De tax shelter voor startende vennootschappen

Terug naar het overzicht

22 september 2020

De tax shel­ter voor star­tende vennootschappen

In 2015 voerde de wet­gev­er een nieuwe belast­ingver­min­der­ing in: de tax shel­ter voor starters. Wat lat­er vol­gde een gelijkaardi­ge tax shel­ter voor groeibedri­jven en recent kwam er nog een coro­na tax shel­ter. Het gemeen­schap­pelijk doel is om som­men die nu onpro­duc­tief op spaar­boek­jes staan, over te bren­gen naar meer risi­co­dra­gende investeringen.

Principe

De par­ti­c­uli­er die aan­de­len ver­w­erft van een star­tende onderne­m­ing kan op het bedrag van zijn invester­ing een belast­ingver­min­der­ing kri­j­gen van 30% (bij invester­ing in kleine ven­nootschap­pen) of 45% (bij invester­ing in microven­nootschap­pen).
De invester­ing kan zow­el recht­streeks als onrecht­streeks gebeuren. De investeerder moet de aan­de­len wel gedurende 48 maan­den houden, anders wordt de belast­ingver­min­der­ing pro­por­tion­eel teruggenomen.

Enkel voor particulieren

De belast­ingver­min­der­ing is enkel voor par­ti­c­ulieren, zow­el inwon­ers als niet-inwoners.

Bedri­jf­slei­ders die de aan­de­len ver­w­er­ven van de ven­nootschap waar ze in werken, zijn uit­ges­loten. In 2018 was er wel enige dis­cussie over deze bedri­jf­slei­ders omdat door een wetswi­jzig­ing zij wèl in aan­merk­ing kon­den komen. Het ach­ter­deurt­je werd echter gauw weer ges­loten: van­daag kun­nen bedri­jf­slei­ders in aan­merk­ing komen voor de belast­ingver­min­der­ing als a) zij de aan­de­len ver­wier­ven vóór zij bedri­jf­slei­der wer­den en b) zij geen inkom­sten ver­w­er­ven uit die ven­nootschap. Vaste verte­gen­wo­ordi­gers of aan­deel­houd­ers van de ven­nootschap die tevens bedri­jf­slei­der zijn, zijn in elk geval uit­ges­loten.
De echtgenoot/​echtgenote van een bedri­jf­slei­der kan wel recht hebben op de volledi­ge belast­ingver­min­der­ing voor de investerin­gen waarop hij/​zij heeft ingeschreven.

Star­tende vennootschap

De invester­ing moet gebeuren het­z­ij bij de opricht­ing van de ven­nootschap het­z­ij bij een kap­i­taalver­hoging bin­nen de vier jaar na de oprichting.

Opgelet: als de ven­nootschap een activiteit van een andere onderne­m­ing voortzet, moet u kijken naar de start­da­tum van die eerdere onderne­m­ing, en niet naar de opricht­ings­da­tum van de start up.
Er is bijvoor­beeld sprake van voortzetting als de ven­nootschap dezelfde activiteit­en uitoe­fent als de natu­urlijke per­soon of rechtsper­soon, waar­van zij het geheel of een deel van de acti­va heeft overgenomen (zoals de stock van een fail­li­ete ven­nootschap), als de ven­nootschap haar activiteit­en op dezelfde locatie uitoe­fent als de voor­ganger, als het per­son­eel wordt overgedragen, …

Uit­sluitin­gen

Beleggings‑, the­saurie- of financier­ingsven­nootschap­pen zijn uit­ges­loten, net als vast­goed­ven­nootschap­pen, man­age­mentven­nootschap­pen en beursgeno­teerde ven­nootschap­pen.
De ven­nootschap mag, in het verleden, nog geen kap­i­taalver­min­der­ing hebben doorgevo­erd of div­i­den­den hebben uit­ge­keerd behalve ter aanzuiv­er­ing van een gele­den ver­lies of om een reserve te vor­men tot dekking van een voorzien­baar verlies.

De ven­nootschap mag de ont­van­gen som­men niet gebruiken voor de uitk­er­ing van div­i­den­den of de aankoop van aan­de­len, noch voor het ver­strekken van lenin­gen. Dit betekent niet dat ze geen div­i­den­den mag uitk­eren, enkel dat de ont­van­gen som­men daar niet mogen voor dienen.

Het max­i­mum dat een ven­nootschap tij­dens haar bestaan mag ont­van­gen onder de vorm van kap­i­taal­in­breng met een tax shel­ter voor starters, bedraagt 250.000 euro.
De ven­nootschap mag wel meer dan die 250.000 euro ont­van­gen, maar dat zal dan zon­der de tax shel­ter zijn.

Belan­grijke voor­waarde: ven­nootschap = kmo

Een belan­grijke voor­waarde is dat de ven­nootschap moet vol­doen aan de defin­i­tie van een kleine ven­nootschap. Dit betekent dat de ven­nootschap gedurende twee achtereen­vol­gende boek­jaren niet meer dan één van de vol­gende cri­te­ria mag overschrijden:

jaargemid­delde van het aan­tal werkne­mers: 50;

jaaromzet, exclusief btw: 9.000.000 euro;

bal­ansto­taal: 4.500.000 euro.

Vol­doet de ven­nootschap aan de defin­i­tie van microven­nootschap, dan is de belast­ingver­min­der­ing zelfs nog grot­er (45% i.p.v. 30%). De ven­nootschap mag op datum van de jaaraf­s­luit­ing geen dochter­ven­nootschap of moed­er­ven­nootschap zijn en mag niet meer dan één van de vol­gende cri­te­ria over­schri­j­den (gedurende twee achtereen­vol­gende boekjaren):

het bal­ansto­taal bedraagt niet meer dan 350.000 euro;

de omzet, exclusief btw, bedraagt niet meer dan 700.000 euro;

het gemid­delde per­son­eels­be­stand gedurende het jaar bedraagt niet meer dan 10.

Aan­de­len

De belast­ingver­min­der­ing wordt gegeven voor de ver­w­erv­ing van aan­de­len in een star­tende ven­nootschap. Dat kan recht­streeks (u ver­w­erft zelf de nieuwe aan­de­len) of onrecht­streeks via nieuwe beleg­gingsin­stru­menten die zijn uit­gegeven door een financier­ingsve­hikel; nieuwe recht­en van deel­ne­m­ing op naam in een open­baar starters­fonds of in een pri­vate starter­spri­vak (die dan op hun beurt investeren in aan­de­len van star­tende vennootschappen).

Het moet gaan om een stort­ing in geld: inbren­gen in natu­ra en qua­si-inbren­gen zijn uit­ges­loten. Boven­di­en moeten de aan­de­len volledig vol­stort zijn.
U mag met uw beleg­ging niet meer dan 30% van het maatschap­pelijk kap­i­taal van de ven­nootschap verwerven.