Groene mobiliteit

Terug naar het overzicht

02 februari 2022

Groene mobiliteit

Op 3 decem­ber 2021 ver­scheen de ‘wet houdende fis­cale en sociale ver­groen­ing van de mobiliteit’ in het Bel­gisch Staats­blad. Niet­te­gen­staande som­mige bepalin­gen pas over enkele jaren in werk­ing tre­den, is het zaak om tijdig maa­trege­len te nemen.

Kool­stofe­missievri­je bedrijfswagens

De wet bestaat uit vijf grote onderde­len. Het eerste onderdeel wil de werkgev­ers alvast aanzetten tot ver­groen­ing van de wagens die zij aan hun per­son­eel aan­bieden. ‘Aanzetten’ is miss­chien wat zacht uitge­drukt Bedri­jf­swa­gens met een CO2-uit­stoot hoger dan nul, aangekocht, geleaset of gehu­urd vanaf 1 jan­u­ari 2026 zijn niet langer fis­caal aftrekbaar.

Er geldt dan enkel nog een fis­cale aftrek voor kool­stofe­missievri­je bedri­jf­swa­gens. Maar ook die aftrek daalt na ver­loop van de jaren: een kool­stofe­missievri­je bedri­jf­swa­gen die in 2026 werd aangekocht, is 100% aftrek­baar. Maar als u in 2027 zo’n kool­stofe­missievri­je bedri­jf­swa­gen koopt, heeft u nog slechts recht op een aftrek van 95%. Bij een aankoop in 2028, is dat nog 90% en zo verder, tot in 2031. Dan heeft u nog slechts recht op een fis­cale aftrek van 67,50%.

Voor bedri­jf­swa­gens mét CO2-uit­stoot die aangekocht wer­den vóór 2026, geldt een over­gangsregeling. Werd de wagen aangekocht vóór 1 juli 2023, dan bli­jft alles zoals het nu is. Er is enkel een kleine aan­pass­ing voor de hybride voertuigen.

Bij aankoop van een wagen tussen 1 juli 2023 en 31 decem­ber 2025 geldt ook nog de oude regeling, maar voor die wagens zal voor aanslag­jaar 2026 de aftrek nog max­i­mum 75% bedra­gen (i.p.v. 100%). Voor aanslag­jaar 2027 daalt dat aftrekper­cent­age verder naar 50%, en 25% voor aanslag­jaar 2028. Vanaf aanslag­jaar 2029 wordt de aftrek naar nul terugge­bracht.
Bedri­jfsvo­er­tu­igen zon­der CO2-uit­stoot waren, en bli­jven, 100% aftrekbaar.

Noteer ter­loops ook even dat de koste­naftrek van 0,15 euro per kilo­me­ter voor het woon-werkver­keer met de eigen wagen, vanaf aanslag­jaar 2027 ook alleen nog toeges­taan wordt als de werkne­mer met een kool­stofe­missievri­je wagen rijdt.

Sol­i­dariteits­bi­j­drage

Van­daag betaalt de werkgev­er een sol­i­dariteits­bi­j­drage op alle voer­tu­igen die hij ter beschikking stelt van de werkne­mers. Momenteel (2022) bedraagt die bij­drage min­stens 28,17 euro per maand, maar verder is die ook afhanke­lijk van de CO2-uitstoot.

Voor voer­tu­igen aangekocht, geleaset of gehu­urd vanaf 1 juli 2023 sti­jgt die sol­i­dariteits­bi­j­drage met een fac­tor 2,25. De fac­tor ver­hoogt ver­vol­gens op 1 jan­u­ari 2025 (tot 2,75), 1 jan­u­ari 2026 (tot 4) en 1 jan­u­ari 2027 (tot 5,50).

Het min­i­mumbedrag van de CO2-sol­i­dariteits­bi­j­drage sti­jgt ook: tot 23,41 euro vanaf 1 jan­u­ari 2025, 25,99 euro vanaf 1 jan­u­ari 2026, 28,57 euro vanaf 1 jan­u­ari 2027 en 31,15 euro vanaf 1 jan­u­ari 2028.

Laad­in­fra­struc­tu­ur voor elek­trische wagens

Om belast­ing­plichti­gen aan te zetten om laad­palen te installeren, werd er een belast­ingver­min­der­ing voor par­ti­c­ulieren en een ver­hoogde aftrek voor bedri­jven ingevoerd.

