Kunnen bestuurders failliet verklaard worden?

Terug naar het overzicht

29 juli 2022

Kun­nen bestu­ur­ders fail­li­et verk­laard worden?

Op 18 maart 2022 besliste het Hof van Cas­satie dat bestu­ur­ders niet fail­li­et verk­laard kun­nen wor­den. Zij vallen onder het régime van de col­lec­tieve schulden­regeling. Het arrest was een ver­rass­ing voor menig jurist en heeft belan­grijke gevolgen.

Feit­en

Het ging hier om de zaakvo­erder van een vast­goed­ven­nootschap. De man is gepen­sioneerd en door gezond­hei­d­sprob­le­men moet hij zijn activiteit­en stopzetten. Naast zijn pen­sioen bli­jft hij nog beschei­den huurinkom­sten ont­van­gen via de ver­hur­ing van eigen­dom­men van het bedri­jf.
Op 18 juli 2019 wordt hij onder bewind gesteld en op 17 novem­ber 2019 legt zijn voor­lop­ig bewind­vo­erder in het cen­traal solv­abiliteit­sreg­is­ter twee fail­lisse­menten neer, één op naam van de ven­nootschap en één op naam van de zaakvoerder.

In eerste aan­leg beves­tigt de onderne­m­ingsrecht­bank het fail­lisse­ment van de ven­nootschap, maar de rechter weigert het fail­lisse­ment van de zaakvo­erder, omdat de zaakvo­erder geen onderne­m­ing is.
Ook het Hof van Beroep van Bergen komt tot die conclusie.

Wan­neer is er sprake van een onderneming?

Alleen onderne­min­gen kun­nen fail­li­et verk­laard wor­den. De vraag is dus wat een onderne­m­ing is. De defin­i­tie van onderne­m­ing vin­den we terug in artikel I.1, 1°, a), van het Wet­boek van economisch recht: Behoudens ander­slu­idende bepal­ing (…) wordt voor de toepass­ing van dit Wet­boek ver­staan onder :
1° “ onderne­m­ing : elk van vol­gende organ­isaties :
(a) iedere natu­urlijke per­soon die zelf­s­tandig een beroep­s­ac­tiviteit uitoe­fent;
(b) iedere rechtsper­soon;
© iedere andere organ­isatie zon­der rechtspersoonlijkheid.

Het hof lei­dt daaruit af dat een natu­urlijke per­soon die zelf­s­tandig een beroep­s­ac­tiviteit uitoe­fent een onderne­m­ing kan zijn als er sprake is van een ‘organ­isatie’.

Het klopt dat er een ver­moe­den bestaat dat een bestuurder/​zaakvoerder een zelf­s­tandi­ge activiteit uitoe­fent.
Maar het hof ver­wi­jst ook naar andere regel­gev­ing, waaron­der recht­spraak van het Europees Hof van Justi­tie, waar het statu­ut van zelf­s­tandi­ge niet werd toegek­end aan een bestu­ur­der die geen enkele ver­ant­wo­ordelijkheid droeg voor de han­delin­gen van zijn ven­nootschap. Het Europese hof benadruk­te daar­bij het onder­scheid tussen de ven­nootschap en de orga­nen van de ven­nootschap op het gebied van aansprake­lijkheid. Het ver­moe­den lei­dt dus niet tot een automa­tis­che toeken­ning van het statu­ut van onderneming.

Een ander ele­ment dat het hof van beroep aan­haalt is de regel dat er maar een zelf­s­tandi­ge activiteit kan zijn als er sprake is van de regel­matige uitoe­fen­ing van een activiteit met het oog op het verkri­j­gen van inkom­sten.
Het hof con­cludeert daaruit dat een onderne­m­ing min­der wordt geken­merkt door haar activiteit­en of doel dan door zijn organ­isatie, en meer bepaald door de manier waarop de mater­iële, finan­ciële en per­son­ele mid­de­len zijn geregeld.
Het enkele feit dat een natu­urlijke per­soon een man­daat als zaakvo­erder of bestu­ur­der uitoe­fent, vergt op zich geen spec­i­fieke organ­isatie: de hele organ­isatie is ver­bon­den met de vennootschap. 

