COVID-19 en sociale zekerheid

Terug naar het overzicht

17 maart 2020

COVID-19 en sociale zekerheid

Mid­den maart nam de regering in meerdere etappes bij­zon­der ver­re­gaande maa­trege­len om de ver­sprei­d­ing van Covid-19 te ver­tra­gen. Om de economis­che impact van deze maa­trege­len (sluit­ing van onderne­min­gen, reisver­bod, samen­schol­ingsver­bod, ) te com­penseren, wer­den tal van begelei­den maa­trege­len genomen. We kijken hier naar de maa­trege­len op het vlak van sociale zekerheid.

De sociale zek­er­heid van de ondernemer

Zow­el op 13 maart als op 18 maart wer­den ver­schil­lende maa­trege­len genomen die de zelf­s­tandi­ge onderne­mer moeten helpen om liq­uiditeit­sprob­le­men te voorkomen.

Een eerste reeks maa­trege­len hebben betrekking op sociale zekerheidsbijdragen.

In eerste instantie kan u (schriftelijk) een aan­vraag indi­enen bij uw socialev­erzek­er­ings­fonds om de betal­ing van uw voor­lop­ige sociale bij­dra­gen van het eerste en tweede kwartaal van 2020 met een jaar uit te stellen. U kri­jgt daar­voor geen ver­hogin­gen aan­gerek­end en het heeft geen invloed op de uitk­erin­gen.
De bij­drage van het eerste kwartaal 2020 moet dus betaald wor­den vóór 31 maart 2021 en de bij­drage van het tweede kwartaal 2020 vóór 30 juni 2021.
Let wel: u moet deze aan­vraag indi­enen vóór 16 juni 2020.

Daar­naast is er ook een algemene kwi­jtscheld­ing van ver­hogin­gen voor zelf­s­tandi­gen die hun voor­lop­ige sociale bij­dra­gen van het eerste kwartaal van 2020 niet tijdig betaalden. Die moesten in principe betaald wor­den vóór 31 maart 2020. Als u te laat betaalt, zal u daar geen ver­hogin­gen moeten voor betal­en. Het­zelfde geldt voor de laat­ti­jdi­ge betal­ing van reg­u­lar­isatiebi­j­dra­gen die op 31 maart 2020 moesten betaald zijn.
U moet hier geen aan­vraag voor indi­enen: de kwi­jtscheld­ing gebeurt automatisch.

Verder kan u ook via uw socialev­erzek­er­ings­fonds een aan­vraag indi­enen tot ver­min­der­ing van de voor­lop­ige sociale bij­dra­gen voor 2020 als uw beroepsinkom­sten lager liggen dan één van de wet­telijke drem­pels. U kan zelfs een vri­jstelling vra­gen van bij­dra­gen voor het eerste en tweede kwartaal van 2020.

Tot nad­er order zullen socialev­erzek­er­ings­fond­sen geen aan­manin­gen voor nog niet betaalde sociale bij­dra­gen ver­s­turen en even­min aangekondigde dwang­beve­len uitvoeren.

Naast maa­trege­len met betrekking tot de bij­dra­gen is er ook een cri­sis­maa­tregel betr­e­f­fende het overbruggingsrecht.

De zelf­s­tandi­gen en helpers in hoofd­beroep en meew­erk­ende echtgenoten die hun activiteit (geheel of gedeel­telijk) moeten onder­breken, hebben recht op de finan­ciële uitk­er­ing van het over­brug­gingsrecht voor de maan­den maart en april 2020. Het speelt hier­bij geen rol of de onder­brek­ing volledig of gedeel­telijk is.

Bent u niet ver­plicht te sluiten omwille van de over­hei­ds­maa­trege­len, dan heeft u toch nog recht op een finan­ciële uitk­er­ing van het over­brug­gingsrecht voor maart en april 2020, voor zover u in elk van deze maan­den min­stens 7 opeen­vol­gende kalen­derda­gen uw activiteit moest onder­breken naar aan­lei­d­ing van het coro­n­avirus. Dat is bijvoor­beeld het geval als u uw onderne­m­ing moet stop­pen omdat uw per­son­eel niet komt opda­gen of uw lever­anciers niet lev­eren… De onder­brek­ing moet wel volledig zijn.

De uitk­er­ing wordt extra ver­soe­peld waar­bij admin­is­tratieve for­maliteit­en tot een min­i­mum wor­den her­leid. Zelf­s­tandi­gen die in het verleden het max­i­mum aan­tal maan­delijkse uitk­erin­gen in het over­brug­gingsrecht al genoten, komen toch nog in aan­merk­ing voor deze finan­ciële uitkeringen.

