BTW op educatieve en wetenschappelijke evenementen via lokalisatiecriteria

Terug naar het overzicht

14 november 2020

BTW op edu­catieve en weten­schap­pelijke even­e­menten via lokalisatiecriteria

Toe­gang tot weten­schap­pelijke en edu­catieve even­e­menten zijn onder­wor­pen aan BTW in het land waar het even­e­ment plaats vin­dt en niet waar de afne­mer geves­tigd is. Bel­gië past deze regel toe als het even­e­ment niet langer duurt dan één dag. Maar het lijkt erop dat dat wel­dra zal veranderen.

Europese belast­ing

Hoewel BTW een bij uit­stek Europese belast­ing is, zijn er toch heel wat ver­schillen in de toepass­ing van die wet­gev­ing in de ver­schil­lende lid­stat­en. Toe­gang tot weten­schap­pelijke en edu­catieve even­e­menten is daar een voor­beeld van.
In heel Europa geldt als regel dat een even­e­ment aan BTW onder­wor­pen is in het land waar het even­e­ment plaats vin­dt. Maar wat is een evenement?

In Bel­gië is er maar sprake van een even­e­ment als de duur ervan niet langer is dan één dag. Als een even­e­ment maar één dag duurt, is de BTW ver­schuldigd daar waar het sem­i­nar­ie door­gaat. Maar als het langer duurt, is BTW ver­schuldigd vol­gens de plaats van de afne­mer. In Frankrijk bijvoor­beeld is er sprake van een even­e­ment als het niet langer duurt dan 7 dagen. In Ned­er­land maakt men een onder­scheid tussen “aan een even­e­ment deel­ne­men” en “toe­gang hebben tot een even­e­ment”.
Het gevaar op dubbele BTW of omge­keerd geen BTW, is niet denkbeeldig.

Zaak Srf konsulterna

Het Europees Hof werd ondervraagd over een dergelijke sit­u­atie. Het betrof een Zweedse ven­nootschap (Srf kon­sul­ter­na), opgericht door een beroepsv­erenig­ing van boekhoud­ers. Deze ven­nootschap ver­zorgde oplei­din­gen voor Zweedse boekhoud­ers. De oplei­din­gen ston­den enkel open voor belast­ing­plichti­gen van wie de zetel van de bedri­jf­suit­oe­fen­ing zich in Zwe­den bevond of er een vaste inricht­ing had­den.
Som­mige van die oplei­din­gen wer­den buiten Zwe­den geor­gan­iseerd. Die buiten­landse oplei­din­gen duur­den vijf dagen met een onder­brek­ing van één dag.

Om zek­er te zijn vroeg Srf kon­sul­ter­na de mening van de Zweedse vari­ant van onze rul­ing­com­missie. Die com­missie antwo­ordde dat ook de buiten­landse oplei­din­gen beschouwd moeten wor­den als dien­stver­richtin­gen die plaatsvin­den in het land van de belast­ing­plichtige afne­mer (in casu Zwe­den). De redener­ing die de com­missie maak­te is dat het begrip „toe­gang tot even­e­menten” moet gezien wor­den als het recht om een bepaalde plaats te betre­den.
Maar in het geval van Srf kon­sul­ter­na gaat het om dien­sten die niet zozeer gaan over het recht om een bepaalde plaats te betre­den, maar eerder over het recht om aan een spec­i­fieke oplei­d­ing deel te nemen en dus is de BTW wel in Zwe­den ver­schuldigd en niet in Span­je (de 5‑daagse oplei­d­ing ging door in Pal­ma de Mallorca).

BTW op de plaats waar de dien­sten wor­den verbruikt

Het Europees Hof is steeds van oordeel geweest dat BTW zo veel mogelijk moet geheven wor­den op de plaats waar de goed­eren en dien­sten wor­den ver­bruikt. Dat betekent in casu “op de plaats waar zij daad­w­erke­lijk plaatsvin­den, dus in de lid­stat­en waar die oplei­din­gen wor­den gegeven”. Het Hof legt de feit­en dat enkel Zweedse BTW-plichti­gen kun­nen deel­ne­men, de reg­is­tratie vooraf gebeurt bij de Zweedse organ­isator en ook de betal­ing vooraf gebeurt, naast zich neer.

Terecht haalt Srf kon­sul­ter­na aan dat de admin­is­tratieve last op die manier wel erg zwaar wordt. Hoewel het Hof dat erkent, meent zij toch dat dit geen reden mag zijn om de richtli­jn anders uit te leggen.

Stand­punt van de Bel­gis­che administratie

In antwo­ord op een par­lemen­taire vraag naar aan­lei­d­ing van het boven­staande arrest laat de min­is­ter weten dat de Bel­gis­che admin­is­tratie haar stand­punt over “toe­gang tot even­e­menten” zal veran­deren. Ze zal de duur van het even­e­ment niet meer beschouwen als het enige doorslaggevend cri­teri­um om een even­e­ment te definiëren.
Dat is momenteel nog niet gebeurd maar het zal ongetwi­jfeld niet lang meer op zich lat­en wachten.

In dat nieuwe stand­punt zal de BTW-admin­is­tratie naast het ele­ment van de duur­tijd van het even­e­ment ook reken­ing moeten houden met andere cri­te­ria zoals het feit dat de edu­catieve activiteit­en op voor­hand zijn gep­land, op een spec­i­fieke plaats plaatsvin­den en betrekking hebben op een vooraf omschreven onder­w­erp.
In afwacht­ing daar­van bli­jft u echter best de oude richtli­j­nen volgen.