Liquidatiereserve en vennootschap-aandeelhouder

Terug naar het overzicht

18 januari 2022

Liq­ui­datiere­serve en vennootschap-aandeelhouder

De liq­ui­datiere­serve laat een onderne­mer die zich in een ven­nootschapsvorm organ­iseert, toe om een spaar­pot­je op te bouwen dat bij stopzetting van de ven­nootschap belast­ingvrij kan uit­ge­keerd wor­den. Maar die belast­ingvri­jstelling geldt niet voor de aan­deel­houd­ers die zelf de vorm van een ven­nootschap hebben. Een oploss­ing biedt zich aan.

Hoe werkt de liquidatiereserve?

De liq­ui­datiere­serve werd in het lev­en geroepen toen de regering besloot om de liq­ui­datiebonus (dat is de winst die u uzelf uit­keert als u uw ven­nootschap ont­bindt) aan de roerende voorheff­ing te onder­w­er­pen. Tot zowat 2012 kon u win­sten in uw ven­nootschap oppot­ten, om die dan op uw pen­sioen­leefti­jd aan uzelf uit te keren door de ven­nootschap te liq­uideren. Dat was voordeliger dan de winst meteen uit te keren als een div­i­dend, omdat u er dan roerende voorheff­ing moest op betal­en. Toen in 2012 beslist werd om de roerende voorheff­ing ook toe te passen op de liq­ui­datiebonus, zagen heel wat onderne­mers hun spaar­pot­je plot­sel­ing belast wor­den. Meteen viel één van de belan­grijk­ste voorde­len van het aan­houden van een ven­nootschap weg.

Om hier­aan tege­moet te komen, creëerde de regering een regeling waar­bij het spaar­pot­je toch nog enigszins ontzien werd. Het spaar­pot­je kan nog wel belast­ingvrij uit­ge­keerd wor­den als:

de winst van het boek­jaar (gedeel­telijk) geboekt wordt op een afzon­der­lijke reken­ing op het passief; en

u die som niet uit­keert tot aan de liq­ui­datie van de vennootschap.

Bij het over­boeken bent u wel een bij­zon­dere heff­ing van 10% verschuldigd.

Als u het bedrag toch uit­keert vóór de liq­ui­datie, dan is er alsnog roerende voorheff­ing ver­schuldigd. Doet u dat bin­nen de 5 jaar nadat u de winst over­boek­te, dan betaalt u 20% roerende voorheff­ing (zo komt u ook aan 30%). In geval van uitk­er­ing na 5 jaar is er slechts 5% voorheff­ing verschuldigd.

Enkel voor natu­urlijke personen

De bij­zon­dere heff­ing van 10% geldt zodra u win­sten over­boekt naar de liq­ui­datiere­serve (u duidt dit aan in de bij­zon­dere bijla­gen in uw aangifte). Maar de vri­jstelling bij de uitk­er­ing op het moment van de liq­ui­datie geldt enkel als de geni­eter een natu­urlijke per­soon is.

Als in de loop van het bestaan van de ven­nootschap er andere aan­deel­houd­ers bijkomen, dan heeft dat op zich geen effect op de liq­ui­datiere­serve die u al heeft aangelegd.

Maar als er bij die aan­deel­houd­ers ven­nootschap­pen zit­ten, dan ontstaat er een prob­leem. Aan­deel­houd­ers-ven­nootschap­pen kun­nen de belast­ingvri­jstelling op de liq­ui­datiere­serve immers niet claimen. De bij­zon­dere heff­ing is dan ‘ver­loren’, want ze zal nooit tot een vri­jstelling lei­den of tot het ver­laagd tarief van 5% als de ven­nootschap de uitk­er­ing ontvangt.

