Erfenisrechten op buitenlandse goederen en verrekening van successierechten

Terug naar het overzicht

22 augustus 2021

Erfenis­recht­en op buiten­landse goed­eren en ver­reken­ing van successierechten

Als een Bel­gis­che ingezetene over­li­jdt, dan zijn er erf­be­last­ing (in het Vlaamse Gewest) of suc­cessierecht­en (in de 2 andere gewest­en) ver­schuldigd op alle goed­eren van de overledene. Het speelt geen rol of het gaat over goed­eren in bin­nen- of buiten­land. Maar het Grondwet­telijk Hof ziet wel een dis­crim­i­natie tussen buiten­landse roerende goed­eren en buiten­landse onroerende goed­eren als het gaat over de ver­reken­ing van de buiten­landse successierechten.

Bel­gis­che of buiten­landse successierechten

De Bel­gis­che suc­cessierecht­en zijn ver­schuldigd als de overledene zijn domi­cilie of de zetel van zijn ver­mo­gen in Bel­gië heeft. “Domi­cilie” betekent niet de wet­telijke maar wel de feit­elijke woon­plaats, de plaats waar de overledene zijn werke­lijke en bli­jvende woon­plaats heeft. De zetel van for­tu­in is de plaats van waaruit het ver­mo­gen beheerd wordt.

Vla­bel, de Vlaamse belast­ing­di­enst, heeft al te ken­nen geven dat zij ervan uit­gaan dat als de overledene in Bel­gië ingeschreven was in de bevolk­ingsreg­is­ters, hij/​zij geacht wordt een Bel­gis­che ingezetene te zijn.

Welke belast­ing ver­schuldigd is ‑de Vlaamse, Brus­selse of Waalse- hangt af van de laat­ste fis­cale woon­plaats van de overledene. Als de overledene de laat­ste vijf lev­en­s­jaren op meer dan één plaats in Bel­gië woonde, dan geldt als regel dat u kijkt naar de plaats waar de overledene het langst woonde in die vijf jaar.

De feit­en

In 2007 over­li­jdt mijn­heer A in Span­je. Hij is Bel­gis­che ingezetene maar heeft in Span­je zow­el onroerende goed­eren als roerende goed­eren. Op die goed­eren wor­den in Span­je een erf­be­last­ing geheven.

Die goed­eren zijn ver­vol­gens ook nog eens in Bel­gië belast­baar. Het is echter toeges­taan om de buiten­landse erf­be­last­ing te ver­reke­nen met de in Bel­gië ver­schuldigde erfbelasting.

Artikel 17 van het wet­boek der suc­cessierecht­en zoals het in 2007 van toepass­ing was, staat die ver­reken­ing echter enkel toe voor buiten­landse erf­be­last­ing die geheven werd op de in het buiten­land gele­gen onroerende goed­eren. Belast­ing­plichti­gen die in het buiten­land aange­houden roerende goed­eren behalen uit de nalaten­schap van een rijksin­won­er, kri­j­gen geen ver­reken­ing op die buiten­landse erfbelasting.

Oud onder­scheid

Dit ver­schil in behan­del­ing tussen roerende en onroerende goed­eren is een bewuste keuze… uit 1923! Bij de voor­berei­dende werken toen waren er wel kamerleden die zich afvroe­gen of de ver­reken­ing van de buiten­landse erf­be­last­ing niet moest toeges­taan wor­den, zow­el voor roerende als voor onroerende goed­eren. Maar de ver­slaggev­er antwo­ordde toen dat ​“het [hem] niet mogelijk [was] te onder­zoeken of, en in welke mate, in het buiten­land suc­cessierecht­en geheven wor­den op de roerende waar­den die behooren tot de nalaten­schap van een inwon­er van ons land. … Men mag dus zeggen dat het bil­lijk is het Bel­gisch tarief van suc­cessierecht­en in zijn geheel toe te passen op het gan­sche roerend ver­mo­gen door een inwon­er van het Rijk nagelaten”.

Het Grondwet­telijk Hof

Het Grondwet­telijk Hof stelt dat er sinds 1923 toch wel wat veran­derd is (arrest nr. 80⁄2021). Heel wat lan­den hef­fen nu ook erf­be­last­ing. De mobiliteit van goed­eren en kap­i­tal­en is aanzien­lijk toegenomen. Veel meer Bel­gen houden veel meer roerende goed­eren aan in het buiten­land dan 100 jaar gele­den. En het kan om belan­grijke bedra­gen gaan.

Het Vlaamse gewest beweerde nog voor het Hof dat de mogelijkheid om buiten­landse erf­be­last­ing te ver­reke­nen met de Bel­gis­che erf­be­last­ing, erf­ge­na­men er toe zou aanzetten om na het over­li­j­den van de erflater, roerende goed­eren over te bren­gen naar het buiten­land om aan de Bel­gis­che erf­be­last­ing te ontsnap­pen. Maar het Hof vin­dt dat het risi­co op belastin­gont­duik­ing geen ver­ant­wo­ord­ing kan zijn om belast­ing­plichti­gen ter goed­er trouw uit te sluiten van de verrekening.

Het Hof besluit dan ook dat het onder­scheid tussen onroerende en roerende goed­eren qua ver­reken­ing van de buiten­landse erf­be­last­ing, niet berust op een per­ti­nent cri­teri­um van onder­scheid en dat het ver­schil in behan­del­ing dus niet redelijk ver­ant­wo­ord is.

Buiten­landse tegoeden

Als de overledene finan­ciële beleg­gin­gen had in het buiten­land, dan kun­nen de erf­ge­na­men voor­taan de buiten­landse erf­be­last­ing –indi­en van toepass­ing– aftrekken van de Bel­gis­che erf­be­last­ing. Het con­crete geval betrof een inwon­er van het Vlaamse gewest, maar de con­clusie geldt even­goed voor het Brus­sels Hoofd­st­edelijk gewest en het Waalse gewest.