De gevolgen van Brexit in de Belgische inkomstenbelastingen

Terug naar het overzicht

17 april 2020

De gevol­gen van Brex­it in de Bel­gis­che inkomstenbelastingen

Op 31 jan­u­ari 2020 stapte het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de EU. De Brex­it was een feit. Dankz­ij een over­gangsregeling wordt het VK nog tot 31 decem­ber 2020 gelijkgesteld met een lid­staat van de Europese Unie. Voor som­mige zak­en in de inkom­sten­be­lastin­gen is er echter geen over­gangsregeling ter­wi­jl voor andere aspecten de over­gangsregeling net weer langer zal duren dan 31 decem­ber 2020. Een overzicht.

Europese over­gangsregeling

In de Brex­it-deal van 29 jan­u­ari 2020 wordt een over­gangspe­ri­ode voorzien die loopt tot 31 decem­ber 2020. In die peri­ode bli­jft het EU-recht van toepass­ing op en in het Verenigd Koninkrijk. Die over­gangspe­ri­ode kan een­ma­lig wor­den ver­lengd met één of twee jaar maar de besliss­ing daar­toe moet genomen wor­den vóór 1 juli 2020.

Lid­stat­en van de EU mogen elka­ars inwon­ers niet op één of andere manier dis­crim­ineren. In de ven­nootschaps­be­last­ing betekent dit onder meer dat Bel­gië bepaalde aftrekken moet toes­taan aan ven­nootschap­pen van een andere EU-lid­staat (ter­wi­jl dat voor ven­nootschap­pen uit andere lan­den niet nodig is). Het feit dat het VK nog steeds als een Europese lid­staat wordt beschouwd, betekent dus dat ven­nootschap­pen uit het VK nog tot het einde van dit jaar van die gun­stigere regeling kun­nen genieten.

Bel­gis­che wetgeving

In afwacht­ing van een akko­ord werd al in 2019 wet­gev­ing voorzien voor het geval het VK in de loop van datzelfde jaar de EU zou ver­lat­en. Net zoals nu voorzag die wet dat het VK werd gelijkgesteld met een lid­staat van de Europese Unie tot 31 decem­ber 2019. Maar de wet trad nooit in werk­ing omdat het VK de EU niet ver­lat­en had op 31 decem­ber 2019.

Recent werd opnieuw een wet uit­gevaardigd die — in overeen­stem­ming met de Brex­it-deal tussen de EU en het VK — opnieuw voorzi­et dat met betrekking tot Britse inwon­ers, de Bel­gis­che belast­ing­wet­gev­ing van toepass­ing bli­jft tot 31 decem­ber 2020 alsof er geen Brex­it is.
Maar er zit­ten toch enkele afwijkin­gen in deze nieuwe regeling.

Uitwerk­ing tot na 31 decem­ber 2020

Als u in het VK een con­tract sloot voor een aan­vul­lende pen­sioen, langeter­mi­jns­paren of pen­sioens­paren dan ver­valt als het ware de eindter­mi­jn van de over­gangsregeling. Pre­mies voor dergelijke verzek­erin­gen of spaar­vor­men bli­jven ook na 31 decem­ber 2020 recht geven op aftrek of belast­ingver­min­der­ing en wel tot het einde van het con­tract. De enige voor­waarde is dat het verzek­er­ingscon­tract uiter­lijk op 31 decem­ber 2020 werd afgesloten.

Een zelfde regeling wordt ingevo­erd voor de vri­jstelling van doorstort­ing van bedri­jfsvoorheff­ing op de lonen van bepaalde onder­zoek­ers. Deze vri­jstelling staat open voor samen­werk­ingsovereenkom­sten tussen universiteiten/​hogescholen en onderne­min­gen (alles bin­nen de EU). Lonen uit­be­taald na 31 decem­ber 2020 kun­nen nog geni­eten van de vri­jstelling tot het einde van de overeenkomst, op voor­waarde dat die samen­werk­ingsovereenkomst werd afges­loten uiter­lijk op 31 decem­ber 2020.

Voor div­i­den­den van gere­gle­menteerde vast­goed­ven­nootschap­pen (GVV’s) en vast­goed­be­vaks is er nog een andere over­gangsrel­ing. Onder voor­waar­den kan de roerende voorheff­ing op dergelijke div­i­den­den 15% bedra­gen. Vereist is dat er de vast­goed­porte­feuille van die GVV of vast­goed­be­vak voor min­stens 60% bestaat uit onroerende goed­eren die gele­gen zijn in de Europese Economis­che Ruimte en die uit­slui­tend of hoofdza­ke­lijk bestemd zijn voor “aan woon­zorg of gezond­hei­d­szorg aangepaste wooneen­heden”. Britse onroerende goed­eren tellen dus niet meer mee maar de GVV’s en vast­goed­be­vaks kri­j­gen tot 31 decem­ber 2025 om zich aan te passen. Anders gezegd: onroerende goed­eren in het VK wor­den nog meegeteld voor de 60%-grens tot 31 decem­ber 2025.

