Interim- en tussentijdse dividenden met 15% roerende voorheffing?

Terug naar het overzicht

07 juni 2021

Inter­im- en tussen­ti­jdse div­i­den­den met 15% roerende voorheffing?

Div­i­den­den zijn in principe onder­wor­pen aan een roerende voorheff­ing (RV) van 30%. Er zijn enkele lagere tarieven waaron­der voor div­i­den­den van zoge­naamde VVPR-bis aan­de­len. De fis­cus heeft recent lat­en weten dat inter­im­div­i­den­den en tussen­ti­jdse div­i­den­den uit VVPR-bis aan­de­len ook in aan­merk­ing komen voor het ver­laagd tarief.

VVPR-bis

VVPR staat voor ​‘ver­laagd tarief — pré­compte reduit’. De ​‘bis’ werd er aan toegevoegd omdat in de jaren 90 er al een gelijkaardig stelsel bestond. Op dit soort aan­de­len kri­jgt u dus een lager tarief RV. Dat kan 15% of 20% bedragen.

Wat moet u er voor doen:

De ven­nootschap die de div­i­den­den uit­keert moet een kmo zijn.

De div­i­den­den komen voort uit nieuwe aan­de­len op naam.

De aan­de­len zijn ver­wor­ven met nieuwe inbren­gen in geld.

De inbreng is gedaan sinds 1 juli 2013.

De aan­de­len ston­den onon­der­bro­ken in volle eigen­dom op naam van de belast­ing­plichtige vanaf de kapitaalinbreng.

Het tarief bedraagt 20% als de div­i­den­den ver­leend of toegek­end wor­den naar aan­lei­d­ing van de win­stverdel­ing in het tweede boek­jaar na dat van de inbreng. Het daalt nog verder naar 15% als de div­i­den­den daar­na (dus vanaf het derde boek­jaar na dat van de inbreng) wor­den uitgekeerd.

Bijvoor­beeld: een ven­nootschap doet een kap­i­taalver­hoging in 2018 (we veron­der­stellen dat het boek­jaar samen­valt met kalen­der­jaar). Div­i­den­den uit­ge­keerd in 2019 en in 2020 onder­gaan een tarief van 30%. In 2021 kan dat aan 20% en in 2022 zelfs aan 15% (uit­er­aard telkens voor het gedeelte van de aan­de­len die aan de voor­waar­den voldoen).

Wan­neer werd de winst gemaakt?

Als de wet voorschri­jft dat het div­i­dend pas het tweede of derde boek­jaar na dat van de inbreng mag uit­ge­keerd wor­den, dan zou dat de indruk kun­nen wekken dat u dus ook enkel winst mag uitk­eren die in dat inbreng­jaar of erna werd gemaakt.
Dat zou beteke­nen dat reserves die al beston­den voor de inbreng niet van het ver­laagd tarief kun­nen genieten.

Dat is niet het geval. De min­is­ter heeft al lat­en ver­staan dat de wet enkel voorschri­jft vanaf welk ogen­blik de div­i­den­den een lager tarief kun­nen geni­eten, niet dat het van deze of gene winst moet komen. Winst die dus in het verleden in een reserve werd geplaatst en nu pas wordt uit­ge­keerd (aan de VVPR-bis aan­de­len), kan dus even goed van de ver­laagde tarieven genieten.

Maar die regel geldt niet alleen voor het verleden. Een omzend­brief van de fis­cus beves­tigt dat ook winst die recent werd gemaakt op die manier snel én aan het voordelige tarief kan uit­ge­keerd wor­den. We hebben het dan over inter­im­div­i­den­den en tussen­ti­jdse dividenden.

Wat zijn inter­im­div­i­den­den en tussen­ti­jdse dividenden?

De Com­missie voor Boekhoud­kundi­ge Nor­men (CBN) schri­jft over inter­im­div­i­den­den dat ze bedoeld zijn om de winst van het lopende boek­jaar uit te keren. Hoe dit pre­cies moet gebeuren, wordt in het WVV omschreven. Om de winst van het lopende boek­jaar te bepalen moet het overge­dra­gen ver­lies afgetrokken wor­den en mag de overge­dra­gen winst toegevoegd wor­den. Maar het is niet toege­lat­en som­men te ont­trekken aan de bestaande reserves.

Tussen­ti­jdse div­i­den­den wor­den uit­be­taald op basis van de uit­keer­bare winst zoals die blijkt uit de jaar­reken­ing op datum van het laatst afges­loten boek­jaar. Die div­i­den­den komen dus geen­szins uit de winst van het lopende boek­jaar maar bijvoor­beeld uit een beschik­bare reserve of de overge­dra­gen winst zoals die blijkt uit een vorige jaarrekening.

Er is geen reden om deze bij­zon­dere div­i­den­den uit te sluiten van het voordeel, aldus de fis­cus. Er moet enkel gekeken wor­den naar het moment dat ze wor­den uit­ge­keerd. De cir­cu­laire van de belastin­gad­min­is­tratie bevat het vol­gende ver­duidelijk­ende voorbeeld:

Stel een ven­nootschap opgericht in novem­ber 2015, met als afs­luit­ing van het eerste boek­jaar 31 decem­ber 2016. De aan­de­len komen in aan­merk­ing voor het ver­laagd tarief.

Uitk­er­ing van een inter­im­div­i­dend op 30.11.2019
Een inter­im­div­i­dend is een uit de winst van het lopende boek­jaar (2019) uit­ge­keerd div­i­dend. Het tarief RV is 15%, want het div­i­dend wordt toegek­end uit de win­s­tu­itk­er­ing van het derde boek­jaar na het boek­jaar van de inbreng (novem­ber 2015 — 31 decem­ber 2016).

Uitk­er­ing van een tussen­ti­jds div­i­dend op 30.11.2019
Het tussen­ti­jds div­i­dend is gebaseerd de beschik­bare reserves van het laat­ste afges­loten boek­jaar (nl. 2018). Ook dit div­i­dend is onder­wor­pen aan 15% RV want het wordt toegek­end uit de win­stverdel­ing van 2019, zijnde het derde boek­jaar na dat van de inbreng (novem­ber 2015 — 31 decem­ber 2016).