Door COVID-19 ook overbruggingsrecht voor onderbrekingen van korte duur

Terug naar het overzicht

03 april 2020

Door COVID-19 ook over­brug­gingsrecht voor onder­brekin­gen van korte duur

Zelf­s­tandi­gen hebben dankz­ij een wet uit 2016 recht op een over­brug­gingsrecht als zij hun activiteit voor een maand moeten onder­breken of stopzetten. Als gevolg van de COVID-19 pan­demie voert de regering een ver­soe­pel­ing in voor onder­brekin­gen van korte duur. Daar­door ont­van­gen zelf­s­tandi­gen een uitk­er­ing voor elke peri­ode kor­ter dan één kalen­der­maand. Het cri­sis-over­brug­gingsrecht dekt alvast de maan­den maart en april.

Tijdelijk ver­vang­ingsinkomen voor zelfstandigen

Zelf­s­tandi­gen, helpers en meew­erk­ende echtgenoten die hun beroep­s­ac­tiviteit ver­plicht moeten stopzetten door de fed­erale maa­trege­len ten gevolge van de coro­nacri­sis, hebben recht op de volledi­ge finan­ciële uitk­er­ing van het over­brug­gingsrecht voor de maan­den maart en april.
Het gaat om de vol­gende gevallen:

een zelf­s­tandi­ge die zijn activiteit­en volledig moet onder­breken: bv. de uit­baters van bars en restau­rants die ges­loten zijn, of recreatiecentra;

een zelf­s­tandi­ge die zijn activiteit­en gedeel­telijk moet onder­breken: bv. han­del­sza­k­en die ver­plicht zijn te sluiten in het week­end of de restau­rants die open bli­jven zon­der verbruikszaal;

een zelf­s­tandi­ge die zijn activiteit volledig moet onder­breken gedurende een min­i­mum­du­ur van 7 dagen: bv. de zelf­s­tandi­ge die in quar­an­taine wordt geplaatst, zelf­s­tandi­gen die onder­breken ten gevolge van een bij­na volledi­ge afname van de activiteit (pro­duc­tieketen wordt stopgezet wegens gebrek aan onderde­len, grond­stof­fen of werkkrachten).

In deze gevallen:

wordt niet meer vereist zelf­s­tandi­ge in hoofd­beroep te zijn sedert meer dan 4 kwartal­en, noch 4 kwartaal­bi­j­dra­gen effec­tief te hebben betaald;

wordt het recht toegek­end zelfs indi­en de zelf­s­tandi­ge al het max­i­mum aan­tal maan­delijkse uitk­erin­gen in het kad­er van het over­brug­gingsrecht heeft ont­van­gen (afhanke­lijk van het geval 12 maan­den of 24 maan­den). Boven­di­en wor­den de peri­odes toegek­end onder het uit­zon­der­ingsregime niet in aan­merk­ing genomen voor het max­i­male aan­tal toekom­stige toekenningen.

Ook zelf­s­tandi­gen die pre­ven­tief sluiten zon­der ver­plicht­ing van de over­heid, kun­nen een beroep doen op dit over­brug­gingsrecht op voor­waarde dat ze de activiteit­en voor min­stens 7 dagen staken.

Prak­tisch

Aan­vra­gen lopen via het soci­aal verzek­er­ings­fonds.
De maan­delijkse uitk­er­ing bedraagt 1.291,69 euro zon­der gezinslast en 1.614,10 euro met gezinslast.
Deze tijdelijke maa­trege­len eindi­gen op 30 april maar een ver­leng­ing is mogelijk als de COVID-19-epi­demie en de fed­erale gezond­hei­ds­maa­trege­len langer zouden duren.