Investeringsaftrek in coronatijden: onder voorwaarden van 8% naar 25%

Terug naar het overzicht

27 augustus 2020

Invester­ingsaftrek in coro­nati­j­den: onder voor­waar­den van 8% naar 25%

De regerin­gen van ons land gebruiken meerdere tech­nieken om de relance van de economie in het post-coro­na tijd­perk te bew­erk­stel­li­gen. Een belast­ingver­lag­ing voor wie door­gaat met investeren is er één van.

Van 20% via 8% naar 25%

Als u investeert in afschri­jf­bare vaste acti­va dan mag u, bovenop de afschri­jv­ing, een bepaald per­cent­age van die invester­ing aftrekken van uw belast­baar resul­taat. Dit is de zoge­naamde invester­ingsaftrek. Hier­mee wil men zelf­s­tandi­gen en kleine ven­nootschap­pen stim­uleren om investerin­gen te doen.
De invester­ingsaftrek werd in het verleden al eerder gebruikt om investerin­gen aan te moedi­gen. In 2018 en 2019 bedroeg het per­cent­age van de aftrek nog 20%. Maar er zijn ook een ganse serie bij­zon­dere tarieven om de invester­ing in spec­i­fieke vaste acti­va aan te moedi­gen. Bijvoor­beeld investerin­gen in beveilig­ing, voor milieu­vrien­delijke investerin­gen, voor octrooien, enz.

Voor investerin­gen in 2020 was de algemene invester­ingsaftrek weer gedaald naar het “oude” tarief van 8%. Maar toen kwam coro­na.
Als economis­che relance­maa­tregel besliste de regering dat voor investerin­gen die u doet tussen 12 maart 2020 en 31 decem­ber 2020, het tarief niet 8% zal zijn maar 25%.
Als u dus bijvoor­beeld 100.000 euro investeert in afschri­jf­bare acti­va, dan mag u in uw belastin­gaangifte, bovenop de afschri­jv­ing, 25.000 euro aftrekken van uw belast­baar inkomen.

Voor­waar­den

De invester­ingsaftrek is per defin­i­tie enkel mogelijk voor investerin­gen in a) mater­iële en imma­ter­iële vaste acti­va die b) tij­dens het jaar of het boek­jaar in nieuwe staat verkre­gen of tot stand gebracht zijn en c) in Bel­gië wor­den gebruikt voor het uitoe­fe­nen van de beroep­swerkza­amheid.
De aftrek is beschik­baar voor zelf­s­tandi­gen, vri­je beroepen en “kleine” vennootschappen.

Het begrip kleine ven­nootschap wordt uit­gelegd in het Wet­boek van Ven­nootschap­pen en Verenigin­gen (WVV). Het zijn ven­nootschap­pen met rechtsper­soon­lijkheid die op bal­ans­da­tum van het laatst afges­loten boek­jaar, niet meer dan één van de vol­gende cri­te­ria overschrijden:

jaargemid­delde van het per­son­eels­be­stand: 50;

jaaromzet, exclusief btw: 9.000.000 euro;

bal­ansto­taal: 4.500.000 euro.

U veran­dert pas van klein naar groot als de over­schri­jd­ing zich twee boek­jaren na elka­ar voor­doet. De cijfers moeten eventueel op gecon­solideerde basis wor­den bekeken.

Over­draag­bare invester­ingsaftrek van 2019

Heeft u in het jaar van de invester­ing onvol­doende winst, dan is het aftrek­baar bedrag van de invester­ingsaftrek over­draag­baar. Zelf­s­tandi­gen en vri­je beroepen kun­nen die som­men onbe­grensd in de tijd over­dra­gen. Ven­nootschap­pen kun­nen slechts 1 keer over­dra­gen.
Con­creet: als u in 2020 een invester­ing doet, en u heeft onvol­doende belast­baar inkomen, dan zal u de invester­ingsaftrek over­dra­gen naar het belast­baar inkomen van 2021. Daar­na gaat voor de ven­nootschap het sal­do verloren.

Bij wijze van uit­zon­der­ing wordt de invester­ingsaftrek voor investerin­gen in 2019 twee keer over­draag­baar. Had u in 2019 onvol­doende winst, dan was 2020 vol­gens de gewone regel het enige jaar waarin u de overge­dra­gen invester­ingsaftrek nog kon toepassen. Maar omdat de kans groot is dat u in 2020 ook onvol­doende winst zal hebben, mag u het sal­do van onge­bruik­te invester­ingsaftrek van 2019 nog een keer extra, tot in 2021 over­dra­gen.
Dat is één­ma­lig, en enkel voor invester­ingsaftrek van 2019. Na 2021 is het eventuele sal­do van de invester­ingsaftrek van 2019 defin­i­tief verloren.