Bijklussen in 2021

Terug naar het overzicht

01 maart 2021

Bijk­lussen in 2021

Wat bli­jft er nog over van het gratis blijk­lussen zoals we dat in 2018 kenden? Het Grondwet­telijk Hof verni­etigde die regeling in de loop van 2020. We vallen daar­door sinds begin 2021 terug op het “oude stelsel”.

Hoe het was

In 2017 werd een vri­jstelling van belastin­gen en sociale zek­er­heid ingevo­erd voor klus­jes tussen par­ti­c­ulieren en voor werk in een verenig­ing. In 2018 werd het stelsel ook opengezet voor activiteit­en in de deele­conomie.
Maar het Grondwet­telijk Hof vond dat het gratis bijk­lussen een oneer­lijke con­cur­ren­tie uit­maak­te voor onderne­mers die zich met dit soort zak­en bezighoudt (denken we aan de tuiniers, klus­jes­di­en­sten, …). Het hof besliste dat de regeling moest ophouden vanaf 1 jan­u­ari 2021. En zo geschied­de het ook.

Hoe het nu zit

De belast­ingvri­jstelling en vri­jstelling van de sociale zek­er­heid voor klus­jes als par­ti­c­uli­er is hele­maal weg.
Uit­er­aard wordt u niet meteen belast­ing­plichtig als u de buur een hand­je helpt en u daar iets voor kri­jgt. Het wordt miss­chien wel anders als u met die buur een con­trac­t­je sluit dat u bijvoor­beeld de tuin onder­houdt gedurende een zekere peri­ode. De kans bestaat dat de fis­cus het inkomen zal kwal­i­fi­ceren als een divers inkomen waarop een belast­ing­tarief van 33% ver­schuldigd is.
Pro­fileert u zich nog meer, en begint u grotere mid­de­len in te zetten, dan loopt u zelfs de kans dat de fis­cus uw activiteit als een beroep­s­ac­tiviteit zal zien, waar­door het inkomen belast­baar wordt als beroepsinkomen.

Vri­jwilligers in verenigingen

Vri­jwilligers kun­nen, net zoals voorheen aan de slag voor een verenig­ing maar mogen daar “in principe” geen ver­goed­ing voor kri­j­gen.
Wel zijn onkosten­ver­goedin­gen toege­lat­en. Die mogen ook for­faitair vast­gelegd wor­den maar dan mogen ze bepaalde max­i­ma niet over­sti­j­gen: momenteel zijn die max­i­ma 35,41 euro per dag en 1.416,16 euro per jaar. Er zijn hogere gren­zen voor bepaalde activiteit­en. Ligt de ver­goed­ing die u kri­jgt hoger dan die max­i­ma, dan ont­vangt u een loon en wordt u daarop pro­gressief belast.

Vri­jwilligers in “sportieve” verenigingen

Daar­naast voorzi­et een wet van 24 decem­ber 2020 een bij­zon­der belast­ing­s­telsel voor “verenig­ingswerk”. Die uit­zon­der­ing is echter beperkt tot sportv­erenigin­gen!
De inkom­sten uit dit soort verenig­ingswerk zijn belast­baar als divers inkomen. Slechts de helft van het inkomen is belast­baar (er is een for­faitaire koste­naftrek van 50%) en het tarief is 20%.

Maar zoals gezegd, de toepass­ing is eerder beperkt. Enkel de vol­gende activiteit­en komen in aanmerking:

1. ani­ma­tor, lei­der, mon­i­tor … die sportini­ti­atie en/​of sportac­tiviteit­en verstrekt;

2. sport­train­er, sportles­gev­er, sports­chei­d­srechter, jurylid, stew­ard, ter­rein­ver­zorg­er-mate­ri­aalmeester, seingev­er bij sportwedstrijden;

3. con­ciërge van sportinfrastructuur;

4. onder­s­te­un­ing op klein­schalige basis inza­ke admin­is­tratie, bestu­ur, logistieke verantwoordelijkheden;

5. hulp op klein­schalige basis bij het opstellen van nieuws­brieven en andere pub­li­caties in de sportsector;

6. oplei­din­gen, lezin­gen, en pre­sen­taties in de sportsector.

Er zijn nog tal van andere beperkin­gen waar u reken­ing moet mee houden. De bijk­lusser moet oud­er zijn dan 18 jaar, moet een min­i­mumver­goed­ing ont­van­gen en is niet vol­strekt werk­loos geweest in een peri­ode vóór het bijklussen.

Er is boven­di­en een max­i­mum aan de inkom­sten die u zo kan opstrijken, nl. 1/​12e van 3.830 euro per maand (te index­eren bedrag). Dat komt in 2021 neer op iets min­der dan 6.390 euro ofwel 532,50 euro per maand. Voor de activiteit­en 1 en 2 uit de lijst hier­boven is het max­i­mum 1.065 euro per maand.
Als de grens van 6.390 euro over­schre­den wordt (eventueel in com­bi­natie met de inkom­sten uit de deele­conomie — zie hier­na), dan zijn de inkom­sten volledig beroepsinkomsten.

Dit bij­zon­dere stelsel is slechts 1 jaar geldig en eindigt dus op 1 jan­u­ari 2022.

Inkom­sten uit de deeleconomie

Vri­jwel gelijk­ti­jdig met de nieuwe wet voor de verenigin­gen werd er ook een nieuwe wet­telijke regeling voorzien voor inkom­sten uit deele­conomie. Het stelsel is gro­ten­deels het­zelfde als dat van 2016.

Belan­grijk­ste ele­menten van de vernieuwde regeling zijn:

er is een for­faitaire aftrek van 50%;

het tarief op deze inkom­sten is 20%;

het gun­stregime is enkel van toepass­ing op erk­ende plat­for­men voor deele­conomie (inkom­sten uit niet-erk­ende plat­for­men zijn belast­baar als divers inkomen aan 33%);

de erk­ende plat­for­men voor deele­conomie moeten sinds 1 feb­ru­ari 2021 ook bedri­jfsvoorheff­ing inhouden;

alle deelplat­for­men (erk­ende en niet-erk­ende) moeten hun betrokken medew­erk­ers informeren over de fis­cale en soci­aal­rechtelijke verplichtingen.

Voor inkom­sten uit de deele­conomie en het verenig­ingswerk samen geldt één jaar­grens van 6.390 euro bru­to per kalen­der­jaar. Dat is dus het max­i­mumbedrag van de ver­goedin­gen en door het kosten­for­fait van 50% is dus slechts de helft daar­van belast­baar. Voor inkom­sten uit erk­ende plat­for­men is er geen maandgrens.

Niet alleen belast­ing voor de medewerker

De huidi­ge “bijk­lus­regeling” heeft niet alleen fis­cale gevol­gen voor de per­soon die klust, helpt of bijver­di­ent. Wie de voor­waar­den of gren­zen niet naleeft, wordt gecon­fron­teerd met hogere belast­ing­tarieven en sociale zek­er­hei­ds­bi­j­dra­gen. Maar ook de verenig­ing wordt plots een échte werkgev­er met aller­lei sociale ver­plichtin­gen en uit­er­aard ook sociale bijdragen.