Het nieuwe WVV en btw

Terug naar het overzicht

19 februari 2020

Het nieuwe WVV en btw

Recent pub­liceerde de belastin­gad­min­is­tratie een cir­cu­laire die de impact uitlegt op het stuk van de btw van de invo­er­ing van het nieuwe wet­boek van ven­nootschap­pen en verenigin­gen (WVV). Het gaat meer in het bij­zon­der om de btw-gevol­gen van de nieuwe invulling die het WVV geeft aan de maatschap en de feit­elijke vereniging.

De maatschap

Het WVV wijzigt deze rechts­figu­ur grondig. Onder de nieuwe wet is de maatschap een ven­nootschap met een burg­er­lijk of een han­dels­doel zon­der rechtsper­soon­lijkheid. De maatschap wordt gedefinieerd als een overeenkomst waar­bij twee of meer per­so­n­en zich verbinden om hun inbren­gen in gemeen­schap te bren­gen, met het oog­merk het recht­streekse of onrecht­streekse ver­mo­gensvo­ordeel dat daaruit kan ontstaan, met elka­ar te delen. Zij wordt in het gemeen­schap­pelijk belang van de par­ti­jen aangegaan.

Als de maatschap bestu­urd wordt door een of meer zaakvo­erders, al dan niet ven­noten, die han­de­len in eigen naam dan spreken we van een “stille maatschap”. Er is wel een afgeschei­den ver­mo­gen maar de zaakvo­erders han­de­len in eigen naam zon­der de andere ven­noten te verbinden. Een stille maatschap wordt niet aange­merkt als een belast­ing­plichtige in de zin van artikel 4, § 1, van het Btw-Wetboek.

Als de ven­noten overeenkomen dat hun “maatschap” wel rechtsper­soon­lijkheid moet hebben, dan richt­en zij geen maatschap op maar wel een ven­nootschap onder fir­ma of van een com­man­di­taire ven­nootschap.
In een ven­nootschap onder fir­ma zijn alle ven­noten onbeperkt en hoofdelijk aansprake­lijk voor de verbin­tenis­sen van de ven­nootschap.
In een com­man­di­taire ven­nootschap daar­ente­gen zijn één of meer ven­noten onbeperkt en hoofdelijk aansprake­lijk voor de verbin­tenis­sen van de ven­nootschap (dit zijn de zoge­naamde gecom­man­di­teerde ven­noten) ter­wi­jl één of meer ven­noten zich beperken tot inbreng in geld of in natu­ra en niet deel­ne­men aan het beheer (dit zijn de zoge­naamde com­man­di­taire ven­noten).
In bei­de gevallen heeft de ven­nootschap rechtsper­soon­lijkheid en wordt ze beschouwd als een belast­ing­plichtige in de zin van artikel 4, § 1, van het Btw-Wetboek.

Tegen­over de stille maatschap staat de “open­bare” maatschap waar­bij de ven­noten wel als een geheel naar buiten tre­den. Dergelijke maatschap­pen wor­den voor de toepass­ing van de btw wel degelijk ook als btw-belast­ing­plichtige in de zin van artikel 4, § 1, van het Btw-Wet­boek aangemerkt.

De feit­elijke vereniging

Onder het nieuwe WVV wordt een verenig­ing opgericht door twee of meer per­so­n­en, leden genaamd. Een verenig­ing streeft per defin­i­tie een belan­geloos doel na in het kad­er van één of meer wel­bepaalde activiteit­en die zij tot voor­w­erp heeft. Zij mag geen enkel ver­mo­gensvo­ordeel bezor­gen aan de oprichters, de leden, de bestu­ur­ders of enig andere per­soon behalve voor het in de statuten bepaald belan­geloos doel. Ze heeft geen rechtspersoonlijkheid.

De feit­elijke verenig­ing zoals nu omschreven in het WVV kan dus enkel een belan­geloos doel nas­treven. Economis­che activiteit­en in de zin van artikel 4, § 1, van het Btw-Wet­boek zijn toeges­taan maar enkel met het oog op het belan­gloos doel.

Niet­te­gen­staande deze beperkin­gen wordt een feit­elijke verenig­ing steeds aange­merkt als een belast­ing­plichtige in de zin van artikel 4, § 1, van het Btw-Wetboek.