31 jan­u­ari 2020

Som­mige bepalin­gen kun­nen niet geni­eten van enige over­gangsregeling. Meer con­creet gaat het over de exit­be­last­ing die ver­schuldigd is als een verzek­er­ingscon­tract naar het buiten­land wordt overge­dra­gen. Als u als belast­ing­plichtige een verzek­er­ingscon­tract (zoals een lev­ensverzek­er­ing of een groepsverzek­er­ing) over­draagt naar een andere maatschap­pij bin­nen de Europese Economis­che Ruimte, dan wordt daar geen belast­ing op geheven. Doet u dat echter naar een andere land, dan wordt een dergelijke over­dracht beschouwd als de betal­ing of toeken­ning van kap­i­taal en wordt in Bel­gië belast­ing geheven. Nu zou u kun­nen denken: ik ver­huis zelf vóór 31 decem­ber 2020 naar de UK en neem mee… mijn lev­ensverzek­er­ing. Dat mis­bruik wordt door deze wet de pas afgesne­den door te voorzien dat er voor dergelijke over­dracht­en geen over­gangsregeling is.

Wat betekent het eigen­lijk dat Britse ven­nootschap­pen geen deel meer uit­mak­en van de EU?

Enkele voor­beelden.

De Moed­er­dochter-richtli­jn (vri­jstelling ven­nootschaps­be­last­ing op div­i­den­den van andere ven­nootschap­pen en geen bron­heff­ing) en de Roy­al­ty-Inter­est richtli­jn (geen bron­heff­ing op inter­esten en roy­al­ty’s) ver­vallen. Inter­esten en roy­al­ty’s van en naar het VK onder­gaan een bron­heff­ing. U moet naar het dubbel­be­last­ingver­drag tussen Bel­gië en het VK kijken om te zien hoeveel die heff­ing is en of u er onder uit kan komen. Voor div­i­den­den van Bel­gië naar het VK is er een interne vri­jstelling roerende voorheff­ing mogelijk. De vri­jstelling ven­nootschaps­be­last­ing voor div­i­den­den bli­jft op zich wel behouden maar het is mogelijk dat de vri­jstelling niet mogelijk is ten aanzien van bepaalde ver­wor­pen uitgaven.

Reor­gan­isatiev­er­richtin­gen of over­brengin­gen die uiter­lijk op 31 decem­ber 2020 wor­den bek­endge­maakt in het Bel­gisch Staats­blad, kun­nen nog belast­ingneu­traal wor­den uit­gevo­erd net zoals dat het geval is voor dit soort ver­richtin­gen bin­nen de EU. Let wel: de datum van de besliss­ing tot reor­gan­isatie of de datum van imple­men­tatie van de reor­gan­isatie is niet rel­e­vant. Na 31 decem­ber 2020 vallen reor­gan­isaties waar­bij Britse onderne­min­gen betrokken zijn over het alge­meen onder het liq­ui­datieregime van artikel 208 en 209 van het WIB 92. Maar ook aan de andere zijde, als u aan­deel­houd­er bent van een Britse ven­nootschap en u ont­vangt naar aan­lei­d­ing van een reor­gan­isatie in het VK, nieuwe aan­de­len, dan is het niet uit­ges­loten dat u daar een meer­waarde­be­last­ing moet op betalen.

De Bel­gis­che fis­cale con­sol­i­datie (van toepass­ing sinds aanslag­jaar 2020) is mogelijk­er­wi­jze ook niet meer van toepass­ing… stel bijvoor­beeld een UK hold­ing met twee Bel­gis­che dochters. Fis­cale con­sol­i­datie tussen de Bel­gis­che dochters is niet mogelijk ten­z­ij het VK nog deel zou uit­mak­en van de Europese Economis­che Ruimte. Maar ook dat is zeer onzeker.

Ven­nootschaps­groepen met een entiteit in het VK onder­zoeken momenteel de gevol­gen van de Brex­it en velen hebben hun con­clusie al getrokken. Groepsstruc­turen wor­den her­schikt in de één of andere richt­ing. Maar ook onderne­mers met activiteit­en in het VK moeten nagaan wat de Brex­it voor hen betekent, niet alleen op het vlak van btw en douane, maar ook in hun vennootschapsbelasting.