Fiscaal: ook in een vennootschap zijn niet alle kosten beroepsmatig

Terug naar het overzicht

10 februari 2020

Fis­caal: ook in een ven­nootschap zijn niet alle kosten beroepsmatig

Inkom­sten ver­wor­ven door een ven­nootschap zijn fis­caal steeds beroeps­matig. U zou kun­nen verwacht­en dat fis­caal gezien, kosten gedra­gen door een ven­nootschap logis­cher­wi­jze dan ook steeds beroeps­matig zijn. Maar fis­caliteit rijmt niet met logica 

De regel

Kosten zijn fis­caal aan­vaard­baar als zij gemaakt wor­den om inkom­sten te ver­w­er­ven of te behouden. Deze schi­jn­baar sim­pele regel uit artikel 49 van het WIB92 heeft al tot hon­der­den von­nis­sen en arresten geleid. De ene keer zus, de andere keer zo… Zelfs ons hoog­ste gerecht­sor­gaan, het Hof van Cas­satie, heeft de laat­ste jaren al enkele keren de steven gewend.

Tot 2015 was dit Hof van oordeel dat de fis­cale aftrek van kosten in een ven­nootschap, naast de algemene regel dat ze als doel het ver­w­er­ven of behouden van inkom­sten moeten hebben, ook een band moeten hebben met het maatschap­pelijk doel van de ven­nootschap.
Zo was er bijvoor­beeld recht­spraak die de aftrek ver­wierp voor een apparte­ment aan zee dat ter beschikking werd gesteld van de bedri­jf­slei­der omdat het maatschap­pelijk doel van de onderne­m­ing betrekking had op IT-dien­stver­len­ing, niet het beheer van onroerende goederen.

In 2015 ver­laat het Hof van Cas­satie deze zoge­naamde causaliteit­sleer. De band met het maatschap­pelijk doel lijkt veel min­der belan­grijk te wor­den en het Hof focust terug meer op de vraag of de uit­gave gericht is op het behouden of ver­w­er­ven van inkom­sten (inten­tion­aliteitsvoor­waarde). In casu ging het om belast­ing­plichti­gen die een beleg­ging deden die amper enig inkomen opleverde, mogelijk­er­wi­jze zelfs een ver­lies. Maar door de beleg­ging werd een belast­baar inkomen omgezet in een inkomen waarop een belast­ingkredi­et kon wor­den verkre­gen.
De recht­banken en hov­en had­den de con­struc­tie ver­wor­pen door te stellen dat de beleg­ging niet in overeen­stem­ming was met het maatschap­pelijk doel van de ven­nootschap. Maar het Hof van Cas­satie ver­wi­jst die redener­ing naar de prul­len­mand en beves­tigt dat de kosten ver­bon­den aan de aankoop van beleg­ging­spro­ducten wel degelijk aftrek­baar zijn, ook al zijn die kosten grot­er dan de inkom­sten (inter­esten) die er uit voortvloeien. Uit het gegeven dat er ver­lies werd gemaakt mag niet afgeleid wor­den dat er niet de inten­tie was om inkom­sten te verwerven.

2019

Blijk­baar was nog niet elk hof of elke recht­bank over­tu­igd van de nieuwe wind die door het Hof van Cas­satie waait. Zodoende kwa­men er recent twee nieuwe zak­en voor het Hof die een gelijkaardig prob­leem behandelen.

In een eerste casus gaat het opnieuw over een ven­nootschap die oblig­aties koopt kort voor ver­valdag. Daar­door is de koers van die oblig­aties erg hoog (met name omwille van de ver­goed­ing die de beleg­ger moet betal­en voor de al gelopen inter­esten). Kort na de ver­valdag wor­den de oblig­aties dan weer verkocht. De beleg­ger heeft dan wel de inter­esten ont­van­gen maar per sal­do zal het inkomen van deze 2 trans­ac­ties niet erg groot zijn. De interestop­brengst wordt vri­jwel volledig gecom­penseerd door de gemaak­te kosten. Maar er is een groot fis­caal voordeel: de inter­esten komen immers in aan­merk­ing voor een belast­ingver­min­der­ing.
Opnieuw beslist het Hof dat de kosten die wer­den gemaakt wel degelijk gemaakt wer­den met het oog op het ver­w­er­ven van inkom­sten en daarom ook niet mogen ver­wor­pen wor­den omdat zij niet passen in het maatschap­pelijk doel van de ven­nootschap.
NB. deze zoge­naamde FBB-con­struc­ties zijn door wet­gevend ingri­jpen niet meer mogelijk.

In een tweede arrest loopt het min­der goed af voor de belast­ing­plichtige: een vrij beroeper richt een man­age­mentven­nootschap op. Hij bouwt een won­ing : op het gelijkvlo­ers komt zijn kabi­net en er boven komen 3 apparte­menten. Na de bouw verkoopt hij het vrucht­ge­bruik van het gebouw aan de ven­nootschap voor een peri­ode van 20 jaar. Na die 20 jaar kri­jgt de blote eige­naar terug de volle eigen­dom zon­der dat hij de ven­nootschap een ver­goed­ing moet betal­en. Aan de inkom­sten­z­i­jde zijn er de huurop­breng­sten (rond 30.000 euro per jaar) ter­wi­jl de uit­gaven samengesteld zijn uit de afschri­jv­ing van het gebouw en de inter­esten van een lening die de ven­nootschap aang­ing om het vrucht­ge­bruik te kopen.
Het fis­cale voordeel is een­voudig: de ven­nootschap is een btw-plichtige en kan de btw recu­per­eren. De inkom­sten zijn volledig beroeps­matig in de ven­nootschap maar wor­den gecom­penseerd door de uit­gaven. Als par­ti­c­uli­er zijn de inkom­sten belast­baar als onroerend inkomen en is de koste­naftrek for­faitair.
De fis­cus stelt vast dat de ven­nootschap met deze cijfers in de hand, nooit enig vooruitzicht had op posi­tief resul­taat. De afschri­jvin­gen com­penseren zoals gezegd de inkom­sten maar verder zijn er ook nog aller­lei uit­gaven (inter­esten op de lenin­gen, lokale belastin­gen, herstellingen).

In het arrest beves­tigt het Hof van Cas­satie dat er niet moet gekeken wor­den naar het maatschap­pelijk doel van de ven­nootschap. Maar anderz­i­jds is er nog wel de vereiste dat de uit­gaven zijn aange­gaan om inkom­sten te ver­w­er­ven of te behouden … voor de ven­nootschap. Het kan niet de bedoel­ing zijn dat kosten wor­den afgetrokken die enkel wer­den aange­gaan in het belang van de zaakvo­erder of aandeelhouder.

Daarmee rak­en we ook de essen­tie van deze recht­spraak. Het vol­staat dat de ven­nootschap de inten­tie heeft om inkom­sten te ver­w­er­ven of te behouden maar het moet dan wel gaan om kosten die ze in haar eigen belang heeft gedra­gen.
Zodoende zijn deze arresten nog steeds geen vri­jgelei­de voor een apparte­ment aan zee via een vennootschap.