Concurrentieslag met ex-bestuurders

Terug naar het overzicht

21 december 2020

Con­cur­ren­ties­lag met ex-bestuurders

Het loy­auteit­sprincipe ver­biedt bestu­ur­ders om con­cur­ren­tie te voeren met de ven­nootschap waar­van ze bestu­ur­der zijn. De aan­deel­houd­ers vertrouwen hem of haar het beheer van hun onderne­m­ing toe dan mag men er van uit gaan dat zij al het nodi­ge doen om dat beheer te opti­malis­eren. Maar wat als de bestu­ur­der de deur achter zich dicht trekt?

Geen wet

Het loy­auteit­sprincipe staat ner­gens zwart op wit neergeschreven. Het vloeit voort uit het principe van goede trouw uit het Burg­er­lijk Wet­boek. Het is niet nodig (maar wellicht wel aangewezen) om dit afzon­der­lijk in een overeenkomst op te nemen.

Omdat het zo alge­meen is, wordt het ook erg ruim geïn­ter­pre­teerd. Het gaat niet alleen om de directe con­cur­ren­tie (dezelfde dien­sten aan­bieden als de ven­nootschap), maar ver­biedt een bestu­ur­der bijvoor­beeld ook om een bestu­ur­der­srol op te nemen in een con­cur­rerende ven­nootschap. Zelfs aan­deel­houd­er­schap in of een func­tie als werkne­mer bij een con­cur­rent is een inbreuk op dat loyauteitsbeginsel.

Na het mandaat

De vraag stelt zich of dit con­cur­ren­tie­ver­bod ook door­speelt nadat het man­daat tot een einde kwam. Immers, de bestu­ur­der heeft heel wat ken­nis van de onderne­m­ing. Voor con­cur­renten heeft hij dan ook een erg hoge waarde.

Het hof van beroep van Gent was enkele jaren gele­den (13 okto­ber 2014) van mening dat het con­cur­ren­tie­ver­bod naw­erk­ing heeft. Het ging om een zaakvo­erder van een wijn­han­de­laar die na zijn (vri­jwillig) ontslag, als zelf­s­tandi­ge wijn­han­de­laar ges­tart was.
De rechters meen­den dat dit een inbreuk was op het loy­auteit­sprincipe. Dat is op zich merk­waardig omdat je zou mogen verwacht­en dat de loy­auteit ophoudt van zodra je het bedri­jf ver­laat. Maar het hof meent dat de naw­erk­ing van de goede trouw alge­meen wordt aan­vaard zodat ook de niet-con­cur­ren­tiev­er­plicht­ing na de beëindig­ing nog bli­jft spe­len, zij het voor een in de tijd beperk­te ter­mi­jn (in casu 6 maan­den na de beteken­ing van het vonnis).

In een ander geval voor het hof van beroep van Antwer­pen in 2017 con­cludeert het hof ook dat de niet-con­cur­ren­tieplicht nog bli­jft naw­erken nadat de bestu­ur­der de onderne­m­ing ver­laat. De casus was wat ingewikkelder maar zek­er niet min­der menselijk.
Een vennootschap/​verzekeringsmakelaar J&J wordt opgericht door dhr. A (50%) en het echt­paar B en C (elk 25%). Na enkele jaren steken B en C hun aan­deel­houd­er­schap in een ven­nootschap (B&C) en wordt B vaste verte­gen­wo­ordi­ger van B&C in J&J. Nog enkele jaren lat­er neemt J&J alle aan­de­len van B&C over maar B en C wensen J&J volledig over te nemen. Dat duurt enkele maan­den tot­dat de gesprekken plots wor­den stopgezet en A kort daar­na de ene opzeg­ging na de andere bin­nenkri­jgt. Ver­schil­lende con­tracten wor­den overgenomen door B&C.
Het hof van beroep van Antwer­pen legt de ex-bestu­ur­der/za­akvo­erder een con­cur­ren­tie­ver­bod op van één jaar na het einde van het mandaat.

Hof van Cassatie

Die besliss­ing werd onlangs door het Hof van Cas­satie ver­wor­pen. Het Hof van Cas­satie meent in haar arrest van 25 juni 2020 dat het principe van vri­jheid van onderne­men voor­rang heeft op de naw­erk­ing van de goede trouw. De vri­jheid van onderne­men is een basis­be­gin­sel dat enkel door de wet of door een bij­zon­dere overeenkomst beperkt kan wor­den. Het principe van de naw­erk­ing van goede trouw (en het con­cur­ren­tie­ver­bod dat daar uit voortvloeit) staat niet uit­drukke­lijk in zo’n wet zodat een con­cur­ren­tie­ver­bod enkel kan opgelegd wor­den via een overeenkomst.

Een overeenkomst

Goede afsprak­en mak­en goede vrien­den: het lijkt dus aangewezen om meteen bij de aan­vang van het man­daat overeen te komen hoe het verder moet na een eventuele breuk. Een niet-con­cur­ren­tiebe­d­ing moet even­wichtig zijn. Het moet bijvoor­beeld beperkt zijn in tijd en ruimte en best wordt ook meteen omschreven in welke domeinen het kan spe­len.
Bedin­gen die niet aan deze voor­waar­den vol­doen wor­den als nietig beschouwd en dan bent u opnieuw bij af.