Kosten na stopzetting

Terug naar het overzicht

10 december 2021

Kosten na stopzetting

Zoals inkom­sten na de stopzetting van uw activiteit nog belast­baar kun­nen zijn tot lang nadat u gestopt bent, zo kun­nen ook kosten na de stopzetting nog aftrek­baar zijn. Het Hof van Beroep van Gent mocht zich in een bepaalde casus uit­spreken over tal van kosten en uit­gaven die nog na de stopzetting wer­den gedra­gen. Een bij­zon­der inter­es­sante casus!

Feit­en

Een echt­paar baat een winkel uit van 1 jan­u­ari 1998 tot mid­den maart 2012. Het kop­pel werd belast vol­gens het for­faitair stelsel van de klein­han­de­laar in voed­ingsmid­de­len. Ook in het laat­ste jaar van hun zelf­s­tandi­ge activiteit (2012) wordt de bru­towinst for­faitair bepaald en ver­vol­gens ver­min­derd met de kosten. In 2012 zijn die kosten echter grot­er dan de bru­towinst, maar de admin­is­tratie weigert de aftrek van de kosten in de mate dat die hoger zijn dan de bru­towinst. De admin­is­tratie brengt het ver­lies dus terug tot nul.

Omdat de recht­bank daar niet mee akko­ord gaat, veran­dert de admin­is­tratie haar stand­punt en ver­w­erpt ze alle kosten die gemaakt wer­den na de sluit­ing van de winkel, omdat er dan geen belast­bare inkom­sten meer zijn. De wet schri­jft immers voor dat kosten fis­caal maar aftrek­baar zijn als de uit­gave gedaan of gedra­gen werd om belast­bare beroepsinkom­sten te ver­w­er­ven of te behouden…, wat na een stopzetting nog moeil­ijk verdedigd kan worden. 

Kosten van het ene jaar, betaald in het andere

Maar vol­gens het Hof van Beroep van Gent betekent het feit dat bepaalde uit­gaven gedaan wer­den ná de stopzetting niet noodza­ke­lijk dat die kosten ook gemaakt moeten zijn in het jaar waarin de ermee ver­band houdende inkom­sten zijn verkre­gen. Het is niet nodig dat die kosten werke­lijk belast­bare inkom­sten zouden oplev­eren tij­dens het belast­baar tijd­perk waarin ze wer­den gemaakt. De uit­gaven die noodza­ke­lijk waren door een vroegere beroep­swerkza­amheid, maar die pas na de stopzetting wor­den gedra­gen, zijn vol­gens het Hof wel degelijk aftrek­baar als beroep­skosten in hoofde van de handelaar.

Welke kosten?

Huur: De zelf­s­tandi­ge onderne­mer huurde het gebouw nog 9 maan­den in 2012, ter­wi­jl de zaak stopte in april 2012. Vol­gens de fis­cus deed de onderne­mer geen enkele moeite om die kosten te beperken en kan hij ook niet aan­to­nen dat de huur na de stopzetting noodza­ke­lijk was om nog inkom­sten te gener­eren of te behouden. De fis­cus wilde daarom slechts de huurkosten voor de eerste vier maan­den aan­vaar­den.
Het Hof vol­gt de admin­is­tratie niet. De huur van een bedri­jf­s­ge­bouw kan niet onmid­del­lijk tegelijk met de sluit­ing van de winkel stopgezet wor­den. De zaak werd 13 jaar uit­ge­baat en het is dus zeer aan­nemelijk dat er enige tijd nodig was om het bedri­jf­s­ge­bouw te ontru­imen na de sluit­ing van de winkel. Een ter­mi­jn van vijf maan­den lijkt redelijk om een bedri­jf­s­ge­bouw na al die tijd te kun­nen ontru­imen en terug in orde te stellen. Er was geen woon­func­tie en boven­di­en blijkt uit niets dat dit een over­dreven kost is.
Aftrek ? JA !

Brand­verzek­er­ing: De fis­cus wil de aftrek van de pre­mies weigeren voor de peri­ode na de stopzetting.
Het Hof stelt vast dat de verzek­er­ing­spremie werd betaald tij­dens de eerste jaarhelft van 2012 en betrekking heeft op een volledig jaar. De redener­ing van de fis­cus komt erop neer dat de onderne­mer na de stopzetting en ontru­im­ing een deel van de pre­mie terug had moeten vorderen van de verzek­er­ings­maatschap­pij, waarmee die laat­ste wellicht niet akko­ord zou gaan.
Aftrek ? JA ! 

