maart en u besliste tij­dens de algemene ver­gader­ing in de loop van 2016 om over het boek­jaar dat eindigt op 31 maart 2016 een liq­ui­datiere­serve aan te leggen, dan is 31 maart 2016 de start­da­tum van de ter­mi­jn van 5 jaar en eindigt die ter­mi­jn op 31 maart 2021.

Een ver­lengd boekjaar

Ven­nootschap X legt voor het boek­jaar van 1 april 2015 tot 31 maart 2016 een liq­ui­datiere­serve aan. In 2020 ver­lengt ze haar boek­jaar met 9 maan­den. Het boek­jaar 2020 loopt dus van 1 april 2019 tot 31 decem­ber 2020.

De vraag die zich nu stelt is: of de ter­mi­jn van 5 jaar loopt van dag tot dag (31 maart 2016 tot 31 maart 2021)? Of van het einde van het boek­jaar 2016 (31 maart 2016) tot het einde van het 5de boek­jaar (31 decem­ber 2021)?

Die vraag werd voorgelegd aan de rulingcommissie.

Posi­tieve rul­ing voor tussen­ti­jds dividend

De rul­ing­com­missie kijkt naar de let­ter van de wet en stelt vast dat er enkel sprake is van 5 jaar, en niet van 5 belast­bare tijd­perken of 5 boek­jaren.
Daarom con­cludeert ze dat de liq­ui­datiere­serve die is aan­gelegd op 31 maart 2016, uit­ge­keerd kan wor­den aan het tarief RV van 5% vanaf 31 maart 2021.

Ver­mits het boek­jaar nog loopt tot 31 decem­ber 2021, zal de ven­nootschap het div­i­dend enkel kun­nen uitk­eren na een besliss­ing van een buitenge­wone algemene ver­gader­ing (die noodza­ke­lijk­er­wi­jze na 31 maart moet plaatsvin­den) en het div­i­dend moet de vorm aan­nemen van een na 31 maart 2021 geboekt tussen­ti­jds div­i­dend.
Daar­bij laat de rul­ing­com­missie meteen ook doorschemeren dat de ven­nootschap­srechtelijke regels inza­ke de uitk­er­ing van div­i­den­den in het alge­meen, en van tussen­ti­jdse div­i­den­den in het bij­zon­der, gere­specteerd moeten wor­den. Lees: er moet voldaan zijn aan de netto-actief-test.