De forfaitaire kilometervergoeding van 1 juli 2022 tot 30 juni 2023

Terug naar het overzicht

12 september 2022

De for­faitaire kilo­me­ter­ver­goed­ing van 1 juli 2022 tot 30 juni 2023

Tra­di­tion­eel wordt rond 1 juli bek­endge­maakt hoe hoog de kilo­me­ter­ver­goed­ing zal zijn voor de fed­erale ambtenaren die een ver­plaats­ing voor de over­heid uitvo­eren met hun eigen wagen. Dat is belan­grijk voor onderne­mers, accoun­tants en belastin­gad­viseurs, omdat het bedrag van die ver­goed­ing ook een fis­cale rel­e­vantie heeft.

Met het eigen voertuig

Wan­neer u als werkgev­er, uw werkne­mer op pad stu­urt met zijn eigen wagen om het één en ander te rege­len voor het werk, dan is het logisch dat u een ver­goed­ing betaalt voor de gemaak­te kosten. Strikt genomen moet de werkne­mer die kosten bewi­jzen. Maar om prak­tis­che rede­nen aan­vaardt de belastin­gad­min­is­tratie dat u die kosten for­faitair vergoedt.

De ver­goed­ing mag een bepaald max­i­mum niet over­schri­j­den. En dat max­i­mum is gelijk aan de for­faitaire kilo­me­ter­ver­goed­ing die de fed­erale ambtenaren kri­j­gen voor het gebruik van hun per­soon­lijk motor­vo­er­tu­ig ten beho­eve van de dienst. 

Voor de peri­ode van 1 juli 2022 tot 30 juni 2023 bedraagt dat max­i­mum 0,417 euro/​km. Tegen­over 0,3707 euro/​km in het voor­gaande jaar.

Maar er is meer: als maa­tregel tegen de sterk sti­j­gende brand­stof­pri­jzen in het eerste kwartaal van 2022 heeft de min­is­ter beslist dat de kilo­me­ter­ver­goed­ing voor de peri­ode van maart 2022 tot juni 2022 één­ma­lig en retroac­tief ver­hoogd zal wor­den tot 0,402 euro/​km.

Opgelet: ver­plaatsin­gen die een werkne­mer doet tussen zijn woon­plaats en zijn vaste plaats van tew­erk­stelling zijn geen ver­plaatsin­gen ten beho­eve van de werkgev­er! Die ver­plaatsin­gen komen dus niet in aan­merk­ing en als u er als werkgev­er een ver­goed­ing voor betaalt, dan is dat deel van de ver­goed­ing in principe loon (al zijn er ver­schil­lende vri­jstellin­gen mogelijk).

Max­i­mum 24.000 km

Wat betre­ft de ver­plaatsin­gen in opdracht van de werkgev­er, aan­vaardt de fis­cus dat u de ver­goed­ing for­faitair bepaalt zolang de totale afgelegde afs­tand onder de 24.000 km bli­jft. Boven 24.000 km zal de fis­cus de for­faitaire bereken­ing niet meer aan­vaar­den en moeten er dus toch bewi­jzen op tafel gelegd worden. 

Het bedrag van 0, 4170 euro/​km is ook maar een for­fait. Als de werkne­mer een hogere kost kan aan­to­nen, dan mag u een hogere ver­goed­ing toeken­nen, maar steeds mits de nodi­ge bewi­jzen wor­den voorgelegd. 

Noteer dat deze regeling ook geldt voor RSZ-doelein­den. In principe wor­den alle ver­goedin­gen die u aan de werkne­mer betaalt, als loon beschouwd, maar kosten die eigen zijn aan de werkgev­er wor­den uit het loon gehaald en voor ver­plaats­ingskosten kan u het­zelfde for­fait gebruiken als dat wat de fis­cus hanteert.

Kan u als werkgev­er deze ver­goed­ing in aftrek brengen ?

Tot aanslag­jaar 2020 wer­den brand­stofkosten enerz­i­jds en alle andere autokosten anderz­i­jds ver­schil­lend behan­deld in de ven­nootschaps­be­last­ing. Daarom werd de for­faitaire ver­goed­ing voor de bereken­ing van de koste­naftrek opge­s­plitst in een deel voor de brand­stof en een deel voor de andere kosten (zoals de afschri­jv­ing van het voer­tu­ig en het onderhoud). 

Maar door een ingri­jpende wijzig­ing van de aftrek­baarheid van autokosten vanaf 1 jan­u­ari 2020 (aanslag­jaar 2021) is die opsplits­ing niet meer nodig. Vanaf aanslag­jaar 2021 zijn alle autokosten immers aftrek­baar op basis van de vol­gende for­mule:
120% — (0,5 x coëf­fi­ciënt x CO2-uit­stoot (in gr/​km) )

De coëf­fi­ciënt bedraagt

‘1’ voor dieselwagens; 

‘0,90’ voor wagens op aardgas (met een ver­mo­gen van min­der dan 12 fis­cale pk); en

‘0,95’ voor wagens met een andere motor (ben­zine, elek­trisch, LPG, ).

De aftrek berek­end via deze for­mule mag niet hoger zijn dan 100% en niet lager dan 50% (of 40% als de wagen een uit­stoot heeft van meer dan 200 gr/​km CO2).
Het onder­scheid tussen de brand­stofkosten en de andere kosten is dan ook niet langer relevant.

Vri­jwilligers

Los van het boven­staande wordt de kilo­me­ter­ver­goed­ing voor de fed­erale ambtenaren ook nog gebruikt voor een andere for­faitaire bereken­ing. Namelijk voor de vrijwilligersvergoedingen.

Het statu­ut van de vri­jwilliger laat niet toe dat er betaald wordt voor gepresteerde dien­sten. Er is alleen een onkosten­ver­goed­ing toege­lat­en. Naast de algemene max­i­ma per maand en per jaar bestaat er een aparte grens voor de ver­plaats­ingsver­goedin­gen. Die grens ligt op 2.000 km per jaar per vri­jwilliger (al is er geen grens voor vri­jwilligers die het regel­matig ver­vo­eren van per­so­n­en als activiteit hebben). De ver­goed­ing mag ook hier niet meer bedra­gen dan de kilo­me­ter­ver­goed­ing voor de fed­erale ambtenaren.

Jaar­lijkse aan­pass­ing op de schop?

De min­is­ter heeft onlangs aangekondigd dat de jaar­lijkse aan­pass­ing van de kilo­me­ter­ver­goed­ing zal verd­wi­j­nen. In de plaats daar­van komt er een trimestriële index­ering. Het ini­ti­atief is lovenswaardig, omdat op die manier de for­faitaire ver­goed­ing dichter bij de werke­lijke kost­pri­js zal komen.

Anderz­i­jds is het een mes dat aan twee kan­ten sni­jdt, als na ver­loop van tijd de brand­stof­pri­jzen weer nor­malis­eren, gaat de ver­goed­ing ook sneller omlaag.

Boven­di­en betekent dit dat het soci­aal sec­re­tari­aat elk kwartaal de cijfers moet aan­passen: de werkne­mer weet steeds min­der wat hij of zij op het einde van de maand zal ont­van­gen en de werkgev­er is steeds min­der zek­er van de werke­lijke kost­pri­js van zijn per­son­eel.
Elke medaille heeft twee zijden