Gaat uw BTW-aftrek verloren als er hogerop in de keten fraude werd gepleegd?

Terug naar het overzicht

12 november 2020

Gaat uw BTW-aftrek ver­loren als er hogerop in de keten fraude werd gepleegd?

BTW-aftrek hangt af van de vraag of u cor­recte fac­turen heeft van uw lever­anci­er én er ook echte lev­erin­gen (van dien­sten of goed­eren) tegen­over staan. Maar hoe zit het met de BTW-aftrek als de lever­anci­er van uw lever­anci­er (of nog verder in de keten) fraude pleegde. Gaat uw BTW-aftrek dan ook verloren?

Vraag van een Hon­gaarse rechter

Vikingo, een Hon­gaars bedri­jf, koopt bij een andere Hon­gaarse onderne­m­ing (Freest Kft) tien ver­pakkings­ma­chines en één vul­ma­chine. Vóór de lev­er­ing van die machines gebeurd is, bestelt Vikingo nog eens zes ver­pakkings­ma­chines en één zakken­vul­ma­chine.
Vol­gens de bepalin­gen van de overeenkom­sten kocht Freest deze machines bij een andere onderne­m­ing, die ze zelf weer bij een andere onderne­m­ing had gekocht.
Vikingo wil de BTW op haar aankopen aftrekken.

Vast staat dat de machines in de ves­tig­ing van Vikingo in gebruik zijn genomen, maar de belast­ing­di­enst was van mening dat de fac­turen, die vanu­it formeel oog­punt niet ter dis­cussie staan, en de andere overgelegde doc­u­menten niet aan­toon­den dat de economis­che han­delin­gen ver­meld op het fac­tu­ur ook echt waren ver­richt.
De Hon­gaarse fis­cus stelde vast dat de inhoud van deze fac­turen weer­legd werd door verk­larin­gen over de lev­er­ing en de herkomst van de machines van de opsteller van de fac­turen en van de bestu­ur­ders van de onderne­min­gen die zich in een eerder sta­di­um in de keten bevon­den. De Hon­gaarse fis­cus oordeelde dat die fac­turen inhoudelijk onbe­trouw­baar waren (ondanks het feit dat elk van de bestu­ur­ders erk­ende dat de lev­er­ing en de inbedri­jf­stelling van de machines wel degelijk had­den plaatsgevonden).

Na enkele von­nis­sen en arresten van nationale hov­en wordt de vraag doorgeschoven naar het Europees Hof van Justi­tie (zaak C‑610/19, 3 sep­tem­ber 2020). De vraag van de Hon­gaarse rechter is of de belastin­gad­min­is­tratie in geval van fraude, de hele keten van han­delin­gen mag “recon­strueren” als die keten economisch gezien niet ver­ant­wo­ord is of als een han­del­ing niet gerecht­vaardigd is of naar behoren is aange­toond.
Mag in zo’n geval de BTW-aftrek geweigerd wor­den ongeacht of de belast­ing­plichtige op de hoogte was van de fraude of had moeten zijn.

Europese recht­spraak

De voor­naam­ste regels die spe­len inza­ke de BTW-aftrek kwa­men al aan bod in eerdere arresten van het Europese Hof van Justi­tie. Samengevat:

Als zow­el de mater­iële als de formele voor­waar­den of vereis­ten voor BTW-aftrek wer­den nageleefd door de BTW-plichtige, dan kan de aftrek niet wor­den geweigerd.

Aan de mater­iële voor­waarde is enkel voldaan als de lev­er­ing van goed­eren of dien­sten daad­w­erke­lijk werd verricht.

Het feit dat eerder of lat­er in de keten van verkopen de ver­schuldigde BTW al dan niet aan de schatk­ist is betaald, heeft geen invloed op het recht van de belast­ing­plichtige op BTW-aftrek.

Het Hof heeft in het verleden ook al geo­ordeeld dat het bewi­js voor de mater­iële voor­waarde (dus of de goed­eren of dien­sten daad­w­erke­lijk wer­den geleverd) een nationale aan­gele­gen­heid is. Het is dus de belast­ing­di­enst die uit­maakt hoe dat bewi­js moet geleverd wor­den.
Maar voor dit con­creet geval voe­gen ze er aan toe dat de vast­stelling dat de betrokken goed­eren noch door de opsteller van de fac­turen noch door diens onder­aan­nemer zijn ver­vaardigd of geleverd met name omdat zij niet over de nodi­ge per­son­ele en mater­iële mid­de­len zouden beschikken, niet vol­doende is om te besluiten dat de betrokken goed­eren niet zijn geleverd.
Het is bijvoor­beeld best mogelijk dat de lever­anci­er gegevens ver­bergt of gewoon een beroep doet op andere onderaannemers.

Verder is het even­zeer vaste recht­spraak van het Hof dat als de belast­ing­plichtige op de hoogte was (of had moeten zijn) van de fraude, de aftrek geweigerd kan wor­den. Het maakt niet uit of de fraude waar hij of zij aan deel­neemt, onderdeel is van een BTW-fraude door de lever­anci­er of door een andere onderne­mer die in een eerder of lat­er sta­di­um van de toelev­er­ings­keten actief was.

Ongeloofwaardi­ge facturen

De Hon­gaarse fis­cus ver­wierp de fac­turen omdat ze ongeloofwaardig waren. De fis­cus was van oordeel dat de lever­anci­er onvol­doende per­son­ele en mater­iële mid­de­len had om deze machines te pro­duc­eren en te lev­eren. Daaruit lei­d­de ze af dat de goed­eren in werke­lijkheid gekocht wer­den bij een onbek­ende per­soon.
De fis­cus riep nog andere argu­menten in: de nationale regels inza­ke boekhoud­ing waren niet gere­specteerd, er zouden onregel­matighe­den geweest zijn bij enkele vooraf­gaande han­delin­gen uit de keten van leveringen, …

Het Hof beslist in dit con­crete geval echter dat de BTW-aftrek niet geweigerd mocht wor­den enkel omdat de fac­turen voor de ver­w­ervin­gen niet geloofwaardig zouden zijn.
Om de BTW-aftrek te weigeren moet vol­gens het Hof vol­doende aange­toond zijn dat de belast­ing­plichtige actief heeft deelgenomen aan fraude of dat hij wist of had moeten weten dat de han­delin­gen deel uit­maak­ten van fraude door de opsteller van de fac­turen of enige andere mark­t­deel­ne­mer die in een eerder sta­di­um van die keten van lev­erin­gen actief was.

Deze besliss­ing is belan­grijk: de pro­fes­sionele afne­mer van dien­sten of goed­eren kan de betaalde BTW aftrekken, ook als hogerop in de keten BTW-fraude werd gepleegd. De belastin­gad­min­is­tratie kan de BTW-aftrek enkel weigeren als vol­doende duidelijk bewezen wordt dat de afne­mer er ofwel aan deelgenomen heeft, ofwel er van op de hoogte was ofwel het had kun­nen weten.