De onderne­mer had ook zelf een gebouw in eigen­dom, dat ook voor de zaak werd gebruikt. De brand­verzek­er­ing op dat gebouw werd aan­vaard maar slechts tot eind sep­tem­ber, omdat dat het moment was waarop, vol­gens het Hof, de han­del­sza­ak hele­maal was stopgezet. Daar­na werd dat gebouw privé gebruikt door de ex-onderne­mer en was de pre­mie van de brand­verzek­er­ing ook een privé-uitgave.

Elek­trische Insecten­do­der: De onderne­mer huurde in mei 2012 een pro­fes­sionele vliegen­do­der voor één jaar. De fac­tu­ur dateert volledig van na de stopzetting, dus ver­w­erpt de fis­cus de uit­gave.
Maar opnieuw is het Hof een andere mening toegedaan. De pro­fes­sionele insecten­do­der was nog nodig voor de afwik­kel­ing van de stopzetting. En zelfs al gaat de huur verder dan wat strikt nodig was, dan nog staat vast dat de onderne­mer op het moment van het aan­gaan van de kost, die kost gedaan en gedra­gen heeft voor de behoor­lijke afwik­kel­ing van zijn beroep­swerkza­amheid. Het Hof meent dat men niet van de ex-onderne­mer mag verwacht­en dat hij de huur voor de peri­ode dat hij het toes­tel niet gebruik­te, zou gaan terugvorderen, als dat über­haupt al mogelijk zou zijn.
Aftrek ? JA !

Bewak­ing mag­a­z­i­j­nen, buurtwinkel en privé-eigen­dom: Ook hier ver­w­erpt de fis­cus inte­graal een fac­tu­ur van 4 juni 2012 van een bewak­ings­fir­ma. Die fac­tu­ur had betrekking op de bewak­ing van de han­del­sza­ak voor de peri­ode van juni 2012 tot mei 2013. Het Hof beschouwt de kost als beroeps­matig tot op het moment van de stopzetting van de huur van het bedri­jf­s­ge­bouw, eind sep­tem­ber 2012.
Vanaf dan gaat het om de bescherming van de (aan­pal­ende) privé-eigen­dom van de appel­lanten.
Aftrek ? Het Hof ver­w­erpt 9/​12e van de uit­gave als beroepskost.

Elek­triciteit: De admin­is­tratie ver­w­erpt deze kost omdat deze zeer hoog is.
Het Hof kwal­i­ficeert die redener­ing als een ‘oppor­tu­niteits­beo­ordel­ing’, wat niet toege­lat­en is. Boven­di­en toont de belast­ing­plichtige wel degelijk aan dat de fac­turen erg geste­gen waren in de betrokken peri­ode.
Aftrek? JA!

Onroerende voorheff­ing: Bij een han­delshu­ur gebeurt het wel vak­er dat de huur­der de onroerende voorheff­ing op het pand moet betal­en (bij privé-huur is dat niet toege­lat­en). De ex-onderne­mer moest de voorheff­ing betal­en voor een heel jaar, ter­wi­jl hij het gebouw maar had tot sep­tem­ber 2012.
Het Hof omschri­jft de kost van de onroerende voorheff­ing voor de peri­ode na de stopzetting als een ‘ver­loren kost’. Ze bracht effec­tief niets op, maar werd wel noodza­ke­lijk gemaakt en gedra­gen voor de uitoe­fen­ing van de beroep­swerkza­amheid.
Aftrek ? JA !

Lessons learned

Kosten die u maakt in het kad­er van de stopzetting van een activiteit of tij­dens de afhan­del­ing van de stopzetting kun­nen wel degelijk nog als aftrek­bare kosten in aftrek gebracht wor­den.
Kosten die u maak­te vóór de stopzetting, maar die u geen enkel voordeel meer oplev­eren na de stopzetting – het Hof spreekt van ver­loren kosten – zijn even­goed inte­graal aftrekbaar.