Geïndexeerde bedragen personenbelasting voor aanslagjaar 2020 en 2021

Terug naar het overzicht

12 februari 2020

Geïn­dex­eerde bedra­gen per­so­n­en­be­last­ing voor aanslag­jaar 2020 en 2021

In dit artikel vin­dt u een overzicht van de fed­erale bedra­gen van de belan­grijk­ste geïn­dex­eerde bedra­gen in de per­so­n­en­be­last­ing terug. Belast­ingver­min­derin­gen en dergelijke waar­van het bedrag door de gewest­en wordt bepaald zijn niet opgenomen.

Het overzicht bevat de bedra­gen voor aanslag­jaar 2021, dat zijn uw inkom­sten van dit jaar (2020). Achter ieder bedrag vin­dt u tussen haak­jes het geïn­dex­eerde bedrag voor aanslag­jaar 2020 (inkom­sten uit 2019).

Belast­ingvri­je som en gezinssituatie

1. Belast­ingvri­je som en ver­hoogde belast­ingvri­je som
• Belast­ingvri­je som: 8.990 euro (8.860 euro)
• Ver­hoging belast­ing vri­je som voor gehand­i­capte belast­ing­plichtige: 1.630 euro (1.610 euro)

2. Per­so­n­en ten laste
• Ver­hoging belast­ingvri­je som voor per­so­n­en ten laste
=> één kind: 1.630 euro (1.610 euro)
=> twee kinderen: 4.210 euro (4.150 euro)
=> drie kinderen: 9.430 euro (9.290 euro)
=> vier kinderen: 15.250 euro (15.030 euro)
=> meer dan vier kinderen (sup­ple­ment per kind): 5.820 euro (5.740 euro) 
• Bijkomende toes­lag voor kinderen onder de drie jaar (waar­voor geen uit­gaven voor kinderop­pas wor­den afgetrokken): 610 euro (600 euro) 
• Voor iedere andere per­soon ten laste: 1.630 euro (1.610 euro) 
• Ver­hoging belast­ingvri­je som alleen­staande met kinderen ten laste: 1.630 euro (1.610 euro) 
• Max­i­mumbedrag eigen net­tobestaans­mid­de­len (kind ten laste):
=> Stan­daard bedrag: 3.380 euro (3.330 euro)
=> Ver­hoogd bedrag voor kind van alleen­staande: 4.880 euro (4.810 euro)
=> Ver­hoogd bedrag voor gehand­i­capt kind van alleen­staande: 6.200 euro (6.110 euro)
=> Onder­houds­geld dat niet meetelt als bestaans­mid­del: 3.380 euro (3.330 euro)
=> Bezoldig­ing stu­den­ten­job die niet meetelt als bestaans­mid­del: 2.820 euro (2.780 euro) 

3. Huwelijk­squotiënt en meew­erk­ende echtgenoot
• Huwelijk­squotiënt: 11.090 euro (10.940 euro) 
• Max­i­maal inkomen meew­erk­ende echtgenoot uit eigen beroep­s­ac­tiviteit: 14.400 euro (14.200 euro) 

Max­i­mumbedrag for­faitaire beroepskosten

1. Werkne­mers en zelf­s­tandi­gen met win­sten: 4.880 euro (4.810 euro)
2. Zelf­s­tandi­gen met bat­en en meew­erk­ende echtgenote: 4.290 euro (4.230 euro)
3. Bedri­jf­slei­ders: 2.580 euro (2.540 euro)

Belast­ingschi­jven aanslag­jaar 2019

25 % op de schi­jf tot 13.440 euro (13.250 euro)
40 % op de schi­jf tot 23.720 euro (23.390 euro)
45 % op de schi­jf tot 41.060 euro (40.480 euro)
50 % op de schi­jf boven 41.060 euro (40.480 euro)

Bedra­gen die niet wor­den geïndexeerd

• De vri­jstelling voor maalti­jd­cheques, ecocheques, PWA-cheques en cultuurcheques.
• De kilo­me­ter­ver­goed­ing van 0,15 euro voor woon-werkverkeer.
• De max­i­male bedri­jf­slei­der­s­be­zoldigin­gen van een student-zelfstandige.
• De max­i­ma voor de tax shel­ter voor starters en groeibedrijven.
• De winwinlening. 
• De grens­bedra­gen voor beschei­den won­ing inza­ke OV-vermindering.
• Het max­i­mum van het belast­ingkredi­et in de PB.