Btw en verbouwingswerken aan een deels professioneel gebruikt gebouw

Terug naar het overzicht

11 juni 2020

Btw en ver­bouwingswerken aan een deels pro­fes­sioneel gebruikt gebouw

Ver­bouwingswerken kun­nen, mits nalev­ing van een reeks voor­waar­den, geni­eten van een btw-tarief van 6%. Pro­fes­sioneel gebruik­te gebouwen kun­nen niet van dat voordeeltarief geni­eten. Wat doen we dan met gemengd gebruik­te gebouwen?

De algemene voorwaarden

Het ver­laagd tarief van 6% voor ver­bouwingswerken is onder­wor­pen aan 3 hoofdvoorwaarden:

de won­ing is oud­er dan 10 jaar;

de uit­gevo­erde werken (omvorm­ing, ren­o­vatie, ver­be­ter­ing, her­stelling of onder­houd, met uit­zon­der­ing van reinig­ing) wor­den recht­streeks aan de eindge­bruik­er (bv. eige­naar, vrucht­ge­bruik­er, huur­der, …) gefactureerd;

de won­ing wordt uit­slui­tend of hoofdza­ke­lijk als privé­won­ing gebruikt.

Ver­bouwt u een gebouw dat u pro­fes­sioneel gebruikt, dan heeft u geen recht op het voordeeltarief.
Bent u een btw-plichtige, dan maakt dat niet zoveel uit omdat voor “werken in onroerende staat” (de wet­telijke term voor ver­bouwin­gen, ren­o­vatie, nieuw­bouw, enz.) u gebruik kan mak­en van de ver­leg­ging van heff­ing. Dat betekent dat er geen btw wordt aan­gerek­end op de fac­tu­ur maar dat u, op het ogen­blik dat u uw btw-aangifte indi­ent, het bedrag van de btw moet aangeven als ver­schuldigde btw én meteen ook als aftrek­bare btw. Als de werken 100% beroeps­matig zijn, recu­pereert u meteen de volledi­ge btw.

Maar voor onderne­mers die niet btw-plichtig zijn, maakt het wel veel ver­schil. We denken dan in het bij­zon­der aan vri­je beroepers zoals geneesh­eren, tan­dart­sen, kine­sither­a­peuten … Een ver­bouwing aan de tan­dart­sen­prak­tijk is onder­wor­pen aan 21% zon­der de mogelijkheid om de betaalde btw af te trekken, ten­z­ij als beroep­skost in de inkomstenbelasting.

Gemengde gebouwen

Het gebeurt vaak dat die vri­je beroeper zijn activiteit uitoe­fent in zijn eigen won­ing. Een ver­bouwing van een dergelijk gebouw kan dan betrekking hebben op het privé-gedeelte, het beroeps­gedeelte of gewoon de bei­den samen (bv. u laat een nieuw dak leggen).

Als u uw gemengd gebruikt gebouw ver­bouwt, dan gelden vol­gens de belastin­gad­min­is­tratie de vol­gende regels:

wordt het gebouw voor privé­doelein­den gebruikt en slechts bijkom­stig voor een bedri­jf­s­ac­tiviteit, en voor zover de werkza­amhe­den wor­den uit­gevo­erd aan het geheel van het gebouw, dan mag het ver­laagd tarief van 6%. een­vormig wor­den toegepast op het geheel van de werken;

hebben de werken uit­slui­tend betrekking op beroep­slokalen (bv. de geneesheer die uit­slui­tend de wachtkamer van zijn prak­tijk laat opfris­sen), dan is de belast­ing ver­schuldigd tegen het tarief van 21%, aangezien de werken geen betrekking hebben op de won­ing in de strik­te beteke­nis van het woord.

Een prak­tijkgeval

De regels lijken duidelijk maar in de prak­tijk ligt het soms wat moeil­ijk­er. Getu­ige daar­van een von­nis van de recht­bank van Luik van 5 novem­ber 2019.

Een geneesheer laat een uit­brei­d­ing bouwen aan de gezinswon­ing. Het gaat meer in het bij­zon­der om een garage voor privége­bruik op de begane grond en een dok­ter­sprak­tijk op de eerste verdieping waaraan een wachtkamer, een toi­let en een entree­hal zijn ver­bon­den. Het nieuwe deel van het gebouw is met het oude deel ver­bon­den door een deur. Ver­mits het gebouw oud­er was dan 10 jaar, werd het tarief van 6% toegepast.

De belastin­gad­min­is­tratie betwist de toepass­ing van het tarief van 6% omdat de bouww­erkza­amhe­den niet kon­den wor­den beschouwd als werkza­amhe­den aan een par­ti­c­uliere woning.

De recht­bank van eerste aan­leg van Luikt stelt vast dat het oude en het nieuwe deel van het gebouw aan elka­ar vastzit­ten en niet geï­soleerd zijn van elka­ar. De dok­ter­sprak­tijk is toe­ganke­lijk vanu­it de privé-woonkamer via een deur. Ver­warm­ing en meters zijn gemeen­schap­pelijk. Het dak van de aan­bouw sluit aan op de overkap­ping van het ter­ras. Een verdel­ing van bei­de delen is feit­elijk onmo­gelijk. Zelfs het gegeven dat de geneesheer dit stuk van haar won­ing ver­hu­urde aan een aparte ven­nootschap (de eigen dok­tersven­nootschap) betekent voor de recht­bank niet dat privé en beroep in dit gebouw opsplits­baar zijn. Ten slotte legt de recht­bank ook het argu­ment dat het nieuwe gedeelte niet gebruikt kan wor­den voor privé­doelein­den, naast zich neer.

De uit­brei­d­ing van de won­ing met dit pro­fes­sioneel gedeelte is, gelet op de beperk­te opper­vlak­te ervan, acces­soir en de nieuw­bouw is fysisch ook hele­maal ingew­erkt in het gebouw. Het gebouw behoudt in zijn geheel het karak­ter van een won­ing. Daarom staat de recht­bank het ver­laagd tarief van 6% toe.

Beroep werd aangetekend

De belastin­gad­min­is­tratie heeft beroep aangetek­end tegen dit von­nis. Haar voor­naam­ste argu­ment bli­jft dat de uit­brei­d­ing van het gebouw een “autonome een­heid” vormt dat over­we­gend beroeps­matig gebruikt wordt.

Dat argu­ment werd door de recht­bank ver­wor­pen: de recht­bank meent dat het ver­huren van de uit­brei­d­ing alleen, slechts the­o­retisch mogelijk is. Daar­door vormt de uit­brei­d­ing geen autonome eenheid.

Afwacht­en of het hof van beroep er ook zo over denkt.