Ten slotte hebben zelf­s­tandi­gen die min­stens 8 dagen arbei­d­songeschikt zijn, vanaf de eerste dag recht op een arbei­d­songeschik­thei­d­suit­k­er­ing van het zieken­fonds. In bepaalde gevallen kan u vra­gen om geen sociale bij­dra­gen te betal­en tij­dens de peri­ode van ziek­te (“gelijk­stelling wegens ziekte”).

De sociale zek­er­heid voor de werknemer

Naast de eigen sociale zek­er­heid heeft een onderne­mer met per­son­eel ook heel wat ver­plichtin­gen inza­ke sociale zek­er­heid voor werkne­mers. Ook op dit vlak wer­den meerdere maa­trege­len genomen.

Een eerste maa­tregel is de mogelijkheid om een betal­ings­plan te vra­gen voor de betal­ing van sociale werkgev­ers­bi­j­dra­gen. Het gaat om een al bestaande mogelijkheid: u kan op elk ogen­blik zo’n betal­ings­plan vra­gen mits gegronde reden. Voor de socialezek­er­hei­ds­bi­j­dra­gen van het 1e en 2e kwartaal van 2020 wordt COVID-19 aan­vaard als een dergelijke reden zodat u een aan­vraag kan indi­enen voor een min­nelijke betalingstermijn.

Voor werkgev­ers is de belan­grijk­ste maa­tregel wellicht het open­stellen en de vereen­voudig­ing van de pro­ce­dure van tijdelijke werk­loosheid. Alle tijdelijke werk­loosheid die te wijten is aan het coro­n­avirus, kan beschouwd wor­den als “tijdelijke werk­loosheid wegens over­ma­cht”. Toe­tre­den tot dat stelsel wordt extreem vereenvoudigd:

Tot 05/04/2020, maar ver­leng­baar tot 30/06/2020 moet de werkgev­er geen “med­edelin­gen tijdelijke werk­loosheid wegens over­ma­cht” meer ver­s­turen naar het bevoegde werk­looshei­ds­bu­reau van de RVA.

Wie sinds 13/03/2020 een aan­vraag voor tijdelijke werk­loosheid had inges­tu­urd, ongeacht of die gebaseerd was op “over­ma­cht” dan wel op “economis­che werk­loosheid”, moet geen bijkomende aan­vraag meer indienen.

U moet als werkgev­er voor de peri­ode van 01/03/2020 tot en met 30/06/2020 ook geen con­trolekaarten C3.2A aflev­eren aan de werkne­mers die tijdelijk werk­loosheid wor­den gesteld, ongeacht de reden van tijdelijke werkloosheid.

Ook voor de werkne­mer wordt de pro­ce­dure ver­soe­peld zodat hij of zij zon­der toe­laat­baarhei­dsvoor­waar­den toege­lat­en wordt tot het recht op werk­looshei­d­suit­k­erin­gen. Dit geldt, voor de peri­ode van 01/02/2020 tot en met 30/06/2020, ook voor de werkne­mer die tijdelijk werk­loos is wegens economis­che oorza­k­en.
De uitk­er­ing wordt tijdelijk ook verhoogd.

Gewest­elijke maatregelen

Zow­el voor zelf­s­tandi­gen als voor werkgev­ers zijn er nog tal van andere maa­trege­len die genomen wor­den door de gewest­elijke over­he­den. Een greep uit het grote aanbod.

In het Brus­sels Hoofd­st­edelijk Gewest: 
• Een­ma­lige pre­mie voor bedri­jven getrof­fen door nood­maa­trege­len en ver­plicht tot sluiting.
• Afschaffing van de City Tax voor het eerste semes­ter van 2020.

In het Vlaams Gewest:
• Hin­der­premie voor onderne­min­gen en zelf­s­tandi­gen getrof­fen door de coronamaatregelen. 
• Uit­s­tel van betal­ing van de onroerende voorheff­ing: de aanslag­bil­jet­ten voor de onroerende voorheff­ing voor de bedri­jven zullen pas vanaf sep­tem­ber uit­ges­tu­urd worden.

In het Waals Gewest:
• Pre­mie van 5.000 euro per bedri­jf dat volledig ges­loten of stil­gelegd wordt als gevolg van beslissin­gen genomen door de Nationale Vei­lighei­d­sraad en behorend tot bepaalde sec­toren (o.a. ver­schaf­fen van accom­mo­datie en maaltijden).
• Algemene bevriez­ing van lopende lenin­gen door SRIW, GROUPE SOGEPA, SOWALFIN tot eind maart 2020, met ver­leng­ing mogelijk tot eind april 2020.
• SOGEPA en Wal­lonie San­té bieden lenin­gen aan voor een max­i­mumbedrag van 200.000 euro met een aftrek­bare terug­be­tal­ing van 1 jaar en met een vaste rentevoet van 2%.