De fiscus over ‘negatieve interesten’

Terug naar het overzicht

25 oktober 2021

De fis­cus over ‘negatieve interesten’

Al enige tijd is de rente zo laag dat de beleg­ger geld moet geven om zijn geld te mogen beleggen. Wat denkt de fis­cus van die negatieve interesten?

Roerende voorheff­ing

Er zijn twee aspecten aan negatieve inter­esten. Het eerste ele­ment betre­ft de roerende voorheff­ing (RV). Als de bank u een rente betaalt voor het geld dat u op een reken­ing plaatst, dan moet daar in principe RV op afge­houden wor­den. Maar ver­mits de bank dat geld zelf nog amper kwi­jt ger­aakt, wil zij daar steeds min­der rente voor betal­en. Eigen­lijk wil ze zelfs liev­er dat u dat geld niet op één of andere liq­uide reken­ing plaatst en daarom voorzi­et ze voor die rekenin­gen een negatieve inter­est. Dus u betaalt als het ware inter­est aan de bank Moet daar dan ook geen RV op afge­houden worden?

Als u, als par­ti­c­uli­er, geld leent van fam­i­lie of vrien­den, en u zou daar een inter­estver­goed­ing voor betal­en, moet u in principe RV inhouden, ver­vol­gens een aangifte RV indi­enen en ten slotte de inge­houden som doorstorten aan de Schatk­ist.
Dat u, als beleg­ger met een negatieve inter­est, RV zou moeten inhouden ten laste van de bank, is dus zo gek nog niet.

Maar de fis­cus ziet dat (gelukkig) toch anders. Niet geheel ten onrechte is de fis­cus in een cir­cu­laire over de fis­cale behan­del­ing van negatieve inter­esten van mening dat een negatieve inter­est eigen­lijk hele­maal geen inter­estver­goed­ing of roerend inkomen is. De fis­cus definieert roerend inkomen als “de door de schulde­naar betaalde pri­js voor het genot van het kap­i­taal, zoals is overeengekomen met degene die het kap­i­taal heeft belegd of geïn­vesteerd”.
Maar als u uw geld belegt bij een bank die u daar een negatieve inter­est voor aan­rekent, betaalt de bank geen pri­js voor het genot van uw invester­ing Inte­gen­deel, zij ont­vangt er nog geld voor ook.
Van­daar: geen roerend inkomen en geen roerende voorheffing.

Geen com­pen­satie

Maar die redener­ing heeft een keerz­i­jde.
Stel dat u 500.000 euro belegt bij een bank. Een heel jaar lang. In de eerste helft van het jaar betaalt de bank u daar­voor een rente van bijvoor­beeld 0,5%. Dat is 1.250 euro. Maar in de tweede helft van het jaar rekent zij u een negatieve inter­est aan van 0,2% (dat is 500 euro). U denkt dus dat u op het einde van het jaar een inter­est heeft van 750 euro Maar dat is niet zo: de 1.250 euro die u ontv­ing is inter­est; de 500 euro die u betaalde, is dat niet. Daarom mogen die twee niet gecom­penseerd worden.

De fis­cus gaat zelfs een stap­je verder en stelt dat de 500 euro die u betaalde, hele­maal niet aftrek­baar is, ook niet als innings- en bewar­ingskosten. Een stand­punt dat toch betwist­baar is. Immers, als het geen roerend inkomen is, wat is het dan wel?

Beroeps­matige rekeningen

De fis­cus moest kort na het ver­schi­j­nen van de cir­cu­laire over de negatieve inter­esten haar stand­punt toch een beet­je nuanceren: de admin­is­tratie had in die cir­cu­laire immers geschreven “Boven­di­en zijn de ​‘negatieve inter­esten’ in geen geval aftrek­baar”. Dat was een beet­je te kort door de bocht.

In een ver­vol­gcir­cu­laire werd dat: ​“De ​‘negatieve inter­esten’ zijn in geen geval aftrek­baar voor de vast­stelling van de belast­bare grond­slag van de roerende inkom­sten zoals bedoeld in art. 22, § 1, eerste lid, WIB 92.” Er is immers geen enkele reden om de aftrek als beroep­skost te weigeren als het om beroeps­matige rekenin­gen gaat.

Dit stand­punt van de fis­cus geldt niet alleen voor de Bel­gis­che, maar ook voor de buiten­landse rekenin­gen en beleggingen.