De verplichting om belangrijke participaties te vermelden

Terug naar het overzicht

10 juni 2021

De ver­plicht­ing om belan­grijke par­tic­i­paties te vermelden

Het Wet­boek van Ven­nootschap­pen en Verenigin­gen (WVV) bevat een ken­nis­gev­ingsplicht voor per­so­n­en die recht­streeks of onrecht­streeks gede­ma­te­ri­aliseerde stem­rechtver­lenende effecten ver­w­er­ven in een naam­loze ven­nootschap. Een recent advies van het Insti­tu­ut van de Bedri­jf­s­re­vi­soren (IBR) licht die ver­plicht­ing verder toe.

Artikel 7:83 WVV

Vol­gens artikel 7:83 van het WVV moeten natu­urlijke of rechtsper­so­n­en die stem­rechtver­lenende effecten ver­w­er­ven, dit melden aan de ven­nootschap op het moment dat de stem­recht­en ver­bon­den aan deze effecten 25% of meer bereiken van het totale aan­tal stem­recht­en op het moment van de trans­ac­tie die de ken­nis­gev­ingsplicht doet ontstaan. De stem­recht­en hoeven geen kap­i­taal te verte­gen­wo­ordi­gen in de NV.
De ken­nis­gev­ingsplicht speelt ook als stem­recht­en onder de drem­pel van 25% zakken als gevolg van een over­dracht van stem­rechtver­lenende effecten.
Deze bepal­ing is ook van toepass­ing op de dochter­ven­nootschap­pen van naam­loze vennootschappen.

De ken­nis­gev­ing moet gebeuren bin­nen de vijf werkda­gen na de ver­w­erv­ing, zow­el in de gevallen waar­bij u de 25%-drempel over­schri­jdt, als in de gevallen waar­bij u terug onder de 25%-drempel zakt.
Er zijn geen spec­i­fieke vor­mvoorschriften voor de ken­nis­gev­ing. Maar als u de verk­lar­ing niet heeft afgelegd ten min­ste twintig dagen vóór de algemene ver­gader­ing, dan mag u op de algemene ver­gader­ing niet stem­men voor een aan­tal stem­men dat gelijk is aan of grot­er is dan 25% van het totale aan­tal stem­recht­en dat op de datum van de algemene ver­gader­ing bestaat. De stem­recht­en met betrekking tot de betrokken effecten wor­den opgeschort.
Geno­teerde ven­nootschap­pen (onder­wor­pen aan de wet van 2 mei 2007 op de open­baar­mak­ing van belan­grijke deel­ne­min­gen) vallen niet onder deze bepal­ing. Ze hebben sowieso al een meld­ingsplicht onder de wet van 2007.

Maar niet bek­end maken

Artikel 7:83 van het WVV bevat geen bek­end­mak­ingsver­plicht­ing. Het IBR lei­dt daar uit af dat er ook geen wet­telijke ver­plicht­ing bestaat om in de toelicht­ing bij de jaar­reken­ing de ele­menten op te nemen die exclusief voortkomen uit een ken­nis­gev­ing die enkel op grond van artikel 7:83 van het WVV werd gedaan.

Het IBR gaat zelfs een stap verder en raadt ook af ken­nis­gevin­gen te pub­liceren omdat dit zou kun­nen lei­den tot inbreuken op de wet­gev­ing inza­ke de bescherming van natu­urlijke per­so­n­en met betrekking tot de ver­w­erk­ing van persoonsgegevens.