Kan de organisator van een gratis evenement de btw aftrekken?

Terug naar het overzicht

19 maart 2020

Kan de organ­isator van een gratis even­e­ment de btw aftrekken?

De log­i­ca van de btw is dat op het einde van het economisch ver­haal de belast­ing wordt betaald door de eindge­bruik­er. Wie een aangekocht goed dus niet wed­erverkoopt met btw of een ont­van­gen dienst niet voor de economis­che activiteit gebruikt, kan de vooruit­be­taalde btw niet aftrekken.

Link tussen activiteit en btw

Btw die recht­streeks of onrecht­streeks betrekking heeft op een economis­che activiteit is aftrek­baar. Als u bijvoor­beeld schoe­nen verkoopt, dan is de btw die u betaalde op de ingekochte schoe­nen uit­er­aard aftrek­baar. Maar ook de btw die u betaalt op het fac­tu­ur van de boekhoud­er, van de elek­triciteits­maatschap­pij, van de vlo­erder … is aftrek­baar. Want hoewel u die dien­sten en goed­eren niet verkoopt, zijn ze wel noodza­ke­lijk voor uw economis­che activiteit.
Om de btw te kun­nen aftrekken, moet er dus een recht­streeks ver­band zijn met de btw-activiteit die u uitvoert.

Het gratis evenement

Wat gebeurt er als u een even­e­ment organ­iseert (of mee organ­iseert) waar­bij de toe­gang gratis is?

Wat betre­ft de open­deurdag is er redelijk wat duidelijkheid. Zoge­naamde ​‘kosten van onthaal’ geven geen recht op btw-aftrek omdat ze geacht wor­den geen beroeps­matig karak­ter te hebben. Daar­bij wordt als type­voor­beeld gegeven, de bloe­men aan de recep­tie maar ook bijvoor­beeld de drankjes of hap­jes die wor­den aange­bo­den aan bezoek­ers.
Maar als die recep­tiekosten meer als pub­liciteit kun­nen beschouwd (eerder dan een ​‘aan­ge­name sfeer creëren voor de bezoek­ers’), dan is de btw wel aftrek­baar. Als uw even­e­ment dus eerder bedoeld is om nieuwe klanten te lokken of op directe verkoop, dan is de btw aftrek­baar.
Let op: in de inkom­sten­be­last­ing is deze dis­cussie nog steeds niet hele­maal uitgeklaard.

Maar het kan ook gaan om een dorps­feest of een even­e­ment in de plaat­selijke feestza­al. Wellicht zal u geen toe­gang­spri­js vra­gen voor het even­e­ment zelf. U financiert het even­e­ment via de verkoop van drankbon­net­jes en hap­jes en via de verkoop van adver­ten­tieruimte. Ver­vol­gens boekt u een arti­est, huurt u een springkas­teel en de noodza­ke­lijke mobiele toi­let­ten. Is de btw op die uit­gaven aftrekbaar?

U creëert met de activiteit onte­gen­spreke­lijk wel enige toegevoegde waarde, nl. met de adver­ten­ties en de verkoop van drank en voed­ing. Maar het even­e­ment zelf is gratis. Als u geen ver­goed­ing vraagt om naar de arti­est te luis­teren of om in het springkas­teel te sprin­gen, dan bent u als organ­isator de eindge­bruik­er van die dien­sten en kan u de btw niet meer aftrekken. U zou — in the­o­rie — een gemengde belast­ing­plichtige wor­den waar­bij u de vooruit­be­taalde btw met betrekking tot drank, eten en adver­ten­tieruimte wel zou kun­nen aftrekken, maar die van de arti­est, de toi­let­ten en het springkas­teel niet.

‘Een­heid van dien­sten’ redt de meubelen

In antwo­ord op een vraag over deze dorps­feesten biedt de min­is­ter een helpende hand door gebruik te mak­en van de the­o­rie van een­heid van dien­sten.
Vol­gens de min­is­ter is de organ­isator een btw-plichtige omdat hij reclame­di­en­sten aan­biedt en dranken en maalti­j­den verkoopt. Alle andere dien­sten die hij aan­biedt zon­der er een ver­goed­ing voor te vra­gen zijn eigen­lijk onlos­make­lijk ver­bon­den met de btw-activiteit. De min­is­ter vergelijkt de sit­u­atie met die van een hore­caza­ak die life muziek brengt om klanten te enter­tainen en aan te trekken. De btw op de uit­gaven met betrekking tot dergelijke optre­dens is dan vol­gens de nor­male regels aftrek­baar.
Het feit dat bezoek­ers gratis mogen bin­nenkomen en verder ook niet ver­plicht zijn om te con­sumeren, ont­neemt aan de activiteit niet zijn karak­ter van economis­che activiteit. De min­is­ter vergelijkt dit met han­del­sza­k­en en show­rooms waar er regel­matig bezoek­ers komen die niet kopen.
Ten slotte merkt de min­is­ter nog op dat de regeling niet alleen geldt voor de cul­turele sec­tor maar ook kan toegepast wor­den op sporteven­e­menten en sportinfrastructuur.

Ver­houd­ing tussen gratis en belastbaar

U moet er wel over wak­en dat de activiteit­en die u gratis aan­biedt niet belan­grijk­er zijn dan de economis­che activiteit waar­voor u btw-aftrek claimt. Dat onder­vond een Luikse VZW. De VZW organ­iseerde aller­lei activiteit­en zoals een ker­st­dorp, een food­fes­ti­val,… waar­bij de btw telkens volledig aftrek­baar was, het­z­ij omdat er inkom werd gevraagd, het­z­ij omdat stand­plaat­sen wer­den ver­hu­urd. Om de 2 jaar organ­iseerde de VZW ook het film­fes­ti­val Image­san­té, een com­bi­natie van film, gezond­heid en weten­schap. Het fes­ti­val was hele­maal gratis (met uit­zon­der­ing van de gala-avond).

Voor de belastin­gad­min­is­tratie (daarin gevol­gd door de recht­bank) past de organ­isatie van dit even­e­ment niet in de economis­che activiteit van de VZW. Het even­e­ment is gratis en de VZW behaalt er amper inkom­sten mee. De bew­er­ing dat met de activiteit, de VZW meer naam­bek­end­heid ver­wezen­lijkt en dat de opbreng­sten haar toe­lat­en om de medew­erk­ers te betal­en, wordt door de feit­en tegenge­spro­ken.
De recht­bank con­cludeert dat het even­e­ment gratis is en dat de btw voor de VZW niet aftrek­baar is. Daar­door ver­li­est ze meer dan 40.000 euro aan btw-aftrek. Een dure les.