De forfaitaire kilometervergoeding van 1 juli 2020 tot 30 juni 2021

Terug naar het overzicht

04 augustus 2020

De for­faitaire kilo­me­ter­ver­goed­ing van 1 juli 2020 tot 30 juni 2021

Tra­di­tion­eel wordt kort voor 1 juli bek­endge­maakt hoe hoog de kilo­me­ter­ver­goed­ing zal zijn voor de fed­erale ambtenaren voor ver­plaatsin­gen met hun eigen voer­tu­ig. Maar het is ook nieuws voor accoun­tants en belastin­gad­viseurs omdat het bedrag van die ver­goed­ing ook fis­cale rel­e­vantie heeft.

Met het eigen voertuig

Als u als werkgev­er, uw werkne­mer met zijn eigen voer­tu­ig op weg stu­urt om het één en ander te rege­len, dan is het logisch dat u een ver­goed­ing betaalt voor de gemaak­te kosten. Strikt genomen moet de werkne­mer die kosten bewi­jzen. Maar om prak­tis­che rede­nen aan­vaardt de belastin­gad­min­is­tratie dat u de ver­goed­ing for­faitair berekent.

De ver­goed­ing mag een bepaald max­i­mum echter niet over­schri­j­den. En dat max­i­mum is gelijk aan de for­faitaire kilo­me­ter­ver­goed­ing die fed­erale ambtenaren kri­j­gen voor het gebruik van hun per­soon­lijk motor­vo­er­tu­ig ten beho­eve van de dienst.
Voor de peri­ode van 1 juli 2020 tot 30 juni 2021 bedraagt het max­i­mum 0,3542 euro/​km (tegen­over 0,3653 euro/​km in het voor­gaande jaar).

Opgelet: ver­plaatsin­gen die een werkne­mer doet tussen zijn woon­plaats en zijn vaste plaats van tew­erk­stelling zijn geen ver­plaatsin­gen ten beho­eve van de werkgev­er! Die ver­plaatsin­gen komen dus niet in aan­merk­ing en als u er een ver­goed­ing voor betaalt, dan is dat in principe “loon” (zij het dat er ver­schil­lende vri­jstellin­gen mogelijk zijn).

Max­i­mum 24.000 km

Wat betre­ft de ver­plaatsin­gen in opdracht van de werkgev­er, aan­vaardt de fis­cus dat u de ver­goed­ing for­faitair bepaalt zolang de totale afgelegde afs­tand onder 24.000 km bli­jft. Boven 24.000 km zal de fis­cus de for­faitaire bereken­ing niet meer aan­vaar­den en moeten er dus toch bewi­jzen op tafel gelegd wor­den.
Het bedrag van 0,3542 euro/​km is ook “slechts” een max­i­mum. Als de werkne­mer een hogere kost kan aan­to­nen, dan mag u een hogere ver­goed­ing toeken­nen maar steeds mits de nodi­ge bewijzen.

Noteer dat deze regeling ook geldt voor RSZ-doelein­den. In principe wor­den alle ver­goedin­gen die u aan de werkne­mer betaalt als loon beschouwd. Kosten die eigen zijn aan de werkgev­er wor­den uit het loon gehaald en voor ver­plaats­ingskosten kan u dezelfde for­fait gebruiken als diegene die de fis­cus hanteert.

Kan u als werkgev­er deze ver­goed­ing in aftrek brengen?

Tot aanslag­jaar 2020 wer­den brand­stofkosten en andere autokosten fis­caal ver­schil­lende behan­deld in de ven­nootschaps­be­last­ing. Daarom werd de for­faitaire ver­goed­ing voor de bereken­ing van de koste­naftrek opge­s­plitst in een deel voor de brand­stof en een deel voor alle andere kosten (zoals afschri­jv­ing en onder­houd). De ver­houd­ing tussen bei­den werd for­faitair vast­gelegd op 30% brand­stof en 70% andere kosten.

Maar door de ingri­jpende wijzig­ing van de aftrek­baarheid van autokosten sinds 1 jan­u­ari 2020 (aanslag­jaar 2021) is die opsplits­ing niet meer nodig.
Vanaf aanslag­jaar 2021 zijn alle autokosten aftrek­baar op basis van de vol­gende for­mule:
120% — (0,5 x coëf­fi­ciënt x CO2-uit­stoot in gr/​km).
De coëf­fi­ciënt bedraagt “1” voor diesel­wa­gens; “0,90” voor wagens op aardgas (met een ver­mo­gen van min­der dan12 fis­cale PK) en “0,95” voor wagens met een andere motor (ben­zine, elek­trisch, LPG, … ).
De aftrek berek­end via deze for­mule mag niet hoger zijn dan 100% en niet lager dan 50% (40% als de wagen een uit­stoot heeft van meer dan 200 gr/​km CO2).
Het onder­scheid tussen brand­stofkosten en andere kosten is niet langer relevant.

Vri­jwilligers

Los van het boven­staande wordt de kilo­me­ter­ver­goed­ing voor de fed­erale ambtenaren ook nog gebruikt voor een andere for­faitaire bereken­ing.
Het statu­ut van vri­jwilliger laat niet toe dat betaald wordt voor gepresteerde dien­sten. Enkel een onkosten­ver­goed­ing is toege­lat­en. Naast de algemene max­i­ma per maand en per jaar geldt een aparte grens voor ver­plaats­ingsver­goedin­gen. De grens ligt op 2.000 km per jaar per vri­jwilliger (er is geen grens voor vri­jwilligers die het regel­matig ver­vo­eren van per­so­n­en als activiteit hebben). De ver­goed­ing mag ook hier niet meer bedra­gen dan de kilo­me­ter­ver­goed­ing voor de fed­erale ambtenaren.

De pri­js van het gemak

De for­faitaire bereken­ing heeft als groot voordeel dat werkgev­er en werkne­mer zich kun­nen beperken tot het bewi­js van afgelegde kilo­me­ters. Boven­di­en is een ver­goed­ing van 0,3542 euro/​km niet belache­lijk laag. Zoals bij elke for­faitaire bereken­ing zijn er win­naars en ver­liez­ers maar het is in elk geval een erg een­voudi­ge en prak­tis­che werkwijze.