De fiscus op bezoek als u niet thuis bent

Terug naar het overzicht

02 november 2020

De fis­cus op bezoek als u niet thuis bent

De BBI heeft ver­re­gaande bevoegdhe­den om belast­ing­plichti­gen te con­trol­eren. De “vis­i­tatie” is er daar één van: onverwacht en ongevraagd aan­bellen en ver­vol­gens alle kas­ten en schuiv­en open­trekken. Maar kun­nen ze dat ook als u er niet bent?

Stock­op­name in een café in Leuven

In de loop van 2011 komt de BBI enkele keren langs in een café in Leu­ven voor een stock­op­name in het kad­er van een BTW-con­t­role (con­creet: ze tellen het aan­tal vat­en bier). Dat loopt iedere keer goed tot 22 decem­ber 2011. De zaakvo­erders zijn er niet en de aan­wezige werkneem­ster wijst de ambtenaren de deur omdat ze de zaakvo­erders niet kan bereiken. De BBI maakt daar een PV van op.

Enige tijd lat­er spreken de fis­cus, de belast­ing­plichtige en hun fis­cale raadgev­er echter af dat als de BBI zich nog eens aan­biedt, zij wel bin­nen mogen zelfs als de zaakvo­erders er niet zijn. Min­der dan een maand lat­er is het zo ver: de ambtenaren proberen de zaakvo­erders te bellen dat ze voor de deur staan. Tev­ergeefs. Ze gaan ver­vol­gens toch bin­nen maar stoten er opnieuw op een njet van de werkneem­ster die beweert dat ze de uit­drukke­lijke opdracht heeft gekre­gen om hen niet toe te lat­en tot de stockageruimte.

Weiger­ing tot vri­je toegang

Het essen­tiële bestand­deel van de dis­cussie is of er hier sprake is van een weiger­ing van de belast­ing­plichtige om mee te werken aan een con­t­role. Immers, als belast­ing­plichtige bent u ver­plicht mee te werken aan een con­t­role. Doet u dat niet dan loopt u kans op boetes, een aanslag van ambtswege en in het erg­ste geval — als er straf­bare feit­en gepleegd zijn — een ver­wi­jz­ing naar het open­baar ministerie.

Er is wel een grens: de ambtenaren mogen zich niet manu mil­i­tari toe­gang ver­schaf­fen tot de beroep­slokalen. Maar aan de andere kant heeft de belast­ing­plichtige — vol­gens het hof van beroep — ook niet de mogelijkheid om de toe­gang te weigeren (Brus­sel 12 mei 2020, 2016/AF/13).

Het hof ver­wi­jst naar het toepas­selijke artikel uit het BTW-wet­boek (artikel 63) dat zegt dat de belast­ing­plichtige (…) aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepass­ing van de belast­ing over de toegevoegde waarde te con­trol­eren en in het bez­it zijn van hun aanstellings­be­wi­js, op elk tijd­stip en zon­der vooraf­gaande ver­wit­tig­ing, vri­je toe­gang [moet] ver­lenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend (…).

Ze lei­den daar uit af dat er ner­gens geschreven staat dat de belast­ing­plichtige aan­wezig moet zijn of dat hij/​zij er vooraf­gaan­delijke toe­lat­ing moet geven voor een vis­i­tatie. Vol­gens het hof zou die eis (aan­wezigheid of toe­lat­ing) de betrokken bepal­ing trouwens uithollen omdat het de kans zou bieden om nog het één en ander te “rege­len” vóór de con­troleurs langskomen.

Excu­us voor weigering

Zijn het feit dat de zaakvo­erders afwezig waren en de werkneem­ster niet “gevol­machtigd” was om de ambtenaren toe te lat­en, dan geen wet­tig­ing of toch min­stens een excu­us voor de weiger­ing?
Het hof vin­dt van niet.

In eerste instantie waren er afsprak­en gemaakt. Maar zelfs als die er niet waren, was er de werkneem­ster die wel toe­gang had kun­nen geven. Het feit dat zij niet gevol­machtigd was, wordt door het hof op een dubbele manier aan de kant geschoven. Het hof stelt vast dat ze blijk­baar wel gevol­machtigd was om de zaak open te houden tij­dens de afwezigheid van de zaakvo­erders en ze had ook toe­gang tot de betrokken ruimte (want ze kon een leeg vat ver­van­gen). Dus dat ze niet gevol­machtigd zou zijn, is niet erg geloofwaardig. Maar het doet er ook niet echt toe, want zij had sowieso medew­erk­ing moeten verlenen.

Dubbele boete

We hebben hier­boven het ver­haal eigen­lijk niet hele­maal verteld: de laat­ste con­t­role was niet alleen een BTW-con­t­role, maar ook een con­t­role inza­ke inkom­sten­be­lastin­gen. Voor het niet toe­lat­en van de ambtenaren om de con­t­role inza­ke inkom­sten­be­lastin­gen te doen, was de belast­ing­plichtige al eerder vero­ordeeld, ook voor het hof van beroep.
De vraag was dan ook of het­zelfde feit niet twee keer bestraft werd.

Maar het hof van beroep wijst dit af. Dat is niet uniek. Ook het Hof van Cas­satie oordeelde al eerder dat er geen sprake is van “non bis in idem” als een belast­ing­plichtige een boete kri­jgt voor een overtred­ing inza­ke inkom­sten­be­lastin­gen en nog eens inza­ke BTW ter­wi­jl de onderliggende feit­en dezelfde zijn.
De rechter kan wel nagaan of de straf niet onevenredig is, maar kan niet afzien van de boete om loutere rede­nen van oppor­tu­niteit en tegen wet­telijke regels in.