De grens oversteken met cash

Terug naar het overzicht

08 oktober 2021

De grens over­steken met cash

In het kad­er van de bestri­jd­ing van wit­was-activiteit­en kent de EU al sinds 2014 regels die u ver­plicht­en aangifte te doen van de ‘liq­uide mid­de­len’ die u bij u draagt op het ogen­blik dat u de grens over­steekt. Aangifte is ver­plicht zodra u meer dan 10.000 euro in cash bij u heeft. De bestaande regeling werd in 2021 nog verstrengd.

Europa bin­nenkomen of verlaten

We moeten een onder­scheid mak­en tussen rondtrekken bin­nen de EU en de EU-buiten­gren­zen over­steken (zoals vanu­it het Verenigd Koninkrijk, Zwit­ser­land, de VS, ).

Steekt u de buiten­gren­zen van de EU over – ongeacht of u bin­nenkomt, dan wel de EU ver­laat –, dan moet u een ‘aangifte liq­uide mid­de­len’ invullen zodra u 10 000 euro of meer op zak heeft. Het gaat daar­bij niet alleen om cash in de vorm van euro­bil­jet­ten, maar ook om het equiv­a­lent daar­van in andere val­u­ta, oblig­aties, aan­de­len of reischeques.

De douane is bevoegd om u bij de grens te con­trol­eren en om, in geval van niet-aangifte, de gevon­den liq­uide mid­de­len in bewar­ing te nemen.

Op 3 juni 2021 wer­den de regels nog strenger.
In eerste instantie werd het begrip ‘liq­uide mid­de­len’ uit­ge­breid. Voor­taan moet u ook een ‘aangifte liq­uide mid­de­len’ indi­enen als u bij het bin­nenkomen of ver­lat­en van de EU waarde­volle voor­w­er­pen ver­vo­ert die een waarde hebben van 10 000 euro of meer. De aangifteplicht heeft sinds 3 juni immers betrekking op: 

bankbil­jet­ten en munten (met inbe­grip van ver­vallen val­u­ta die nog ingewis­seld kun­nen wor­den bij een finan­ciële instelling)

ver­han­del­bare instru­menten aan toon­der, zoals cheques, reis­cheques, order­brief­jes en postwissels

gouden munten met een goudge­halte van ten min­ste 90%

goud­staven of goud­klom­p­jes met een goudge­halte van ten min­ste 99,5%.

Ten tweede kan de douane u vra­gen om een ‘aangifte inza­ke vri­j­gave van liq­uide mid­de­len’ in te dienen als de dienst ont­dekt dat u ‘niet-begelei­de con­tan­ten’ ter waarde van 10.000 euro heeft ver­zon­den via de post, per vracht of koerier. Die aangifte moet bin­nen 30 dagen wor­den gedaan door de ont­vanger, de verzen­der of een aangewezen verte­gen­wo­ordi­ger van beiden.

Ten slotte kan de douane voor­taan ook optre­den als er aan­wi­jzin­gen zijn dat de con­tan­ten ver­band houden met crim­inele activiteit­en. Zelfs als de reiziger min­der dan 10 000 euro op zak heeft.

De Bel­gis­che gren­zen oversteken

Maar ook als u bin­nen de EU bli­jft, kan het zijn dat u aangifte moet doen. Komt u Bel­gië bin­nen of ver­laat u Bel­gië vanu­it, of naar een andere EU-lid­staat, dan moet u voor­taan liq­uide mid­de­len vanaf een waarde van 10.000 euro aangegeven als de douane hierom ver­zoekt. Ook zoge­noemde ‘onbegelei­de liq­uide mid­de­len’ (bijvoor­beeld via de post) moeten aangegeven wor­den als de douane daarom vraagt.

Deze aangifteplicht heeft echter alleen betrekking op con­tant geld en ver­han­del­bare instru­menten aan toon­der. Goud moet niet aangegeven worden.

Net zoals bij het over­steken van de buiten­gren­zen van de Unie kan de douane ook een aangifte vra­gen als de waarde van de liq­uide mid­de­len min­der bedraagt dan 10.000 euro maar er een ver­moe­den is van crim­inele activiteiten.

Overtredin­gen kun­nen lei­den tot de inbe­war­ingne­m­ing van de geld­som­men, maar die inbe­war­ingne­m­ing kan slechts 14 dagen duren.

De nieuwe Bel­gis­che regeling geldt sinds 4 sep­tem­ber 2021.