Interestvoet bij betalingsachterstand in handelstransacties ongewijzigd

Terug naar het overzicht

10 oktober 2020

Inter­estvoet bij betal­ingsachter­stand in han­del­strans­ac­ties ongewijzigd

De inter­estvoet van toepass­ing in geval van betal­ingsachter­stand in han­del­strans­ac­ties wordt om de zes maan­den bepaald. Het per­cent­age ligt sinds het tweede semes­ter van 2016 op 8%.

Han­del­strans­ac­ties

De rentevoet geldt enkel bij han­del­strans­ac­ties. Dit zijn trans­ac­ties tussen onderne­min­gen of tussen onderne­min­gen en aanbest­e­dende over­he­den of aanbest­e­dende dien­sten die lei­den tot het lev­eren van goed­eren of het ver­richt­en van dien­sten tegen een ver­goed­ing (het gaat om kleinere over­hei­d­sop­dracht­en waar­bij de over­heid de afne­mer van de dienst is).
De rentevoet is ook van toepass­ing voor trans­ac­ties tussen vri­je beroepers, zelf­s­tandi­gen of non-profitbedrijven.

Deze inter­estvoet geldt daar­ente­gen niet:

in burg­er­lijke zaken;

in han­del­sza­k­en (trans­ac­ties tussen een han­de­laar en een particulier);

in fis­cale zaken;

in sociale zaken.

De inter­est is van rechtswege en zon­der inge­brekestelling ver­schuldigd als de schulde­naar niet betaalt bin­nen de wet­telijke of de overeengekomen betal­ing­ster­mi­jn.
Let wel: de par­ti­jen kun­nen een andere regeling afspreken over de wijze waarop betal­ingsachter­stand ver­goed moet worden.

Andere inter­estvoeten

De inter­estvoet wegens betal­ingsachter­stand bij han­del­strans­ac­ties mag niet ver­ward wor­den met de wet­telijke inter­estvoet. Hij wordt slechts één keer per jaar vast­gelegd. Momenteel (voor 2020) bedraagt die slechts 1,75%.
De wet­telijke inter­estvoet is van toepass­ing in burg­er­lijke zak­en (zoals privéza­k­en tussen natu­urlijke per­so­n­en) en op trans­ac­ties tussen han­de­laars en par­ti­c­ulieren (zoge­naamde han­del­sza­k­en).
Ook hier geldt als regel dat de par­ti­jen een andere regeling (en meer in het bij­zon­der een ander tarief) kun­nen overeenkomen.

In fis­cale zak­en mak­en we een onder­scheid tussen nalatighei­dsin­ter­esten (die u als belast­ing­plichtige ver­schuldigd bent als u te laat betaalt) en mora­to­ri­u­minter­esten (die de Schatk­ist betaalt aan u bij laat­ti­jdi­ge terug­be­tal­ing van belastin­gen). Het tarief van de nalatighei­dsin­ter­esten hangt af van de het tarief van de lin­eaire oblig­aties op tien jaar. Voor 2020 is de rentevoet van de nalatighei­dsin­ter­esten vast­gelegd op 4%. De rentevoet van de mora­to­ri­u­minter­esten is gelijk aan de helft van die van de nalatighei­dsin­ter­esten dus 2%.

Ten slotte is er ook een rentevoet voor sociale zak­en: hier geldt een vast tarief van 7%.