Een nieuwe vennoot

Stel dat u samen met uw beste vriend een ven­nootschap opricht en u daar een liq­ui­datiere­serve opbouwde van bijvoor­beeld 100 (-10% bij­zon­dere heff­ing: net­to dus 90). Die vriend van u doet nog wat andere investerin­gen en creëert een hold­ingven­nootschap die onder andere eige­naar wordt van de aan­de­len die hij had in jul­lie ven­nootschap. Voor­taan zit u in de ven­nootschap dus samen met de ven­nootschap van uw vriend. 

U bouwt de liq­ui­datiere­serve verder op nog eens 200 (minus de bij­zon­dere heff­ing: net­to 180).
En u wenst te liquideren.

Zou uw beste vriend nog steeds recht­streeks aan­deel­houd­er geweest zijn, dan kon de liq­ui­datiere­serve van 270 (90 + 180) volledig belast­ingvrij uit­ge­keerd worden. 

Maar omdat uw vriend aan­deel­houd­er is via een ven­nootschap zal hij wel belastin­gen moeten betal­en (25% in de ven­nootschaps­be­last­ing). Ja, u ont­vangt uw deel belast­ingvrij, maar samen betaalt u wel méér belastin­gen. In feite had u de 10% bij­zon­dere heff­ing op het ogen­blik van het aan­leggen van de reserve nooit moeten betal­en voor zover de reserve in han­den was van een ven­nootschap. De ven­nootschap ging er toch belastin­gen op betalen.

Uitweg van­wege de Rulingcommissie

De fis­cale Rul­ing­com­missie heeft eerder al te ken­nen gegeven dat zij niet toe­laat dat bij de liq­ui­datie of zelfs bij de uitk­er­ing van reserves na 5 jaar, de ven­nootschap zou kiezen welke reserves gebruikt wor­den voor welke aan­deel­houd­er. We zouden ons bijvoor­beeld kun­nen voorstellen dat u een div­i­dend uit­keert en u het div­i­dend voor de aan­deel­houd­er-natu­urlijke per­soon enkel uit de liq­ui­datiere­serve haalt, ter­wi­jl u het div­i­dend voor de aan­deel­houd­er-ven­nootschap uit andere reserves haalt. Maar de Rul­ing­com­missie oordeelde eerder al dat dit fis­caal mis­bruik is. Die deur is dus dicht.

Wat wél zou mogen, vol­gens een nieuwe rul­ing, is dat u in de statuten voorzi­et dat er aan­de­len A zijn – die enkel voor natu­urlijke per­so­n­en zijn –, en aan­de­len B – die enkel voor ven­nootschap­pen zijn. Op dat ogen­blik kan u wel bepalen dat de aan­de­len A enkel een div­i­dend kri­j­gen uit de liq­ui­datiere­serve, en de aan­de­len B daar nooit een div­i­dend kun­nen uit krijgen.

Is dat dan geen fis­caal misbruik?

Vol­gens de Rul­ing­com­missie kun­nen er economis­che motieven zijn om dit onder­scheid in de statuten op te nemen op het ogen­blik dat een ven­nootschap zou instap­pen. Via een dergelijk onder­scheid kun­nen de par­ti­jen immers een dis­cussie over de waarder­ing van de aan­de­len, spec­i­fiek naar aan­lei­d­ing van aan­wezige liq­ui­datiere­serves, ver­mi­j­den. Een dergelijk onder­scheid tussen de natu­urlijke per­so­n­en en de ven­nootschap­pen komt de coher­en­tie van de belan­gen van de ver­schil­lende aan­deel­houd­ers en de con­tin­uïteit van de ven­nootschap ook op lange ter­mi­jn, met het oog op een eventuele instap van nieuwe aan­deel­houd­ers, ten goede. 

De Rul­ing­com­missie zet de deur dus inder­daad open om te ver­mi­j­den dat liq­ui­datiere­serves (waarop 10% bij­zon­dere heff­ing werd geheven) terechtkomen bij ven­nootschap­pen, die er dan toch nog belastin­gen moeten op betal­en. Maar de stap­pen die u moet vol­gen, zijn strikt beschreven. U doet er dan ook goed aan om dat formele luik nauwgezet te volgen.