Elektriciteit tanken op kosten van de werkgever

Terug naar het overzicht

02 december 2021

Elek­triciteit tanken op kosten van de werkgever

Werkne­mers die een bedri­jf­swa­gen ter beschikking kri­j­gen van hun werkgev­er, wor­den belast op een voordeel van alle aard. Dat voordeel is gebaseerd op de cat­a­lo­guswaarde van het voer­tu­ig. Als de werkgev­er daar ook nog een tankkaart bij geeft, dan heeft dat geen impact op dat voordeel. Maar hoe zit het als de werkne­mer elek­triciteit “tankt” op kosten van de werkgever?

Fos­siele brandstof

Bij de klassieke bedri­jf­swa­gen op diesel of ben­zine hangt het voordeel van alle aard af van de cat­a­lo­guswaarde, de CO2-uit­stoot en de leefti­jd van het voer­tu­ig. Het feit dat er al dan niet een tankkaart wordt gegeven, heeft geen impact op het bedrag van het voordeel van alle aard. Met de hoge brand­stof­pri­jzen is dat een niet te onder­schat­ten extraatje.

Toch is er een ver­schil tussen de wagen met’, en die zon­der’ tankkaart: aftrek­bare kosten in ver­band met wagens zijn voor onderne­mers maar beperkt aftrek­baar. Voor bedri­jf­swa­gens is er spec­i­fiek bepaald dat de werkgev­er belast wordt op een ver­wor­pen uit­gave ten belope van 17% van het voordeel, maar brand­stofkosten ver­bon­den aan het per­soon­lijke gebruik van een voer­tu­ig zijn in principe een ver­wor­pen uit­gave ten belope van 40%. 

Daar­bij moet steeds voor ogen wor­den gehouden dat er slechts een voordeel – en dus ook een beperk­te aftrek is in de mate dat de werkne­mer het voer­tu­ig voor privé-doelein­den gebruikt. U denkt uit­er­aard in eerste instantie aan de échte privé-ver­plaatsin­gen, zoals de kinderen naar school bren­gen of week­enduit­stap­jes naar de fam­i­lie. Maar ook het woon-werkver­keer van de werkne­mer is niet beroeps­matig voor de werkgev­er (wel voor de werkne­mer). Zelfs als de werkne­mer dus enkel woon-werkver­keerver­plaatsin­gen aflegt, is er wel degelijk een belast­baar voordeel. 

Elek­triciteit

Onlangs werd de min­is­ter gevraagd naar de fis­cale gevol­gen van tanken op kosten van de werkgev­er bij een elek­trische bedri­jf­swa­gen.
De min­is­ter onder­schei­dt ver­schil­lende mogelijkheden.

1. Elek­triciteit tanken bij het bedrijf

Een eerste mogelijkheid is dat de werkne­mer mag opladen aan de laad­palen die het bedri­jf zelf heeft geïn­stalleerd. Dat lev­ert, aldus de min­is­ter, geen bijkomend voordeel op. De wet op de groene mobiliteit die momenteel nog wordt voor­bereid, voorzi­et boven­di­en belan­grijke incen­tives om dergelijke laad­palen te installeren.

2. Tankkaart voor elek­trisch tanken

Het is ook denkbaar dat u de werkne­mer een kaart ter beschikking stelt waarmee hij kan opladen aan pub­lieke laad­palen. Ook dan is er geen voordeel.

3. Thuis tanken aan de eigen laadpaal

Als de werkne­mer thuis een laad­paal heeft, dan laadt hij als het ware op eigen kosten op. We kun­nen ons voorstellen dat de werkgev­er de werkne­mer hier­voor zou ver­goe­den. Die ver­goed­ing wordt echter beschouwd als een voordeel van alle aard en is in principe inte­graal belastbaar.

De enige uit­zon­der­ing daarop is als de elek­trische wagen uit­slui­tend voor dien­stver­plaatsin­gen wordt gebruikt, en dus niet voor privé-ver­plaatsin­gen en ook niet voor woon-werkverkeer.

Eventueel kan er pro rata berek­end wor­den: als u kan aan­to­nen hoeveel kilo­me­ters u rijdt onder de vorm van dien­stver­plaatsin­gen en hoeveel andere kilo­me­ters, kan u voor de dien­stver­plaatsin­gen vri­jstelling krijgen.

4. Thuis tanken aan de laad­paal van de werkgever

Een andere mogelijkheid is dat de laad­paal door de werkgev­er werd geïn­stalleerd. In dat geval is het mogelijk dat de oplaad­beurt geen bijkomend voordeel oplev­ert. Daar­voor moeten 2 voor­waar­den nageleefd wor­den: de laad­paal com­mu­niceert met de werkgev­er over het elek­triciteitsver­bruik en de car­pol­i­cy voorzi­et in een terug­be­tal­ing van de oplaadbeurten.

Ver­wor­pen uitgaven

Elek­triciteit is ook brand­stof en om die reden geeft de ter beschikking gestelde elek­triciteit om met het voer­tu­ig te kun­nen rij­den, net als bij de meer klassieke brand­stof­fen, aan­lei­d­ing tot een ver­wor­pen uit­gave ten belope van 40% van de brandstofkosten.

De min­is­ter ver­duidelijkt ook nog dat het niet de bedoel­ing is dat het bedrag van het voordeel for­faitair gewaardeerd zou wor­den.
Dat is echter nog niet zo gek. Het ver­bruik van elek­triciteit heeft een heel andere dynamiek dan het ver­bruik van klassieke brand­stof­fen. Slimme laad­palen lat­en de werkne­mer toe om de wagen op te laden als het hem of haar goed uitkomt: bv. bij zon­nig weer. Boven­di­en kan de opge­laden auto­bat­ter­ij ook ingezet wor­den als bat­ter­ij om het huishoudelijk elek­triciteits­ge­bruik te milderen. Het gaat dan hele­maal niet om kwaad opzet in hoofde van de werkne­mer, maar om slimme laad­palen en bat­ter­i­jen die elek­triciteit zoeken en halen waar die beschik­baar is.
Het stelsel dat de min­is­ter voorstelt, lijkt dus slechts mogelijk als de laad­paal niet té slim is.