Reken­ing houdende met de con­crete sit­u­atie — het beperk­te inkomen als zelf­s­tandi­ge, geen bewi­js van de omvang van de beroep­s­ac­tiviteit, geen boekhoud­kundi­ge doc­u­menten, stopzetting van de activiteit — con­cludeert het hof dat de zaakvo­erder niet aan­toont dat er in dit geval een spec­i­fieke organ­isatie bestaat die is opgericht om zijn beroep­s­ac­tiviteit uit te oefenen.

Belang

Het feit dat een bestu­ur­der niet fail­li­et verk­laard zou kun­nen wor­den, heeft toch wel gevol­gen.
Als een fail­lisse­mentspro­ce­dure wordt door­lopen, eindigt die pro­ce­dure nor­maliter met een kwi­jtscheld­ing van de nog open­staande schulden. Dat maakt een doorstart of her­start met schone lei mogelijk. Immers, inkom­sten ver­wor­ven na de fal­ing, vallen buiten het fail­lisse­ment, zodat de schuldeis­ers er geen beslag meer kun­nen op leggen.

De tegen­hang­er van het fail­lisse­ment voor de onderne­min­gen is de col­lec­tieve schulden­regeling. Par­ti­c­ulieren die hun schulden niet meer kun­nen betal­en, kun­nen op die regeling een beroep doen. In dat geval kri­j­gen zij bij­s­tand om hun ver­mo­gen te gebruiken om de nog open­staande schulden te kun­nen del­gen. De inkom­sten van de betrokken per­so­n­en — ook de toekom­stige — wor­den afge­roomd om de schulden te betal­en. Het is eerder uit­zon­der­lijk dat een rechter beslist tot kwi­jtscheld­ing van de open­staande schulden.

Hof van Cassatie

Tegen de besliss­ing van het Hof van Beroep van Bergen wordt cas­satie aangetek­end. Voor Cas­satie stelt de zaakvo­erder dat een beroep­s­ac­tiviteit omschreven moet wor­den als: elke gebruike­lijke activiteit die inkom­sten genereert, waar­bij het cri­teri­um van con­tin­uïteit en duurza­amheid doorslaggevend is.
De func­tie van zaakvo­erder van een ven­nootschap impliceert duurza­amheid en bestaat uit het ver­lenen van dien­sten die een economis­che werkza­amheid vor­men. Als die dien­sten onafhanke­lijk wor­den geleverd, door een natu­urlijke per­soon, dan is die per­soon op zichzelf een ‘organ­isatie’ in de zin van artikel I.1, 1°, a), van het Wet­boek van economisch recht.

Maar het Hof vol­gt de visie van het Hof van Beroep van Bergen: er kan maar sprake zijn van een onderne­m­ing als er een organ­isatie is. En een organ­isatie impliceert een regeling van mater­iële, finan­ciële of per­soon­lijke mid­de­len voor de uitoe­fen­ing van een pro­fes­sionele activiteit op onafhanke­lijke basis.
Het Hof van Bergen con­cludeerde dat de zaakvo­erder die organ­isatie niet had. Cas­satie besluit dat het Bergense hof de wet cor­rect heeft toegepast.

Recht­sleer verbaasd

In de juridis­che wereld is deze besliss­ing met enige ver­rass­ing onthaald. Het gevaar bestaat namelijk dat er voor­taan eerst gedis­cussieerd moet wor­den over de vraag of een zelf­s­tandi­ge (al dan niet zaakvo­erder) zich vol­doende geor­gan­iseerd heeft om als een onderne­m­ing beschouwd te kun­nen wor­den. Vooral voor bestu­ur­ders kan dit een moeil­ijk ver­haal wor­den. Want hoeveel organ­isatie heeft u nodig om bestu­ur­der te kun­nen zijn?