Par­ti­c­ulieren die tussen 1 sep­tem­ber 2021 en 31 augus­tus 2024 een laad­sta­tion voor elek­trische wagens lat­en installeren, in of bij de won­ing waar ze op 1 jan­u­ari van het aanslag­jaar wonen, kri­j­gen een belast­ingver­min­der­ing. De ver­min­der­ing neemt gelei­delijk af:

invester­ing tussen 1/9/2021 en 31/12/2022: 45 %

invester­ing tussen 1/1/2023 en 31/12/2023: 30 %, en

invester­ing tussen 1/1/2024 en 31/8/2024: 15 %.

De belast­ingver­min­der­ing bedraagt max­i­mum 1.500 euro per laad­sta­tion en per belastingplichtige.

Onderne­min­gen die tussen 1 sep­tem­ber 2021 en 31 augus­tus 2024 investeren in een laad­sta­tion, kun­nen reke­nen op een ver­hoogde koste­naftrek. Voor investerin­gen van 1 sep­tem­ber 2021 tot 31 decem­ber 2022 geldt een aftrekper­cent­age van 200% voor de afschri­jvin­gen. Voor investerin­gen in de peri­ode van 1 jan­u­ari 2023 tot 31 augus­tus 2024, is dat 150%.

Er zijn echter twee belan­grijke voor­waar­den: Het laad­sta­tion moet pub­liek toe­ganke­lijk zijn en de invester­ing moet lin­eair afgeschreven wor­den over min­i­maal 5 jaar.

Kool­stofe­missievri­je vrachtwagen

Een onderne­m­ing die een kool­stofe­missievri­je vracht­wa­gen in nieuwe staat aan­schaft, of die tank­in­fra­struc­tu­ur voor water­stof of een elek­trisch laad­sta­tion laat installeren, heeft recht op een ver­hoogde investeringsaftrek.

Het per­cent­age van de invester­ingsaftrek is:

35,0%, in 2022 en 2023

29,5 %, in 2024

24,0%, in 2025

18,5%, in 2026, en

13,5%, in 2027.

Om deze maa­tregel bud­get­tair te com­penseren, ver­liezen de trans­porton­derne­min­gen een deel van hun vri­jstelling van bij­zon­dere acci­jns op pro­fes­sionele diesel. Voor bepaalde types diesel geni­eten deze onderne­min­gen een acci­jnsvri­jstelling van 247,6158 euro per 1.000 liter. Dat voordeel wordt gelei­delijk verlaagd.

Mobiliteits­bud­get

Het mobiliteits­bud­get bestaat al sinds 2019, maar wordt nog steeds maar beperkt gebruikt. Kort samengevat laat de maa­tregel toe dat werkne­mers – mits hun werkgev­er akko­ord gaat – hun bedri­jf­swa­gen kun­nen omwis­se­len voor een jaar­lijks bud­get dat gebruikt kan wor­den voor mobiliteit­suit­gaven. Het mobiliteits­bud­get kan in eerste instantie gebruikt wor­den voor de aankoop van een andere, meer milieu­vrien­delijke bedri­jf­swa­gen (zgn. pijler 1). In tweede instantie kan het bud­get gebruikt wor­den voor het inzetten van duurzame ver­vo­er­mid­de­len (pijler 2). De beste­din­gen in pijler 2 zijn vri­jgesteld van socialezek­er­hei­ds­bi­j­dra­gen en belastin­gen. Bli­jft er na deze 2 pijlers nog bud­get over, dan kan het sal­do in cash uit­be­taald worden.

Vanaf 1 jan­u­ari 2022 zijn de beste­d­ingsmo­gelijkhe­den bin­nen pijler 2 uit­ge­breid: de werkne­mers mogen hun bud­get nu ook gebruiken voor bijvoor­beeld elek­trische steps, fiet­slenin­gen en par­keerkosten ver­bon­den aan het open­baar vervoer.

Boven­di­en moet het bedrag van het mobiliteits­bud­get zich bin­nen een bepaalde vork situeren: het bud­get moet ten min­ste 3.000 euro bedra­gen, en ten hoog­ste één vijfde van het totale bru­toloon, met een absolu­ut max­i­mum van 16.000 euro per kalen­der­jaar. Deze vork geldt voor alle nieuwe mobiliteits­bud­get­ten. Voor de mobiliteits­bud­get­ten die vóór 3 decem­ber 2021 wer­den toegek­end, wordt de vork maar vanaf 1 jan­u­ari 2023 toegepast.